Kinderen voor het grijpen; Justitie laat Internetpedofielen uit onmacht hun gang gaan

Het Meldpunt Kinderporno opende twee jaar geleden de jacht op verspreiders van kinderfoto's op Internet. Met succes. Wekelijks komen er tien meldingen binnen. Toch overweegt het meldpunt zich op te heffen, omdat justitie zich geen raad weet met de doorgespeelde informatie. “We lijken een alibi om niets te hoeven doen.”

Dertig bezoekers zijn met elkaar in onderhandeling. Stuur een foto van klein bloot meisje onder de douche. Graag dan dat plaatje van twee naakte tienjarigen retour.

Koffie in een Jip en Janneke-mok; een werkkamer met een computer. Hier blijkt op maandagmorgen in een mum van tijd een pedofiel te vinden. Christine Karman, voorzitter van het Meldpunt Kinderporno op Internet heeft op verzoek laten zien hoe gemakkelijk dat is. Ze meldde zich op Internet aan in een babbelbox of 'chatroom' met de naam teensexpics. Meteen was het raak. Iemand uit Nieuw Zeeland vraagt nu: “Chem bros wants to trade do u?” - computerslang: 'Broeder Chem' wil ruilen, “jij ook?”

Christine Karman verzoekt voor de gelegenheid om “real special stuff”. Prompt is het antwoord: “Like what? Teens, preteens, fat? I got everything!” Karman vraagt om “real young”. 'Broeder Chem' meldt dat in voorraad te hebben, “real young with dad too”. En daar komen de eerste plaatjes van naakte tieners al. In open bloes. Met strooien hoed. Of onder de douche. “Dit is nog relatief onschuldig”, zegt Karman. “Dit is het voorspel.”

In de diepste krochten van Internet, in verscholen nieuwsgroepen, postbussen en chatrooms waar een pedofiel na lange, verkennende onderhandelingen terecht kan komen, is alles te zien. Karman doet zelf niet aan speurwerk. Maar ze krijgt de foto's regelmatig opgestuurd van Internetgebruikers die een melding doen van kinderporno. Over sommige zaken kan men kort zijn. “Akelig”, zegt ze. “Ook baby's.”

Het blijft niet bij foto's. In de Verenigde Staten zijn inmiddels mannen veroordeeld voor live misbruik op Internet. Kinderen werden in de buurt van de computer gezet en met een daarop aangesloten camera gefilmd: direct beeld voor andere Internetgebruikers. Zij hadden inspraak in de te verrichten handelingen.

'Broeder Chem' heeft intussen afgehaakt. “Argwanend geworden”, zegt Karman. Ze stelde kennelijk te veel vragen. “Ze zijn voorzichtig.” Karman zet haar computer uit.

Het Meldpunt in Nederland krijgt wekelijks ongeveer tien serieuze meldingen van nieuwe kinderporno die op Internet is gevonden, steeds vaker van mensen die daar stomtoevallig op stuitten. Hoe omvangrijk de hoeveelheid kinderporno op Internet is, weet niemand precies. Zeker is dat een pedofiel op Internet tientallen adressen kan vinden vol gelijkgestemden en duizenden foto's van kinderen. Het zoeken is eenvoudig, door voor de hand liggende Engelse trefwoorden in te tikken. Teens bijvoorbeeld. Of preteens. Hier worden foto's van kinderen verhandeld of geruild. Soms, zoals op de 'Largest Tiny Teensite', zal een rekening volgen. Ook wordt geruild met puntensystemen: de schokkendste foto levert de meeste punten op. Met die punten kunnen weer foto's van anderen worden gedownload: de gebruiker kopieert ze van Internet op de harde schijf van de eigen computer.

Dit is een veelgebruikte Internetdooddoener: Alles wat in de echte wereld gebeurt, gebeurt ook op Internet. “Behalve ordehandhaving”, zegt Christine Karman.

Enkelvoudige plaatjes

Het verspreiden van kinderporno, het openlijk tentoonstellen, uitvoeren, doorvoeren en het invoeren is in Nederland strafbaar. En het verspreiden van foto's op Internet wordt daartoe ook gerekend.

Zolang het om één exemplaar per afbeelding gaat, is het bezit van kinderporno in Nederland formeel niet strafbaar. Artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht verbiedt namelijk het “in voorraad” hebben van “een afbeelding”: zolang iemand maar één exemplaar per plaatje bezit kan dat voor eigen gebruik zijn. En dat mag. Zedenrechercheurs klaagden dan ook regelmatig dat zij personen met kasten vol kinderporno niet konden aanpakken, zolang die verzameling uit enkelvoudige plaatjes bestond.

