Pi (4)

De heer Poppe vertrouwt in bijlage W&O van 6 juni 1998 zijn geheugen niet meer voor wat betreft het PI-rijm dat hij van zijn wiskundeleraar had gekregen. Ik heb een klas lager, ook op de RHBS in Vlissingen van de heer Overing wiskunde-onderwijs genoten. Een avond zoeken tussen stapels muf papier leverde het gezochte rode meetkundeschrift met tussen de definities voor het oppervlak en de omtrek van de cirkel:

Als 'k ooit o vader Archimeed uw schoon getal nog mocht vergeten betokkelt, rijm'lend prulpoëet zijn al wat gesleten lier, Schijnt z'n rijmpje zwak. wil a.u.b. bedenken dat hij cirkels oppervlak moest - in versmaat schenken.

Het prulpoëet slaat vooral op de plaats van de 'lier' om toch een rijmsel te krijgen. Ook ik beschik niet over een decimalentafel, 22/7 laat het na de vierde decimaal afweten en Windows 3.11 gaat maar tot elf decimalen zodat ik ook niet zeker ben van de punten tussen a.u.b.. De nul is eenvoudig: nul is niks, een streepje dus.

Onze laatste twee regels verschillen onderling maar die van mij is uit een authentiek handschrift! Ik had het idee dat het vers nog veel verder ging, misschien heeft iemand nog een oud schoolschrift.