Mens en beest

Voetballers hebben hun subcultuurtjes. Je ziet het soms aan de zonnebril die ze dragen, aan de drank die ze nuttigen, aan het kapsel. Een enkele keer ook aan een trainingspartijtje.

Op het trainingscomplex in La Turbie wordt fel gestreden om positie en bal. Soms hoor je in de verte een scheenbeen kraken. Jaap Stam halfdood? Niets aan de hand. Er wordt gevloekt en getierd bij het leven. Oetlul, klojo, mispunt, papegaai, matennaaier zijn de meest voorkomende krassen op het ego. De mensheid wordt ruig geboren, en voetballers weten dat. Zelfs de Florentijn Wim Jonk ging zich deze week een keer te buiten. 'Haringboer', sneerde hij naar Cocu. Jonk is een brevierende voetballer, verder dan wat gregoriaans gemompel komt hij meestal niet. Maar ja, vertroeteling gaat soms langs het mes - het is des voetballers. De meeste jongens zijn na zo'n schertspartijtje alweer vergeten wat er is gezegd.

'Vuile verkrachter' is van een andere orde. Dat hoor je zelfs bouwvakkers niet roepen naar de medemens. Bouwvakkers kijken wel uit. Het beest in de onderbuik geeft nooit helemaal zijn geheimen prijs, zo ervaren zij wel eens op dakgoothoogte na een beetje te veel zon. Straks staan ze nog tegen zichzelf te schelden. Ook in de hogere wereld gaat het zaad niet zelden de revérence vooraf. Er wordt wat afverkracht in standaardhuwelijken, als meneer een tikkie lam van zijn Rotary-avond thuiskomt. Alleen, daar heet het niet verkrachting.

Guus zegt het ook: voetballers moeten gretig zijn. Hongerwoede is de sleutel van het succes. In trainingskampen en op WK-toernooien wordt niet geoefend in het strelen en overreden, noch in het laten dansen van de heup. Wie zachtjes uit zijn randen glijdt naar het tussentijdse bezit van de ander komt te laat. Hebben die bal, pakken die tegenstander. Razend moeten ze zijn, onze jongetjes van twintig. Grasvreters. Sommige coaches gaan nog verder: 'Ik zoek een moordenaar voor de Zestien.' Of: 'Zonder krengen, geen defensie.'

Na de training, na de wedstrijd moet de knop weer om. Dan wordt verwacht dat Kluivert, Davids en Frank de Boer uit het gas van de dood treden en als normale jongens de lift nemen naar normen en waarden. Vanavond geen gil meer, vannacht geen goal. Opeens horen ze, wachtend op een kier, zich gedeisd te houden tot de andere beschaving hen weer heeft omhelsd. De razernij moet ingeruild worden voor gerimpelde wijsheid. Een voetballer is wel getraind op souplesse, maar de carrousel van zielsverhuizingen kan ook wel eens een rad te veel worden.

Misschien kan Patrick Kluivert zichzelf niet meer volgen. Ook daarom mag hij niet helemaal alleen op zijn vermeende verleden worden aangesproken. In dat verleden hebben begeleiders, coaches, de hele voetbalcultuur zelf, en wie weet ook mama Kluivert, veel koud vuur geblazen. Adriaanse, Van Gaal, Van Praag, hadden ze niet een moordenaar in de Zestien nodig? En papa Kluivert was er niet meer om zoonlief te melden dat de schoot van een vrouw nog altijd een godsgeschenk is.

Staelens, proleet bij geboorte, heeft Kluivert niet alleen op zijn teelballen, ziel en trots getrapt, maar ook op de radeloosheid waarmee hij in het leven staat. Dan mag je als jochie een beetje onprofessioneel reageren. Dat een maffiose organisatie als de FIFA daar geen begrip voor heeft, is het zoveelste bewijs dat voetballers in het gelid van de lijfeigenschap staan. Als ze scoren zijn ze van het ereterras, als ze falen, binnen en buiten de krijtlijnen, zijn ze van de duivel.

Natuurlijk kan het anders. Ronald Koeman heeft ook een verleden met niet alleen maar nobele gebaren. Hij is nog steeds voor negentig procent voetballer. Meetrainend met de selectie blijft hij de gretigste van de groep. Hij wil nog alle ballen aan de voet en zou het liefst keeper, net en rots met een kanonskogel doorboren.

Buiten het veld is Koeman een meneertje geworden. Zelfs een beetje gestileerd naar le beau monde van Monte Carlo. Althans, hij kent het verschil tussen stamppot en de haute cuisine duizend keer beter dan zijn collega-begeleiders. Koeman heeft de persoonsontdubbeling - mens en beest naast elkaar - perfect doorstaan. Maar Ronald is een Groninger. Het Noorden als harnas, zou het? En: Ronald heeft nog een vader.

    • Hugo Camps