Thuis in de gevangenis; Talibaan tolereren thuisscholen voor meisjes niet meer

De Talibaan willen vrouwen uit het openbare leven van Afghanistan verbannen. Door het hele land hebben vrouwen illegale scholen opgericht om meisjes toch aan enig onderwijs te helpen. Sommige van die scholen zijn zo goed dat ouders zelfs hun zoontjes aanmeldden. Maar de Talibaan hebben ze deze week verboden.

Soms wordt Zubeida geslagen met een stok of een zweep als ze zich op straat vertoont. Soms wordt ze door de religieuze politie naar huis gebracht en krijgt haar man stokslagen omdat hij haar alleen naar buiten liet gaan. Naar buiten mag ze alleen verstopt in een burqa, een sluier die haar van de kruin tot over de enkels bedekt. Ze is drie jaar geleden ontslagen, want vrouwen in het Afghanistan van de Talibaan hebben geen recht op werk. Haar drie dochters zitten thuis, want meisjes mogen niet naar school.

Zubeida is 35 jaar oud. Ze woont in een buitenwijk van Herat, een drukke handelsstad in het westen van het land, ruim honderd kilometer van de grens met Iran. In september 1995 werd ze, net als nagenoeg alle andere vrouwen in Herat, ontslagen door de Talibaan, de ultra-religieuze en conservatieve Koran-studenten die het grootste gedeelte van Afghanistan controleren.

Binnen zitten is onder het regime van geslachtsapartheid van de Talibaan vrijwel het enige dat vrouwen is toegestaan. Naar buiten mogen ze alleen als het strikt noodzakelijk is - om eten te kopen of water te halen - en dan alleen als zij worden vergezeld van een man uit de familie, in de praktijk hun man of een broer.

“We zitten thuis in de gevangenis”, zegt Zubeida op de betonnen veranda van haar huis in Herat. Ze heeft haar burqa afgedaan en een hoofddoekje omgeslagen. Met haar man, haar moeder en drie zussen - allen ontslagen onderwijzeressen - woont ze in een tweekamerwoning. De vrouwen blijven vrijwel altijd binnen. “We hebben geen idee hoe lang dit nog gaat duren”, zegt ze zacht. “Het enige dat we kunnen doen is wachten totdat iemand van buitenaf de deur opendoet.”

Onder de sluiers van de Afghaanse vrouwen leven woede en frustraties. Vele vrouwen lijden aan depressiviteit en aan achtervolgingsangst. Toch zitten Zubeida en haar zussen niet stil. Direct na de overname van Herat door de Talibaan besloten ze het schoolleven voort te zetten, maar dan thuis - en illegaal. Wat begon als een experiment was in heel Afghanistan uitgegroeid tot een zeer uitgebreid netwerk van illegale thuisscholen. Duizenden meisjes gaan dagelijks naar school en krijgen, zij het illegaal en onder vaak barre omstandigheden, les bij vrouwen thuis. Alleen al in de hoofdstad Kabul wordt het aantal leerlingen op illegale scholen geschat op zes- tot zevenduizend. In sommige thuisscholen komen ook jongens. Vrouwelijke docenten vormden zo'n zeventig procent van alle onderwijzers, en toen zij ontslagen werden moest het merendeel van de scholen noodgedwongen sluiten. Dinsdag kondigden de Talibaan echter aan dat de illegale scholen die zij in Kabul leken te gedogen, worden gesloten omdat het onderwijs van meisjes in strijd zou zijn met de islam.

Half binnen en half buiten op de veranda, onder een groot zeil dat hen moet beschermen tegen de felle zon, zit een groep van meer dan vijftig meisjes en zes jongens. Ze turen ernstig naar het Dari-schrift dat Zubeida langzaam en sierlijk opschrijft op een afgetakeld schoolbord dat is veroverd op een gesloten schoolgebouw elders in de stad. Het bord is ongeveer het enige hulpmiddel waarover de school beschikt. Papier, pennen en vooral leerboeken zijn schaars en duur. Ouders die het geld kunnen missen, betalen mee aan de school. Voor de meesten is het onderwijs echter gratis. Een enkele buitenlandse hulporganisatie geeft geld aan de scholen of koopt leerboeken die speciaal in Pakistan worden gemaakt voor Afghaanse kinderen. De grote instanties, zoals UNICEF, houden zich wegens de illegaliteit van de scholen afzijdig. Zij willen voorkomen dat ze in de problemen raken met de Talibaan en het land worden uitgezet.