Maar naar nu blijkt heeft onlangs, in april, de Hoge Raad hierover een opmerkelijke uitspraak gedaan. De zaak van een man uit Delft die door het gerechtshof in Den Haag was vrijgesproken van het bezit van “een afbeelding” van kinderporno, werd toen door de Hoge Raad terugverwezen naar het hof in Amsterdam. De Hoge Raad bleek van oordeel dat volgens de ratio van de wet met “een voorraad” en “een afbeelding” ook de kinderporno “voor eigen gebruik” wordt bedoeld.

De Amsterdamse zedenpolitie blijkt desgevraagd nog niet op de hoogte en vraagt opgetogen om een kopie van het arrest.

Wie kinderporno op Internet aantreft kan dat dus aan het Internet Meldpunt Kinderporno doorgeven. Het meldpunt sommeert daarna de gebruiker die de foto's heeft geplaatst ze via Internet te verwijderen. Gebeurt dit niet, dan volgt melding bij de Divisie Centrale Recherche Informatie (CRI). Karman: “Maar politie en justitie doen vervolgens vrijwel niets.”

“Men is er bij de CRI mee bezig”, zegt een woordvoerder van het ministerie van Justitie. “De CRI werkt aan een digitaal archief met kinderporno.” Maar in dat archief worden vooralsnog alleen beelden uit videofilms vastgelegd. “De CRI heeft één persoon die zich, parttime, bezighoudt met kinderporno op Internet”, zegt Christine Karman. “En die heeft nauwelijks genoeg tijd om onze aangiften op zijn bureau te leggen.”

De CRI wil, als gebruikelijk “om het geheim van de smid niet prijs te geven”, weinig meedelen over zijn werkwijze. Maar de woordvoerster erkent: “Het is zeker zo dat we te weinig capaciteit voor de meldingen over Internet hadden.” De CRI beschikt over 13 personen die moord en zeden in het algemeen onderzoeken. Slechts twee personen bij de CRI houden zich uitsluitend met kinderporno bezig - met alle kinderporno, waaronder die op Internet. “Binnenkort” komt er een kracht die zich fulltime kan richten op kinderporno op Internet, zegt de woordvoerster.

Het Internet Meldpunt Kinderporno, een initiatief van Internetgebruikers en providers, begon in 1996 nog met een optimistisch streven naar zelfregulering. Er waren Kamervragen gesteld over de (ruil)handel in kinderporno op Internet. Ook bleek via de provider XS4ALL ('Access for All') kinderporno te zijn verstuurd. Nederlandse providers en gebruikers ontwikkelden een procedure om Internet door gebruikers zelf te laten schonen zodat justitie er niet aan te pas zou hoeven komen. De vrees dat speciaal voor Internet wetten zouden worden ontworpen en dat wilde destijds niemand in de Internetwereld. De providers richtten, in overleg met de CRI, het Internet Meldpunt Kinderporno op - het eerste in Europa. Inmiddels hebben onder meer Groot-Brittannië, België, Duitsland en Finland meldpunten voor kinderporno op Internet. XS4ALL geeft de plaatjes van vijf bekende kinderporno-nieuwsgroepen niet meer door. Maar pedofielen blijven hun plaatjes via andere 'onverdachte' nieuwsgroepen verspreiden. “Ze worden overal weer aangetroffen, ook via XS4ALL”, zegt Karman. M. Wessling, woordvoerder van XS4ALL, reageert desgevraagd met: “Dat hoor ik nu pas. Het geeft wel aan hoe moeilijk ze zijn te bestrijden.”

De EU zal eind dit jaar 25 miljoen ECU uittrekken om samenwerking van deze meldpunten te stimuleren, verwacht F. de Bruïne, directeur informatiemarkt op het Directoraat Generaal 13 in Brussel, het Europese 'ministerie' voor telecommunicatie en informatiebeleid: “De Raad is in principe al akkoord, het groene licht verwacht ik aan het eind van het jaar, als de laatste technische punten zijn uitgewerkt.” Met het Europese geld moet ook een voorlichtingscampagne worden betaald, die Internetgebruikers moet wijzen op het risico van ongewenste sites met harde porno, kinderporno of racisme. Daarnaast zal een filtersysteem worden ontwikkeld waarmee bepaalde delen van Internet te blokkeren zijn. Zodat bijvoorbeeld ouders hun op Internet surfende kinderen kunnen behoeden voor porno of pedofielen.

