Kroonprins volop bezig met water; Team van zware 'specialisten' adviseert en informeert

Kroonprins Willem-Alexander hield gisteren in Amsterdam zijn tweede speech binnen korte tijd over watermanagement. Volgens zijn deskundig gehoor wist de kroonprins waar hij het over had.

AMSTERDAM, 20 JUNI. Water is meer dan water. Water bepaalt de ontwikkeling van een land en hoe wij onze omgeving ervaren. “Wie heeft nooit in stille bewondering ergens langs de waterkant gezeten, of op een boot naar de golven getuurd?”. En wat te denken van de watertorens, molens, gemalen, sluizen en stuwen? “Het zijn op en top Nederlandse monumenten waarmee we verantwoord moeten omgaan.”

Het zijn zinnen uit de tweede 'water-toespraak' in acht dagen tijd van kroonprins Willem-Alexander. De troonopvolger heeft er zin in. Vorige week donderdag in de Biesbosch, gisteren in de Amsterdamse Beurs van Berlage voor de fine-fleur uit de Nederlandse waterwereld, wilde de kroonprins laten blijken dat het geen holle frasen waren die hij vorig jaar september uitsprak. Toen repte hij tegenover televisie-interviewer Paul Witteman voor het eerst van zijn interesse in het zogeheten watermanagement, onder meer gewekt door opmerkingen van zijn vader.

Nederland en de wereld zullen de komende jaren nog meer van hem en het water horen, als kroonprins en zelfs misschien wel als koning. “Voor mij geldt dat ik mij er de komende tijd intensiever mee zal gaan bezig houden”, zei de kroonprins gisteren in een toespraak ter ere van de 40-jarige Nederlandse vereniging voor waterbeheer NVA. “Onderwerpen die daarbij aan de orde zullen komen zijn onder meer het beheer van zoetwatervoorraden en waterwerken in Deltagebieden”, zei de prins.

In 2000 zal hij een internationale waterconferentie in Den Haag mee helpen organiseren. Ook kondigde hij aan dat drie vooraanstaande geleerden uit de waterkundige wereld hem als een soort mentoren zullen bijstaan: professor W.A. Segeren, rector van een instituut voor post-academisch onderwijs in Delft dat onder meer de Wereldbank adviseert op het gebied van watervraagstukken, professor K. d' Angremond, hoogleraar waterbouwkunde (en ex-baggeraar) aan de Technische Universiteit van Delft, en dr.ir. G. Blom, directeur-generaal van Rijkswaterstaat. Zij moeten van de kroonprins geen expert maken, maar iemand “die een aardig woordje op dit gebied weet mee te praten”, aldus Blom.

Overigens is de lijst van assistenten daarmee nog niet compleet. De kroonprins noemde niet de ambtenaren van maar liefst vier departementen die hem op de een of andere manier terzijde staan. Het gaat daarbij om VROM en Verkeer en Waterstaat vanwege waterhuishouding en het milieu, maar ook dat van Ontwikkelingssamenwerking vanwege de kennis die daar bestaat over ondermeer internationale water-irrigatieprojecten, en uiteraard dat van Algemene Zaken dat het koninklijk huis altijd al begeleidt.

De eerste schreden van de kroonprins op watermanagementterrein werden gisteren in Amsterdam met enthousiasme ontvangen. “Natuurlijk las hij een tekst van anderen op, met een klein sausje van zichzelf erover heen. Maar dat geeft helemaal niet”, zei bijvoorbeeld Martin Jansen, docent aquatische ecologie en waterbeheer aan een HBO-opleiding milieukunde in Leeuwarden. “De kroonprins presenteerde een moderne, integrale visie op de plaats die water in de totale infrastructuur inneemt.” A. Segers, voorzitter van de Unie van Waterschappen, had zelfs een persoonlijke noot ontdekt. “De kroonprins kwam met een pleidooi voor teamwerk tussen de nu nog verbrokkelde instellingen in de waterwereld. Teamwerk is typisch een term uit de sportwereld. Die kent de Prins van Oranje toch goed?”