Toeschouwers samen zingend ten onder; Op Oerol komt het eilandgevoel steeds dichter bij

Mensen als meeuwen en mensen als drenkelingen. Tijdens het Oerol Festival is de bezoeker meer dan alleen een passieve toeschouwer. Dit laatste weekeinde verwacht het eiland nog eens duizenden bezoekers.

TERSCHELLING, 20 JUNI. Dat zou iedereen wel willen die het festival van de open lucht en het vrije eiland, Oerol op Terschelling, bezoekt: gewichtloos vliegen als een meeuw. Maar meeuwen krijsen, onheilspellend, boosaardig soms, klaaglijk. Langs de flank van het Groene Strand heeft de Zweedse kunstenaar Bjarch Sondermlam tussen dichtbegroeide zeebies een sculptuur van geluid verborgen. Sondermlam, opgegroeid als visserskind, laat vanuit het wad de spookachtige roep van de meeuwen opklinken uit honderdvijftig kleine luidsprekertjes, alle net onder de waterspiegel verborgen. De meeuwen zijn door hem getransformeerd tot onderaardse wezens.

Mensen als hoog en vrijuit vliegende meeuwen toont het Franse gezelschap Les Arts Sauts. Als met een geheimzinnig ruimtevaartuig zijn zij neergestreken op de Noordsvaarder, niet ver van de Zweedse geluidsinstallatie. In een reusachtige, koepelvormige tent verrichten de trapezekunstenaars hun bovenaardse missie: laten zien dat de mens aan de zwaartekracht kan ontstijgen. In de nok draaien ze als balletdansers van het luchtledige pirouettes en salto's, ze zwiepen zichzelf op schommels de hoogte in, zweven enkele tellen door het niets en belanden juist in de krachtige handen van een medespeler. Wit magnesiumpoeder wolkt op. De groep bestaat uit een handvol mannen en een vrouw. In de openingsscène vliegt zij als de luchtgeest Ariel uit Shakespeare's De Storm door de tent, achtervolgd en belaagd door de jongemannen, die van verschillende kanten tegelijk op haar afduiken.

De trapezekunstenaars worden live begeleid door een operazangeres en een contrabassist. Ook zij zochten de nok op van de tent, van waaruit hun muziek de springers aanvuurt. Met haar stem kan de zangeres de meest uiteenlopende geluiden voortbrengen, hees fluisterend, bijna religieuze zangen reciterend, voluit klagend. Ondertussen doet de contrabas pizzicato of strijkt de muzikant sonore klanken als van een misthoorn te voorschijn. De belichting kan opeens de nachtelijke sterrenhemel evoceren, en daar zweeft hij dan met gespreide armen en benen: de mens als meeuw, als vogel.

We denken aan Icarus, en dat is geen slechte gedachte. Juist afgelopen middag ging er een bonte, fantasierijke optocht door de straten van West-Terschelling en Midsland; de groep noemt zich Icarus. Steltlopers waren erbij, wezens in buitenissige kledij, kortom, het spektakel van de straat. Elders op het eiland is er nog een geheimzinnige vrouw, Natasje Berbel, die zich als een mol door het zand graaft. Ik heb niemand gehoord die haar heeft gezien.

Organisator Joop Mulder haalt niet alleen Franse of Australische kunstenaars naar Oerol. Het festival is er ook voor de eilanders zelf. En die eilanders hebben een merkwaardige verhouding tot gestrande schepen, alleen dat is al een drama waard. Er zijn bergers en redders; de eersten willen, vooral in vroeger, armer tijden, van een vastgelopen schip de lading zo snel mogelijk bergen. Dus eigenlijk: jutten. De anderen is het te doen om het redden van mensenlevens. Twee leden van het voormalige gezelschap Tender, nu Ten Derde, maakten op het eiland met enkele Terschellingers de voorstelling Güzjen! Dat is de kreet die als een vreugdevuur over het eiland ging, met gebons op alle deuren, als er een schip in nood was gesignaleerd. Mannen verlieten hun werk en renden naar een van de reddingsboten, de zuidwester op, en dan om het hardst aan de riemen trekken. Konden ze de lading bergen, dan werden ze hiervoor goed betaald.

In de voorstelling is de toeschouwers geen passieve kijker, maar deelnemer, man of vrouw die aanmonstert. In de Zeevaartschool maken zij, in de simulator die een bedrieglijke echtheid heeft, de binnenkomst mee in de haven van Dover. Computergestuurde schepen gaan voorbij, de zon komt roodgloeiend op, golven slaan over het denkbeeldige schip. Een soort Panorama Mesdag, maar dan aan het eind van de twintigste eeuw. Daarna betreden alle bootslui een echt schip, de Prinses Margriet, dat zogenaamd ten onder gaat; met reddingssloepen brengt iedereen zich, roeiend en zingend, in veiligheid.

Dit verbroedert. Niemand kan genoeg krijgen van de glaasjes juttersbitter die bij het kampvuur wordt uitgeschonken. Een oud-Terschellinger haalt roemruchte herinneringen op. Het eilandgevoel komt steeds dichterbij; van gedroomde meeuw zijn we ineens bijna-drenkeling. Vastelandbewoners die we zijn, koesteren we ineens alle warmte voor jutters. Er is nog een weekeinde Oerol te gaan. Vergeet niet de heksachtige vuurvreters te zien, in hun rode gewanden, op de duintoppen. Alsof het eiland brandt. En dan zijn er de dichters die Zogpoëzie schrijven, wat dat ook mag betekenen. In elk geval schuimt en bruist het in hun verzen. Bart FM Droog laat ons in het woorddronken gedicht Oerol weten: 'De Carmina Burana zingend/ togen wij naar het noorden/ om met zeehonden op te zwemmen/ in het zog van het eiland.'

Oerol Festival, Terschelling. T/m zondag 21/6. Inl. VVV-Terschelling, 0562-443000. Kaarten verkrijgbaar op het Festivalterrein Westerkeyn, Midsland.