Oppikken

Ervaren gebruikers zeggen dat het filteren van alle kinderporno of pedofielen onmogelijk is. Christine Karman zal haar kinderen van 8 en 10 jaar oud “nooit” zonder begeleiding van een volwassene over Internet laten surfen. “Voor je het weet maakt een engerd contact met ze, die ze dan later bij school staat op te wachten.” In de Verenigde Staten werd het fenomeen al bekend genoeg om er een naam aan te geven: hawking. Als een havik 'zweven' pedofielen op Internet op zoek naar kinderen. Eerst chatten, kletsen in een nieuwsgroep waar kinderen te verwachten zijn - niet moeilijk na het intikken van bijvoorbeeld het trefwoord child. Daarna wellicht een afspraakje maken. Het Meldpunt Kinderporno kreeg onlangs de eerste meldingen binnen: vier Nederlandse kinderen afzonderlijk werden zo op Internet opgepikt.

Terwijl in de rest van Europa meldpunten naar Nederlands voorbeeld worden opgezet, heeft het Internet Meldpunt Kinderporno al overwogen zichzelf maar op te heffen. “Wij lijken steeds meer op een alibi voor politie en justitie om maar niets te hoeven doen”, zegt Karman.

Maar is dat vreemd? Het uitgangspunt van het Meldpunt was toch zelfregulering? “Dat ideaal is inmiddels wel aan het slijten”, beaamt Karman. Aanvankelijk gaven ze verspreiders van kinderporno nog een week om de foto's van Internet te halen voordat aangifte volgde. Dat is inmiddels teruggebracht tot 24 uur. “En over echt schokkende foto's van bijvoorbeeld heel kleine kinderen lichten we de CRI meteen in.” Het Meldpunt overweegt nu iedere vondst voortaan zonder waarschuwing aan de CRI door te geven. “Alleen omdat er zo weinig met de meldingen gebeurt, hebben we het nog niet gedaan.”

In januari 1997 stelden de Kamerleden A. Korthals en A. van der Stoel (VVD) minister Sorgdrager (Justitie) Kamervragen over de doelmatigheid waarmee de CRI kinderporno opspoort. Aanleiding was een verontrustende uitzending van het KRO-televisieprogramma Ongelooflijke verhalen. Als Sorgdragers waarnemer erkende minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) op 25 februari: “Op het gebied van de informatie en coördinatiefunctie zijn een aantal zaken blijven liggen. Er zal op korte termijn een begin gemaakt gaan worden met een systematische opslag en structureel vergaren van informatie.”

“Politie en justitie geven kinderporno op Internet nog steeds veel te weinig aandacht”, zegt Jaap Hoek, projectleider kinderporno bij de Amsterdamse zedenpolitie. Hoek kan pas in actie komen na een seintje van de CRI. De CRI “treedt sinds enige tijd op als intermediair tussen het Landelijk Meldpunt Kinderporno en de regiokorpsen”, schreef minister Sorgdrager (Justitie) in november vorig jaar aan de Tweede Kamer. Aanleiding was opnieuw een tv-uitzending, deze keer van NOVA, die vragen opriep over de doelmatigheid waarmee de CRI kinderporno bestrijdt.

“Ik krijg nog steeds niet de indruk dat de CRI de informatie naar behoren aan mij doorgeeft”, zegt Jaap Hoek nu. Vorig jaar heeft hij maar één verspreider van kinderporno op Internet kunnen arresteren.

Het ging om een man met ongeveer twintig “niet al te schokkende” kinderfoto's. Pas enkele maanden later schrok Hoek echt. Hij kreeg contact met Belgische rechercheurs. Zij hadden een kinderfoto: dezelfde als was aangetroffen bij de man die Hoek had gearresteerd. Zowel het Nederlandse Internet-exemplaar van de foto als de Belgische afdruk waren door de maker genummerd. Hoek: “Het nummer op de foto van de Belgen was lager. Daaruit konden we afleiden dat de foto razendsnel over Internet moet zijn verspreid.”

Volgens Sorgdrager is de reguliere recherche, en niet de CRI, verantwoordelijk voor de handhaving van de zedelijkheidswetgeving op Internet. “De bevoegdheden voor de politie om op het net te rechercheren zijn in principe voorhanden”, schreef ze vorig jaar aan de Kamer. Maar het is voor gewone rechercheurs onmogelijk de weg terug te volgen die een foto als de Belgische, vermoedelijk al talloze malen gekopieerd en doorgegeven via chatrooms, op Internet heeft afgelegd. De virtuele ruilbeurs voor kinderporno is voor hen een vrijwel onontwarbaar labyrint. Alleen door permanent in een van de chatrooms te verblijven, is er enige kans op een 'heterdaad'.

