Oekraïne raast faillissement tegemoet

Op 28 maart kozen de Oekraïeners een nieuw parlement. Bijna drie maanden later heeft dat nieuwe parlement nog niet één klein wetsontwerpje behandeld, omdat men het niet eens kan worden over een voorzitter. Intussen raast het land in snel tempo het faillissement tegemoet.

ROTTERDAM, 20 JUNI. Al drie maanden houdt het nieuwe parlement van de Oekraïne zich bezig met maar één thema. Niet het faillissement van de staat, niet de broodnodige hervormingen, niet de om zich heen grijpende verpaupering van hele sociale groepen, maar de vraag wie voorzitter van het parlement moet worden houdt de 438 leden van de Verchovna Rada (Opperste Raad) in de ban.

Inmiddels hebben die leden er acht stemmingen op zitten, maar een voorzitter is er nog steeds niet. De centrum-rechtse oppositie en één van de regeringsgezinde fracties weigeren aan de stemmingen deel te nemen, als gevolg waarvan er geen quorum is en elke van die acht stemmingen ongeldig moest worden verklaard. Tientallen kandidaten zijn inmiddels niet gekozen. De dwarsliggers willen geen aparte stemmingen over de voorzitter van het parlement en zijn twee plaatsvervangers (die lid moeten zijn van een andere partij dan die welke de voorzitter levert). Zij willen de driekoppige leiding van het parlement ineens kiezen. En dat wil links niet.

De verlamming heeft dramatische consequenties, want zonder presidium is het parlement niet compleet. Het is de voorzitter die het tempo en de agenda van het parlement bepaalt, die bepaalt wanneer welke wetten worden besproken en die bepaalt wanneer wordt gestemd. Zonder voorzitter gebeurt er niets, worden er geen wetsontwerpen behandeld, wordt er geen nieuwe regering gevormd en wordt er niet hervormd. De 438 afgevaardigden krijgen met hun 'speakeriade' elke dag een lawine van vinnige commentaren van 's lands media over zich heen, maar niets heeft hen tot nu toe kunnen vermurwen.

De verlamming heeft ten dele te maken met de kandidaten. De belangrijksten zijn Pjotr Simonenko, de extreem dogmatische leider van de communisten, oud-president Leonid Kravtsjoek van de sociaal-democraten en de socialist (ex- dan wel neo-communist) Oleksandr Moroz. Moroz (voorzitter van het vorige parlement) en Simonenko zijn radicaal tegen markthervormingen. Simonenko wil zelfs de privatisering stoppen. Velen vrezen dat de verkiezing van Moroz, die graag president wil worden, in feite een vroege opening van de campagne voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar betekent.

Die verkiezingen vormen wellicht de reden waarom president Leonid Koetsjma zich tot deze week afzijdig heeft gehouden van de ruzie in het parlement. Hij voelt er volgens sommigen weinig voor impopulaire maatregelen door te drukken en zou liever zien dat een van zijn rivalen bij de verkiezingen - Moroz bijvoorbeeld - in de verantwoordelijkheid deelt. Begin deze maand liet hij weten geen bezwaar te hebben tegen de verkiezing van Simonenko of Moroz: “Het wordt een verschrikkelijk experiment, maar zonder dat experiment komen de punten niet op de i.”

Intussen verkommert 's lands economie. De staatskas is leeg. De problemen rond de belastinginning zijn de afgelopen maanden volledig uit de hand gelopen. De zwarte en grijze economie is in die korte periode volgens de opperste belastinggaarder, Mykola Azarov, opgelopen van vijftig tot zestig procent van het BNP, dertien tot vijftien miljard dollar. Bijna alle transacties in de zwarte sector worden in dollars afgewikkeld. Belasting wordt over al die miljarden natuurlijk niet betaald. Begin deze maand waarschuwde minister van Financiën Igor Mitjoekov dat de staat al in mei de hele begroting voor 1998 had uitgegeven en dat de schatkist nu leeg was. Azarov wist te melden dat in de Oekraïne 150.000 mensen een jaarinkomen van meer dan een miljoen gryvna (een half miljoen dollar) hebben, maar dat slechts zeven van die 150.000 Oekraïeners dat ook inkomen daadwerkelijk bij de belastingdienst hadden opgegeven. Buitenlandse investeerders laten het in zo'n situatie van financiële chaos ook afweten. Ook de verkoop van staatsbedrijven brengt niets in het laadje: de privatisering ligt al evenzeer stil.

Inmiddels besteedt de staat het weinige beschikbare geld geheel aan de uitbetaling van de lonen en pensioenen, en dan nog alleen aan het staatspersoneel in geselecteerde sectoren - leraren, onderwijzers, medisch personeel, politie en legerofficieren worden uitbetaald, de rest van het personeel in de staatssector niet. Hervormingen en infrastructurele projecten worden niet meer gefinancierd.

De voorzitter van de parlementscommissie voor financiën, Valentyn Symonenko, zei dat de Oekraïne “een begrotingscatastrofe” doormaakt: “Het land heeft absoluut geen geld meer.” Het is zelfs niet meer in staat de rente en aflossing op de staatsschulden te betalen.

Deze week heeft president Koetsjma zelf de zaken maar in de hand genomen door per decreet te gaan regeren en het parlement met zijn “vuile ruzies” het parlement te laten. “Het volk en de staat mogen niet de gijzelaars van de crisis worden die het parlement verlamt”, zei hij. Zijn eerste decreten betroffen een verbetering van het systeem van de belastinginning, een verlaging van de BTW om het bedrijfsleven een duwtje in de rug te geven en een versimpeling van de belastingregels voor kleine bedrijven.

    • Peter Michielsen