“Wij zijn ons bewust van de risico's van dit verboden onderwijs”, zegt Fatima, de oudste van de vier zussen. “De Talibs kunnen op een kwade dag binnenvallen en ons arresteren, maar daar denken we niet aan. Het belangrijkste is dat deze kinderen het onderwijs krijgen waarop ze recht hebben. Door de oorlog en door de Talibaan hebben de Afghaanse kinderen een achterstand opgelopen die ze nooit meer inhalen.” Lezen en schrijven zijn de belangrijkste thema's op de primitieve scholen. Veel verder dan de meest elementaire lesstof komen ze niet.

Mede daarom bestaat er ook kritiek op de scholen, vooral van vrouwen die met de Talibaan willen praten over normalisering van de maatschappij. “Je kunt geen artsen en ingenieurs kweken op een illegale thuisschool”, zei een vrouwelijke voorzitter van een Afghaanse hulporganisatie onlangs. Zij wil dat de internationale gemeenschap meer druk uitoefent op de Talibaan om meisjes weer op openbare scholen en universiteiten toe te laten. Voorlopig is de realiteit echter anders, zeker nu de Talibaan deze week hebben aangekondigd tegen de illegale thuisscholen te zullen optreden.

Aardse zaken

De vier zussen in Herat weten dat de Talibaan van het bestaan van de illegale scholen afweten. Hun school bijvoorbeeld heeft zo'n goede naam dat sommige ouders zelfs hun zoontjes aanmelden. Ze worden niet geweigerd. Veel ouders die niet naar het buitenland zijn gevlucht zien lijdzaam toe hoe het officiële onderwijs is gereduceerd tot het uit het hoofd leren van de Koran. “Er wordt nauwelijks aandacht besteed aan aardse zaken”, klaagt een ouder. “Met zo'n opleiding kun je alleen maar een geestelijk beroep kiezen, maar geestelijke leiders zijn er al genoeg bij de Talibaan.”

Na tien jaar Russische bezetting (1979-'89) en bijna tien jaar burgeroorlog zijn de vrouwen van Afghanistan nog steeds niet bevrijd. Sinds 1979 kwamen naar schatting één miljoen mensen om het leven. Vele tienduizenden weduwen bleven achter; de meesten weten niet eens waar en wanneer hun man stierf. De burgeroorlog eist nog dagelijks slachtoffers - niet in de laatste plaats door de tien miljoen landmijnen op de wegen, in de velden, en rond de dorpen.

Nadat de Russen zich hadden teruggetrokken nam de mujahedeen, het Afghaanse verzet, het land over. Een burgeroorlog en een waar schrikbewind met verkrachtingen, mishandelingen, overvallen en moorden volgde. Opnieuw vluchtten honderdduizenden Afghanen naar het buitenland. De Talibaan, die in 1994 hun opmars begonnen, slaagden erin de veiligheid voor vrouwen te verbeteren. Maar de opluchting duurde niet lang. Toen de Talibaan meisjes het onderwijs ontzegden en vrouwen massaal ontsloegen, keerden de vrouwen zich tegen de nieuwe beweging.

De massa-ontslagen waren niet eens het ergste. De nieuwe moslimleiders stonden vorig jaar niet meer toe dat vrouwen werden opgenomen in de openbare ziekenhuizen. “Ik dacht dat ze compleet gek waren geworden”, zegt een journaliste die nu thuiszit - alle media zijn verboden. Na dreigementen van de internationale hulpverlenende instanties in het land, met name het Internationale Comité van het Rode Kruis, Afghanistan te verlaten, verzachtte de Talibaan-leiding de maatregel. Vrijwel de gehele medische zorg in het land drijft immers op buitenlandse organisaties. In sommige ziekenhuizen werden vrouwen toegelaten. Islamitische vrouwen mochten zelfs weer gaan werken als verpleegster, als ze zich maar tot de vrouwenafdeling beperkten en zich onthielden van het gebruik van make-up of andere Westerse uitspattingen. Veel genoegdoening leverde deze bijstelling van de Talibaan niet op. “Ten tijde van de mujahedeen waren vrouwen vogelvrij”, zegt de journaliste. “Onder de Talibaan zijn we gevangenen.”

