MAHLER

De eerste uitvoering van de originele versie van Das klagende Lied was vorig jaar oktober in Manchester de laatst mogelijke grote Mahlerpremière, tenzij een godswonder leidt tot het terugvinden van de vroege symfonieën, die Willem Mengelberg voor de Tweede Wereldoorlog zag in Dresden, de Duitse cultuurstad die in 1945 tijdens geallieerde bombardementen werd verwoest.

Das klagende Lied, een driedelige cantate voor koor, orkest en solisten, is het imposante 'opus 1' van de twintig-jarige Mahler en het fundament onder al zijn muziek. Mahler hoorde nooit de originele versie. Bij een latere bewerking schrapte hij deel 1 en werkte hij de laatste twee delen om. Het origineel van deel 1 kwam jaren geleden aan het licht. De sinds kort beschikbare manuscripten van 2 en 3 zijn nu speelbaar gemaakt door Reinhold Kubik, die daarop in het tekstboekje een uitvoerige toelichting geeft, naast inleidingen van Herta Blaukopf en Donald Mitchell.

De in 2 en 3 vele goed hoorbare verschillen met de gebruikelijke versie (destijds in deze krant uitvoerig besproken) zijn hoogst interessant. Mahlers revisie bracht verbeteringen, maar ook verslechteringen, zoals het schrappen van de jongenssopranen. Deze opname is duidelijk het meest besteed aan de echte Mahlerliefhebber die het werk goed in het hoofd heeft. Voor die liefhebber is deze opname door het Hallé Orchestra onder leiding van Kent Nagano verplicht.

Voor een eerste kennisname met Das klagende Lied zijn er betere, zoals uitvoeringen onder leiding van Chailly (Decca) of Simon Rattle (EMI). Ondanks duidelijke kwaliteiten is de soms wat te weinig markante en pregnante muzikale en vocale uitvoering van deze originele versie zeker niet de top. Niet alleen een deel van de professionele solisten (Urbanová, Rappé, Blochwitz, Hagegard) valt soms wat tegen, dat doen ook de twee Wiener Sängerknaben.

G. Mahler: Das klagende Lied. 3984-21664-2

    • Kasper Jansen