PREPARE BELLUM!; Brede scholengemeenschappen stichten steeds vaker eigen gymnasiumafdeling

Tegenwoordig kunnen scholengemeenschappen gemakkelijk een eigen gymnasium beginnen. De jacht op de categoriale gymnasia is geopend. Maar 'de waarde van het gymnasium wordt bepaald door de onbereikbaarheid ervan'.

JOB PEETERS (13) is een hyperintelligente puber. Op de basisschool mocht hij groep drie èn groep acht overslaan. Zodoende begon zijn middelbare schoolloopbaan toen hij tien jaar was en een wonder was het natuurlijk niet dat Job met al zijn intelligentie kon doorstromen naar het gymnasium. Job woont in het Noord-Brabantse Gemert en ging naar het Stedelijk Gymnasium in Nijmegen, een kleine vijftig kilometer verderop.

Na de brugklas was Job het heen-en-weer-reizen spuugzat. Juist op dat moment schiep het Commanderije College in zijn eigen woonplaats de mogelijkheid tot het volgen van een atheneumopleiding mèt Latijn (vaak genoemd 'atheneum plus') en de school had ook een volwaardige gymnasiumafdeling aangevraagd. 'Je begrijpt, ik was snel weg', zegt Job. Het Stedelijk verloor een leerling, het Commanderije kreeg er een bij. De gymnasiumstatus is inmiddels toegekend en de school in Gemert heeft met ingang van komend schooljaar alle onderwijstypes in huis, van (i)vbo tot en met gymnasium. Een aantal andere scholen in de regio heeft hetzelfde gedaan.

Steeds meer scholen doen mee aan de strijd om de beste leerlingen binnen te halen. Landelijk gezien komen er in augustus weer elf scholengemeenschappen bij met het predikaat 'lyceum'. Vorig jaar waren dat dertien en in 1996 acht. De nieuwbakken lycea ontstaan doordat brede scholengemeenschappen aan hun atheneum een gymnasiumafdeling toevoegen, waarmee vervolgens de jacht wordt geopend op leerlingen die anders naar de populaire categoriale gymnasia zouden gaan. Vooral op scholen in groeikernen en forensendorpen is de trend zichtbaar.

De gymnasia bekijken de ontwikkeling met argusogen. “Zodra het Trinitas de gymnasiumafdeling start, zullen wij ons moeten beraden op onze pr en voorlichting”, zegt rector Ren van Splunteren van het Murmellius Gymnasium in Alkmaar. Enige jaren geleden had het gymnaisum 670 leerlingen, momenteel een kleine zevenhonderd en de prognose is dat het leerlingenaantal over enige jaren zal zijn gegroeid tot 770. Maar het Trinitas College, een brede scholengemeenschap in Heerhugowaard, heeft die groei verlekkerd aangezien en inmiddels ook de gym-status aangevraagd, en gekregen. Van de 2.300 leerlingen van het Trinitas College, volgen een kleine zevenhonderd het atheneum en een groot aantal van hen heeft de potentie om het gymnasium te halen. Waarom zou je je dan behelpen met 'atheneum plus'? “In de ogen van de klant heeft het gymnasium toch een beter cachet”, zegt directeur Bakker van het Trinitas. Daar komt volgens hem nog bij dat het vreemd is dat een plaats als Heerhugowaard, met veertigduizend inwoners, geen gymnasium heeft. Bovendien is de fiets in de zomer een prima vervoermiddel, maar in de winter lang niet altijd en dan is het prettig dat de school om de hoek is.

NADELIGE EFFECTEN

“Categoriale gymnasia zijn een wezensvreemd element in het onderwijsbestel”, zegt Martien van Diesen, rector van het Commanderije. De overheid wil brede scholengemeenschappen bevorderen en door hen de gymnasiumstatus toe te kennen, zullen de zelfstandige gymnasia langzaam verdwijnen, vermoedt de rector. In het kader van het zogeheten 'completeringsbeleid' is het toevoegen van een gymnasiumafdeling aan een bestaande brede scholengemeenschap aanzienlijk vergemakkelijkt: het minimum aantal leerlingen dat is vereist om het gymnasium in huis te halen is verlaagd van tweeduizend naar zestienhonderd (waarvan tenminste 255 het atheneum moeten volgen). En nadelige effecten die de toekenning van een gymnasiumafdeling kan hebben op andere scholen in de omgeving, vroeger een argument om de aanvraag af te wijzen, zijn niet langer van invloed op de beslissing om een school de aangevraagde lyceumstatus te onthouden.

Peter Broerse, rector van het Stedelijk in Nijmegen en tevens voorzitter van de werkgroep Rectoren Zelfstandige Gymnasia, is blij dat steeds meer scholengemeenschappen een klassieke opleiding gaan aanbieden, ook al kostte hem dat al een leerling. De concurrentie komt de kwaliteit ten goede en het Stedelijk zit toch al boordevol aankomende classici. De laatste jaren is het aantal leerlingen zelfs met zeventig per jaar toegenomen tot iets meer dan elfhonderd. Maar andere gymnasia zijn minder blij met de concurrentie.

