Subliem ach en wee van Bartoli

Concert: Cecilia Bartoli, mezzosopraan, begeleid door Sonatori de la Gioiosa Marca. Gehoord: 19/6, Concertgebouw Amsterdam.

Grote stemmen en de historische uitvoeringspraktijk: niet zolang geleden leken het nog onverenigbare grootheden. Hoe zeer die combinatie gemist werd, onderstreepte het sublieme concert dat de Italiaanse mezzosopraan Cecilia Bartoli gisteren gaf in het Amsterdamse Concertgebouw.

Met haar sonore, ietwat omfloerste stemgeluid dat zij tot in de finesses controleert zing-fluistert Bartoli moeiteloos tot in alle hoeken van de zaal. Technisch ver verheven boven de materie, worden melismen bij Bartoli opeens weer gewoon ornamenten, en zijn het geen horden meer waaroverheen zo veel solisten uit de historische muziekpraktijk zich al struikelend naar de slotnoot begeven. Versieringen zijn bij Bartoli een expressiemiddel en geen doel opzichzelf. Of het zou de vierde en laatste toegift moeten zijn uit de reeks Vivaldi-stukken waarmee Bartoli haar concert beëindigde. In die laatste ongehoord virtuoze aria ging het louter en alleen om de vocale acrobatiek.

Bartoli ontwikkelt zich tot een van de meest gevraagde operastemmen van deze tijd en trad alleen in 1996 twee maal op in het Concertgebouw. Consciëntieus begeleid door het op oude instrumenten spelende ensemble Sonatori de la Gioiosa Marca zong Bartoli vrijdag vocale composities uit de Italiaanse barok. Hoewel de namen van de componisten waarvan Bartoli werk uitvoerde overbekend zijn, genieten de afzonderlijke opera-aria's en cantates van Caccini, Monteverdi, Pergolesi en Vivaldi nauwelijks algemene bekendheid. En waar die wel bekend zijn, deed haar vertolking onmiddellijk denken aan het cassetteplafond van de Concertgebouwzaal dat momenteel voor grootscheepse herstelwerkzaamheden in de steigers staat. Barsten en breuken die in de loop der jaren in het plafond zijn ontstaan worden geplamuurd, waarna het geheel wordt opgeschoond en overgewit.

Tot de ontdekkingen van Bartoli's recital behoren Pergolesi's Orfeo-cantate Nel chiuso centro - een compositie op het kruispunt tussen Monteverdi (recitatieven) en Mozart (aria's) - en Gelido in ogni vena uit de opera Farnace van Vivaldi. In uiterst ingetogen en subtiel stromende strijkerslijnen klom Bartoli hoog in het sopraanregister en daalde diep af in dat van de tenor.

Alles staat bij Cecilia Bartoli in dienst van de tekstexpressie: haar uitmuntend gedoseerde vibrato, haar subtiele tremoli, haar schatrijke spectrum aan stemkleuringen waarmee zij de gemoedsbewegingen in de tekst op de voet volgt. Op de syllabe zelfs, zoals in de woorden 'Lasciatemi morire!' uit Lamento di Arianna. Zelden is het roepen van ach en wee mooier op muziek gezet dan in deze klaagzang van Monteverdi; nooit hoorde eerder ik zo'n magistrale en aangrijpende weergave hiervan in de concertzaal.