Simons houdt vast aan vliegveld op Maasvlakte

De Rotterdamse havenwethouder Hans Simons ziet ondanks de negatieve opinies van de 'Paars-2-architecten' heil in een tweede nationale luchthaven op de Maasvlakte. Dat zou synergie tussen zee- en luchtvracht opleveren.

ROTTERDAM, 20 JUNI. De Rotterdamse havenwethouder Hans Simons (PvdA) meent dat een luchthaven op de (uitgebreide) Maasvlakte of op een eiland in zee de voorkeur verdient boven een locatie als Lelystad. Simons relativeert de betekenis van het besluit van de Haagse onderhandelaars over Paars 2 dat Lelystad het meest in aanmerking komt voor een luchthaven als overloop van Schiphol.

Vorige week hield Simons een pleidooi voor een luchthaven op de uitgebreide Maasvlakte bij de presentatie van het rapport '2020, integrale verkenningen voor haven en industrie' van het Rotterdamse Gemeentelijk Havenbedrijf. Hij wees op de 'hoognodige' bijdrage aan de werkgelegenheid in het Rijnmondgebied die van een vliegveld voor luchtvracht zou uitgaan. Vrijwel tezelfdertijd lieten de paarse onderhandelaars Wallage, Bolkestein en de Graaf weten dat de Maasvlakte was afgevallen en Lelystad de beste papieren had.

“Een bescheiden luchthaven als overloop voor Schiphol op de (uitgebreide) Maasvlakte of op een eiland voor de kust verdient de voorkeur boven een locatie op land. Vanuit het oogpunt van duurzame ontwikkeling en maatschappelijke acceptatie is het niet goed denkbaar dat voor een nieuwe luchthaven op land wordt gekozen.”, zegt Simons in een reactie op het 'besluit' van de paarse onderhandelaars.

Volgens Simons is er nog tijd genoeg voor een besluit over een eventuele uitbreiding van Schiphol en de aanleg van een 'bescheiden overloopvliegveld' elders. De ministers Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) en De Boer (milieubeheer) hebben de informateurs per brief laten weten dat komend najaar een reeks studies wordt voltooid over de groei van het luchtverkeer, aldus Simons.

“Ik sluit niet uit dat de groei van het luchtverkeer voorlopig, na enige aanpassingen en uiteraard maatschappelijk verantwoord, op Schiphol kan worden opgevangen. Voor een besluit over een overloop van Schiphol is nog tijd”, aldus de Rotterdamse havenwethouder.

De Maasvlakte zou niet in aanmerking komen voor een vliegveld wegens onveiligheid door de nabijheid van de grote petrochemische industrie, congestie bij de aan- en afvoer van vracht en omdat de bijdrage aan de ontwikkeling van de mainport te gering zou zijn.

Simons zet daar vraagtekens bij. De veiligheid van het vliegverkeer kan volgens hem worden gegarandeerd door de vliegroutes uit de buurt van het industriegebied te houden. De congestieproblemen kunnen worden aangepakt door bijvoorbeeld een betere spoorverbinding tussen Rotterdam en Hoek van Holland en via een tunnel - “daarover zijn al studies beschikbaar”. Ten slotte zou een vliegveld op de Maasvlakte 'nieuwe synergie' tussen zee- en luchtvracht bevorderen.

Simons herhaalt daarnaast dat de vestiging van een luchthaven voor vrachtvervoer op de Maasvlakte gewenst is als 'nieuwe poot' voor de sociaal-economische ontwikkeling van de zuidelijke flank van de Randstad. Een “interessante en tevens vrij beslissende” factor is ten slotte dat de aanleg van de uitbreiding van de Maasvlakte en een vrachtvliegveld waarschijnlijk op publiek/private manier kan worden gefinancierd. Een vliegveld op de Maasvlakte zou ook nieuwe samenwerking mogelijk maken tussen de twee Nederlandse mainports, Amsterdam Airport en de Rotterdamse haven. Een vliegveld in Lelystad zal de sociaal-economische ontwikkeling in Noord-Nederland ten goede komen, erkent Simons. “Maar de vraag is: waar is de economische spin-off het grootst?”

Simons gaat er bij zijn pleidooi voor een luchthaven op de Maasvlakte vanuit dat aan de noodzaak tot uitbreiding van de Maasvlakte - Rotterdam wenst duizend hectare met een zeehaven - niet langer getwijfeld hoeft te worden. Als de huidige economische groei doorzet, kan al na 2002 gebrek aan ruimte in het Rotterdamse havengebied ontstaan, ook als 'oude' havengebieden voor nieuwe bedrijfsvestigingen worden gebruikt. Simons: “Uitbreiding van de Maasvlakte is een nationaal belang gezien de positie van de Rotterdamse haven in de wereld.”

De in 2020 verwachte verdrievoudiging van het containervervoer over de weg schept problemen, erkent Simons. Daarbij is de helpende hand van Haagse beleidsmakers nodig. Simons meent dat Rotterdam scherper op het belang van de haven als 'nationaal bezit' moet wijzen. In Nederland zijn economisch 350.000 mensen afhankelijk van de haven.