Toen de Talibaan in september 1995 de stad waren binnengetrokken, protesteerden de vrouwen nog voor het huis van de gouverneur tegen het sluiten van de scholen. 'God heeft ook Afghanistan bevrijd', staat er op een groot bord voor het gebouw geschreven. De demonstratie duurde echter maar kort. De vrouwen werden bedolven onder een regen van stokslagen en sommigen belandden in de gevangenis.

Toen enige maanden later ook de openbare badhuizen werden gesloten - één van de schaarse plekken waar vrouwen elkaar nog konden ontmoeten - protesteerden ze opnieuw. Nu konden ze zich in de koude winters niet meer wassen: elektriciteit of warm water zijn er niet, brandstof is voor de meesten onbetaalbaar. De maatregel betekende een regelrechte bedreiging voor de gezondheid van vrouwen. Tientallen vrouwen raakten gewond bij de nieuwe confrontatie met de Talibaan. Volgens een Westerse hulpverlener die lange tijd in Herat werkte, werden twee vrouwen daarbij gedood.

Het openlijke vrouwenverzet tegen de machthebbers in Herat was daarmee definitief gebroken. Op straat verstopten de vrouwen zich in hun verplichte, lichtblauwe burqa's, maar de meesten trokken zich terug in hun huizen. Velen werken inmiddels thuis als tapijtenmaakster, anderen verdienen wat geld bij met borduren of met de productie van zijde, een oude bijna vergeten Afghaanse industrie. Veel ontslagen onderwijzeressen, die van de Talibaan een inkomen van één dollar per maand mochten houden, stortten zich in arren moede op het illegale onderwijs.

Het protest tegen de vrijheidsbeneming kreeg langzaam een andere vorm. In het centrum van Herat lopen regelmatig groepjes van vrouwen door de bazaars, zonder de verplichte mannelijke begeleiding, ondanks het risico zweepslagen te krijgen van een ambtenaar van het Amr bil-Maroof wa Nahi An il-Munkir, het ministerie ter preventie van de ondeugd en de bevordering van de goede zeden, beter bekend als de religieuze politie. Een uitzondering vormen de vrouwen van de Koochi, een oud en gehard Afghaans nomadenvolk; zij zijn de enige vrouwen in Afghanistan die weigeren hun eigen zwarte hoofddoek - die het gezicht zichtbaar laat - te vervangen door de burqa. Sommigen nemen de hoofddoek zelfs af als het te heet wordt. De Talibaan hebben de Koochi's echter als 'onhandelbaar' bestempeld en laten hen met rust sinds verschillende jongelingen van de religieuze politie zijn geslagen en achtervolgd door de Koochi-vrouwen.

Verplichte tulband

De Talibaan zelf vinden dat de verhalen in de Westerse media over de strenge regels zwaar overdreven zijn en bovendien in strijd met de waarheid. “We willen de vrouwen alleen maar beschermen tegen het kwaad”, zegt mullah Noor Mohammed, hoofd van het departement van Buitenlandse Zaken en feitelijk gezaghebber van de provincie Herat. “De bevolking is blij met ons. Verkrachtingen en overvallen op vrouwen zijn er niet meer in het Islamitische Emiraat Afghanistan. Het is hier voor het eerst in jaren veilig.”

Noor Muhammad is getooid met de verplichte zwarte tulband van de Talibaan en gestoken in traditionele Afghaanse kleding. In de gangen rond zijn kamer lopen bewakers rond met machinegeweren van Russische en Pakistaanse makelij. Noor Muhammad zegt langzaam en plechtig: “Het volk van Afghanistan is tevreden met de regels van de Islamitische Talibaan Beweging. God heeft de problemen van het land opgelost door de Talibaan te sturen. De islamitische wetten zijn bedoeld om een volk opnieuw op te voeden. De bevolking was vervreemd van de islam door de Russische bezetting. De mensen moet worden geleerd wat wel en niet kan.”