“Wij zijn niet meer 'on speaking terms' en spreken elkaar alleen nog tijdens formeel overleg”, zegt Cees Wouters, rector van het 460 leerlingen tellende Sint Willibrord Gymnasium in Deurne. Wouters heeft het over zijn collega Ad Cosijn, rector van het Peelland College in dezelfde plaats. Tussen beide scholen - gelegen op een paar honderd meter afstand van elkaar - is de verstandhouding nooit optimaal geweest, maar de start van een gymnasiumafdeling door Cosijn deed wat Wouters betreft de deur dicht. De schoolleiding van het Peelland stelde een fusie voor, maar de school van Wouters ging daar niet op in. Want, zo legt hij uit, op een scholengemeenschap wordt het gymnasium een marginaal verschijnsel. Gymnasiaal onderwijs is het beste gewaarborgd op een categoriaal gymnasium, waar de homogeniteit van de leerlingen een stimulerend effect heeft op de prestaties. En daar is volgens rector Wouters een leerling geen uitzondering wanneer hij of zij praat over Grieks en Latijn. Je wordt ook niet uitgemaakt voor studiebol. Niettemin heeft Wouters maar vast een grootscheepse reclamecampagne opgezet - inclusief paginagrote advertenties en radiospotjes - om zijn gymnasium onder de aandacht van aankomende gymnasiasten te brengen. Het gymnasium elitair? “Alleen qua onderwijsaanbod, want dat is inderdaad exclusief, maar verder is iedereen welkom”, aldus Wouters.

“Gezinnen zonder gymnasiale traditie sturen hun kinderen niet snel naar een categoriaal gymnasium”, zegt echter Marcel van Dijk, brugklascordinator van het Pieter Nieuwland College in Amsterdam. Veel van zijn leerlingen komen uit de sociaal-economisch zwakkere wijken van de stad en hebben een niet-Nederlandse achtergrond. De school startte afgelopen augustus een gymnasiumafdeling en kreeg gelijk een klas vol: 28 leerlingen, waarvan zelfs veertig procent allochtoon. Van Dijk is ervan overtuigd dat er een markt is voor het gym in dit stadsdeel, want de concurrentie zit veel te ver weg. Van Dijk: “Als je ouders wijst op de mogelijkheid van gymnasiaal onderwijs en het kind heeft een VWO-advies, dan kiezen de ouders er vaak voor. Bovendien moet je een veiligheidsklep inbouwen voor je VWO, anders stroomt het zo leeg.”

De zogeheten afstroom - de overstap naar een lager type onderwijs - vindt sneller plaats op een scholengemeenschap, doordat er verschillende onderwijstypes aanwezig zijn. Om de leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden zitten ze op het Pieter Nieuwland al gelijk apart, in een categoriale brugklas eigenlijk. En dat werkt onderwijssegregatie nou juist in de hand, zegt Peter Gramberg, oud-gymnasiast en sociaal-geograaf aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is bezig met een promotieonderzoek naar schoolsegregatie en signaleerde de trend van maximale verbreding naar boven van scholengemeenschappen. Hij twijfelt of die strategie succesvol zal blijken en vindt dat de gymnasiummode van de scholengemeenschappen nogal uit de hand begint te lopen. Gezien het huidige opleidingsniveau van veel jeugdigen en de samenstelling van de bevolking, is het de vraag of al die klassen met aankomende classici wel vol komen. Gramberg noemt als voorbeeld Amsterdam, waar sommige scholen nu al leerlingen met busjes ophalen uit de omliggende gemeenten, onder meer om de gymnasiumafdeling vol te krijgen. Andere scholen hebben maar een enkele gymnasiast en dan wordt het een dure aangelegenheid. Scholen kunnen er beter voor zorgen dat leerlingen de Havo goed afmaken. En de categoriale gymnasia zullen volgens Gramberg altijd het voordeel houden van de geringere omvang, de culturele reputatie en de klassieke vorming. Gramberg: “Toch worden vakken als Grieks en Latijn vaak misbruikt om een bepaalde sfeer te creren. Kennis van de antieke wereld kan ook in de geschiedenisles worden behandeld.”

PLATO

De cultuur van een school wordt niet bepaald door de buste van Plato in de hal, zegt Van Diesen van de scholengemeenschap het Commanderije in Deurne. “Wij richten elk jaar een expositie in het gemeentehuis in, met kunstwerken van leerlingen van de school en als je het vergelijkt met dertig jaar geleden, dan wordt op havo-vwo nu meer aan kunstzinnige vorming gedaan dan toendertijd op het gym. De waarde van het gymnasium wordt voor veel mensen bepaald door de onbereikbaarheid ervan.” Desondanks begint het Commanderije dus komend schooljaar een gymnasiumafdeling. Ze hebben uitgerekend dat het financieel uitkan bij tien vijftien leerlingen en die verwachten ze wel te trekken. En Job? Die wordt binnenkort veertien jaar en gaat naar de vijfde van het atheneum. Zonder Latijn, want dat laat hij vallen. Te saai, te moeilijk en je kan er niets mee. Toch wenst hij de schooldirectie veel succes met het nieuwe gym.