Honkbalknuppel

“De verleiding is groot om zelf in chatrooms naar kinderporno te gaan zoeken en het resultaat aan de politie te geven”, zegt Karman. In de Verenigde Staten doet een groep die zich Ethical hackers against pedophilia noemt zich dat wel. Karman: “Ik neig er ook naar om de druk op justitie op te voeren. Maar aan de andere kant: ik ga op straat ook niet met een honkbalknuppel rondlopen.” Jaap Hoek van de zedenpolitie reageert met: “Dat moet ze niet doen. Wie zelf foto's van kinderporno van Internet trekt door ze te downloaden is strafbaar.” Hij voelt meer voor een landelijk politieteam voor de opsporing van kinderporno op Internet: “Met een aantal rechercheurs die permanent in de chatrooms surveilleren. Want in de afzonderlijke politieregio's heeft het nu geen prioriteit.”

“Naïef”, noemt de Haagse officier van justitie J. Mooijen dit voorstel. Zij is lid van de landelijke werkgroep kinderporno die het openbaar ministerie pas zeer onlangs heeft ingesteld. “Dat is hetzelfde als zeggen: er rijden zoveel boeven over de snelweg, dus zet maar wat rechercheurs bij de benzinestations.” Het Meldpunt Kinderporno noemt ze wel een belangrijk hulpmiddel bij de opsporing: “De politie kan nooit zoveel zien als de hele bevolking samen.”

Maar ook zij weet niet hoeveel Nederlandse verspreiders van kinderporno op Internet inmiddels daadwerkelijk zijn vervolgd. “Van horen zeggen weet ik van vijf zaken.” De werkgroep “inventariseert nog”, en heeft ondanks haar bestaan nog niet vergaderd. “Maar we gaan voor de zomer beginnen.”

Wel heeft Mooijen de juridische haken en ogen van de opsporing op Internet bestudeerd. Zij noemt drie “hordes die justitie moet nemen”. Allereerst is er een technische horde: Wie een foto op Internet wil zetten kan zijn sporen verduisteren. Door bijvoorbeeld een sluipweg te nemen via de netwerken van universiteiten of digitale steden.

Dan de juridische horde: “Veel digitaal verkeer komt via providers in het buitenland op Internet.” Japanse providers zijn bijvoorbeeld aantrekkelijk voor pedofielen in de hele wereld, omdat in dat land op het gebied van kinderporno veel is toegestaan. “Dus je moet rechtshulpverzoeken versturen om de gebruiker achter een Internetadres op te kunnen sporen”, zegt Mooijen. “Dat is al omslachtig, en als je al antwoord krijgt is de kans dus groot dat achter dat adres weer een adres in een ander land schuilgaat. Dan kun je weer opnieuw beginnen voordat je bij een adres in Nederland bent.” Infiltratie en zelfs pseudokoop van kinderporno door rechercheurs is volgens Mooijen al wel mogelijk in de opsporing van Nederlandse verspreiders van kinderporno op Internet. “Ik weet niet of het al gebeurt, maar na toestemming van de centrale toetsingscommissie van het OM kan het wel.”

De laatste horde die justitie volgens Mooijen heeft te nemen: “De bevoegdheid”. Lastig, zegt ze, maar net zo min onneembaar als de eerste twee. Kort samengevat komt het hierop neer: Als er al een Nederlands adres achter het Internetverkeer is getraceerd, welk arrondissementsparket is voor de opsporing dan verantwoordelijk? Als de Internetgebruiker woont in Groningen, zijn kinderporno over Internet verstuurt via een provider in Amsterdam, terwijl die plaatjes op Internet gevonden worden bij weer een andere gebruiker in Maastricht? En uit welke van de 25 Nederlandse politieregio's moeten de rechercheurs dan komen?

Er bestaan al vijf interregionale teams voor computercriminaliteit. Maar die houden zich voornamelijk bezig met fraude, computerkraken en grote drugshandelaren die informatie in hun computers opslaan. De Raad van hoofdcommissarissen pleitte onlangs voor “meer blauw op de elektronische snelweg”. Maar ook daar gaat het om digitale rechercheteams voor elk korps afzonderlijk.

“Terecht”, vindt Mooijen het verwijt dat justitie wat betreft kinderporno op Internet een trage start heeft gemaakt. “U moet mij niet vragen waarom dat nu pas is. Ik weet zeker dat de CRI ons de zaken zal gaan aanleveren en dat wij gaan vervolgen.”

Wie zich als Nederlandse pedofiel op Internet bekendmaakt, zegt Christine Karman, krijgt snel aanbiedingen. “Iedereen weet dat in Nederland nog veel kan. Eigenlijk zouden we de meldingen aan de FBI moeten doorgeven. Dan is de kans dat er wat gedaan wordt veel groter.”

Op Internet adverteert de 'Largest Tiny Teens Site' met: “Not U.S. based so they can get away with the youngest of youngsters”

Internet Meldpunt Kinderporno: (http://www.meldpunt.org); e-mail: (meldpunt@meldpunt.org)

    • Margriet Oostveen