Dat het Westen klaagt over de shari'a, de strenge en oude islamitische wetgeving uit de Koran, is volgens Noor Muhammad inherent aan de 'imperialistische bemoeizucht'. “Vertellen wij jullie hoe het onderwijs in Europa moet worden ingericht? Waarom wil het Westen ons vertellen wat wij moeten doen?” Bovendien, zegt hij, in navolging van een belofte die de Talibaan-elite al eerder heeft gedaan, moeten de heilige strijders eerst de oorlog beëindigen. “Als we Afghanistan helemaal hebben veroverd kunnen ook de meisjes naar school.”

Op het Afghaanse platteland, dat jarenlang niets van oorlogen merkte, is van de invloed van de Talibaan evenmin veel te merken. Rond Zindajan, een langgerekt boerendorp in de provincie, zijn af en toe één of twee mannen met lange baarden, hun machinegeweren om de schouders, te zien. Talibaan. Ze zijn met te weinig om werkelijk kwaad te doen, zeggen de bewoners. “De meeste regels van de Talibaan waren in dit deel van het land al gewoonten”, zegt een Westerse hulpverleenster. “Nog geen drie procent van de meisjes ging hier naar school voordat de Talibaan kwamen. Vrouwen bleven al binnen en gingen nooit zonder burqa de straat op.”

Uit een recent onderzoek onder meisjes en jonge vrouwen blijkt dat hun grootste zorg niet de Talibaan was, maar de man aan wie ze worden uitgehuwelijkt. Het schrikbeeld is een oude man die al twee of drie andere vrouwen heeft. De grootste zorg van getrouwde vrouwen bleek evenmin de Talibaan te zijn, maar hun schoonmoeder die meer invloed heeft dan hun eigen echtgenoot. Een aanzienlijk deel van de vrouwen zag in zelfmoord de enige oplossing om een eind te maken aan de onderdrukking binnen de familie. Een groot deel van de vrouwen in het ziekenhuis van Herat ligt er met derdegraads brandwonden als gevolg van pogingen tot zelfverbranding. Vrijwel iedereen die het vuur overleeft, sterft later in het ziekenhuis alsnog, aan secundaire infecties.

Maar de oorlog en de Russische bezetting zetten een veranderingsproces in gang in Afghanistan. Miljoenen gevluchte Afghanen kwamen na de komst van het Sovjet-leger terecht in Pakistan en Iran, islamitische buurlanden waar meisjes wel naar school gingen. “De ambities van de Afghaanse bevolking zijn sindsdien sterk veranderd”, zegt de hulpverleenster, “mede door het contact met Westerse hulporganisaties.” Dat geldt zelfs voor de vrouwen op het platteland. “De ouderwetse, middeleeuwse sociale verhoudingen op het platteland beginnen scheuren op te lopen. Sommige vrouwen accepteren hun lot niet meer en krijgen niet meer automatisch tien kinderen.” De veranderende houding geldt zelfs voor de Talibaan; sommige leiders sturen hun dochters naar een school of universiteit in de Pakistaanse steden Quetta of Peshawar.

Californië van de islam

Aan de andere kant van het woeste gebergte in het Afghaanse binnenland, meer dan duizend kilometer - vijf dagen reizen - van Herat, ligt Kabul, de grotendeels verwoeste hoofdstad van Afghanistan. In de noordelijke heuvels klinken regelmatig doffe knallen, raketinslagen die voortdurend waarschuwen dat het front dichtbij is en dat de troepen van de verdreven president Rabbani en diens krijgsheer Massoud nog niet verslagen zijn. Tussen de gebombardeerde puinhopen in het noorden van de stad lopen nomaden met hun geiten, schapen, ezels en kamelen.

Op de drukke markten van Kabul zijn voor het eerst bedelaars te zien, vele honderden kleine jongetjes en vrouwen die hun mannen zijn kwijtgeraakt. Kabul telt volgens schattingen vijftigduizend weduwen. Juist hier hebben de Talibaan de bevolking de duimschroeven aangedraaid. In Kabul, vroeger het 'Californië van de islam' genoemd, is sinds de criminalisering van televisie, muziek, dansen, film, kunst en zelfs vliegeren weinig meer over.

Het strengst zijn de Talibaan als de kledingvoorschriften worden overtreden. Vorig jaar werden zes vrouwen van Tadjiekse afkomst geslagen omdat hun sluiers niet lang genoeg waren. “Ik kon hun enkels zien en hun gezichten”, had de jonge Talib geroepen. “Ze waren half naakt.”

Net als in de andere steden proberen vrouwen zich te onttrekken aan de regels van de Talibaan. Een voormalige zakenvrouw van middelbare leeftijd wier man twaalf jaar geleden verdween in het noorden, wast zes keer per week af in een restaurant, een baan die meestal wordt gedaan door mannen. “Ik weet niet hoe ik elke dag weer genoeg geld bij elkaar moet krijgen om brood te kopen”, zegt ze. “Maar de meeste vrouwen verdienen helemaal niets.” Sommigen borduren thuis, anderen wassen af of doen illegaal klusjes voor rijkere Afghaanse families die het land niet zijn ontvlucht. De meesten zijn aangewezen op de voedselvoorraden van de Verenigde Naties en andere hulporganisaties.

Ook in Kabul floreert het illegale schoolleven. Voor de komst van de Talibaan, in september 1996, telde Kabul 158 openbare scholen, waar bijna 150.000 jongens en ruim 100.000 meisjes les kregen. Bijna achtduizend onderwijzeressen in Kabul werden ontslagen.

Shakila is een voormalige journaliste. Nu er geen kranten meer zijn is ze coördinator van zesentwintig thuisscholen in Kabul, een illegaal netwerk waar meer dan duizend meisjes dagelijks les krijgen. “We begonnen één dag nadat de Talibaan de onderwijzeressen hadden ontslagen en de meisjes naar huis hadden gestuurd.” Haar eigen flat staat in een wijk vol nette rijen middelhoge flatgebouwen - een erfenis van de Sovjet-bezetting van de stad. In de vier kleine kamertjes zijn nagenoeg alle meubelen verdwenen om plaats te maken voor de ruim driehonderd kinderen die elke ochtend en elke middag naar school komen.

Als er plotseling op de deur wordt geklopt schrikt iedereen op. Het wordt muisstil, de gezichten verstrakken. Het blijkt loos alarm. De kinderen gaan niet schreeuwend en met hun tassen zwaaiend naar huis, maar hebben geleerd het pand snel en stil te verlaten. Ze gaan via hun eigen omweg naar huis. “De kinderen zijn zich volledig bewust van de aanwezigheid van de Talibaan en van de illegaliteit van hun school”, zegt Shakila. “De kinderen hebben alle trucs geleerd. Een kind dat laatst door een Talib was aangehouden kwam even later via een andere weg toch op school terecht. Ze zijn, net als wij, bang voor de Talibaan. Afghanistan leeft in een duisternis. Die is gevaarlijker dan de wapens en bommen van de soldaten.”

De angst voor de Talibaan is deze week terecht gebleken. Eind mei hield de religieuze politie al honderden mannen en vrouwen aan wegens te korte baarden en sluiers. De Talibaan dreigden hulporganisaties met zware straffen tegen Afghaanse vrouwen die voor hen werkten. “De Talibaan hebben de bevolking opgeroepen alle privé-scholen aan te geven”, zegt een Europese hulpverlener. “Ze gaan elk verdacht huis onderzoeken. Ik ben bang dat het meest succesvolle verzet van Afghanistan eindigt in een hel.” De Verenigde Naties menen dat de ingreep van de Talibaan een “verwoestend” effect zal hebben op de bevolking van Kabul, met name op het leven van vrouwen en kinderen.

Veel ruimte voor openlijk verzet blijft niet meer over in Afghanistan. Wellicht keren de vrouwen terug naar het schrijven van pamfletten aan het mannelijke deel van de bevolking. “O, gewapende mannen! Stop, zien jullie niet dat onze kinderen wakker schrikken van het geluid en de angst die jullie veroorzaken. Jullie hebben ons, vrouwen, geen enkele belediging of vernedering bespaard in naam van de Godsdienst van de Waarheid. Maar zijn jullie dan vergeten dat jullie uit vrouwen zijn geboren?”

De namen van sommige betrokkenen zijn omwille van hun veiligheid veranderd.

    • Rob Schoof