'Ik houd zelf eigenlijk helemaal niet van aanstellerij'; Paul Haenen over zichzelf en zijn alter ego's:

Margreet Dolman, ds. Eppe Gremdaat, Buster Fonteijn, Emmy Kapoek - Paul Haenen schiep alter ego's 'omdat hij de wereld wilde zien'. Gesprek met een extreem flexibele twijfelaar over de omroepen, zijn nieuwe programma 'Dolman onder de Rijken' en een toekomst zonder alter ego's.

Toneelschrijver, hoofdredacteur, cabaretier, acteur, auteur, radio en televisiemaker Paul Haenen komt besluiteloos over. Het lijkt of hij hardop denkt als hij praat, en hem zelf nog weinig duidelijk is. Alsof hij voortdurend zijn gedachten ordent - waar er veel van zijn.

Het ene moment kan hij plechtig een verklaring afleggen, om die het volgende moment in verontschuldigende analyse te ondergraven. Hij is gevoelig voor stemmingen en meningen om hem heen, en met allemaal drijft hij even mee. Hij kiest niet snel koers, maar houdt opties open. “Sommigen willen de twijfel uit mij halen. Maar dat kan niet. Twijfel hoort bij mij.”

De nieuwste opmerkelijke zet van deze extreem flexibele persoon is zijn verbintenis aan Nederlands grootste commerciële zender RTL4. Eergisteren was daar de tweede aflevering te zien van zijn interviewprogramma Dolman onder de Rijken. Hierin bezoekt Haenen, verkleed als zijn alter ego Margreet Dolman, rijke mensen die hun fortuin op eigen kracht hebben vergaard. Hij is geprogrammeerd na de succesvolle soap The Bold and the Beautiful.

De wenkbrauwen vlogen omhoog in Hilversum. Paul Haenen bij de commerciëlen? Hij had voor veel omroepen gewerkt; voor KRO, NCRV, VARA, VPRO, noem maar op, maar voor de commerciële televisie nog nooit.

Nee, Paul Haenen hoorde bij de VPRO, de omroep waarvoor hij al dertig jaar met tussenpozen zijn programma's maakte. De vrijzinnige publieke omroep die zegt te staan voor vernieuwende televisie. Dáar was hij thuis. Bovendien had hij in het verleden herhaaldelijk laten weten programmasponsoring en sluikreclame gruwelijk te vinden, technieken die bij RTL4 gangbaar zijn.

Natuurlijk, ieder wist dat het niet altijd boterde tussen hem en de VPRO, en dat hij teleurgesteld was dat de VPRO zijn laatste idee niet wilde hebben - een dramaproductie waarin een moeder en een dochter over heden en verleden praten. Maar Haenen, zei hij vorig najaar tegen Opzij, “wil gewoon terug naar de publieke omroep en dan het liefst op Nederland 3, ondanks de problemen die ik met de VPRO gehad heb”. “Ik kan me toch niet voorstellen dat met al die uren zendtijd, er nergens een half uurtje per week overschiet voor mij?”

Nu doet hij ineens verbaasd over de ophef die zijn relatie met de commerciëlen veroorzaakt heeft. Zelf ziet hij het als incident. “Het zijn maar zes programma's en ze worden niet gesponsord. Bovendien vond ik het zonde met de ervaring die ik heb, helemaal niets meer voor de televisie te kunnen doen.”

Volgens hem is het er bovendien voor freelancers als hij niet gemakkelijker op geworden zendtijd bij de publieke omroep te veroveren. “Ze kiezen voor hun eigen mensen”, zegt Haenen. Dat komt volgens hem door de onduidelijkheid die de politiek heeft laten voortbestaan over de toekomst van het publieke bestel. Dat brengt de omroepen in verwarring. Moeten ze samenwerken of zich van elkaar onderscheiden? In de praktijk kiezen ze voor het laatste, signaleert Haenen. “Ik herinner me dat de NCRV een keer een programma van mij niet wilde hebben omdat ik te lang voor de VPRO gewerkt had.” En zo was er altijd wel wat.

In zo'n klimaat wil hij best met RTL4 in zee. Waarom niet? “Het is eigenlijk net als in het theater, de stap naar een grote zaal. In het begin is het even wennen, maar als je er staat, is het wel weer heel erg leuk.” Bovendien, zo zegt hij, hij kan toch altijd terug naar de publieke omroep? Vanaf september gaat hij weer meewerken aan het programma Spijkers, bij de VARA. En twee weken geleden solliciteerde hij nog openlijk naar meer, nota bene op de perspresentatie van zijn nieuwste programma. “Misschien kijkt er wel iemand naar Dolman onder de Rijken die zegt, goh mevrouw Dolman, het wordt hoog tijd dat u uw eigen praatprogramma krijgt”, zei hij toen.

“Het is natuurlijk een enorme stap voor me geweest”, bekent hij nu. “Omdat ik sinds mijn zeventiende voor de publieke omroep gewerkt heb. En trouw en idealistisch ben. Maar achteraf vind ik het toch terecht dat ik het gedaan heb.”

Hij begon op zijn zeventiende aan een carrière re in het openbaar. Een carrière met een roman, toneelstukken, verhalenbundels, columns, theatershows, televisie- en radioprogramma's. Samen met zijn compagnon en levensgezel Dammie van Geest runt hij het tijdschrift Mens en Gevoelens, maar ze hebben samen ook hun eigen theater waar kleine theaterproducties draaien - het Betty Asfalt Complex. Een Amsterdams pand aan de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam met marmeren gangen, gestucte plafonds, houten vloeren en veel rood pluche.

Het meeste wat hij doet, kan Paul Haenen goed. Zijn grootste talent is misschien wel het interviewen, maar gevraagd wat hem het dierbaarste is, geeft hij als antwoord; schrijven. “Het zou me eigenlijk best goed uitkomen als ik straks even niet op televisie hoef. Want schrijven vind ik heerlijk. Omdat je niet aldoor je nek hoeft uit te steken. Ja, als het toneelstuk in première re gaat, of als het boek uitkomt, dan wel, maar daarvóór zit je heerlijk te schrijven. Het is het allermooiste en het meest persoonlijke dat er is. Televisie, toneel, de rest is daar een afgeleide van. “Hoewel het na een tijdje thuiszitten ook waardevol is weer eens een reactie uit de zaal te horen.”

Want zelfs aan hetgeen hem het liefste is, zal hij zich niet committeren. Zelfs zijn uiterlijk wisselt voortdurend. Zijn voorliefde voor de metamorfose is groot. Paul Haenen heeft zich vaak verkleed. Voor zijn werk droeg hij pruiken op zijn hoofd, lippenstift op de mond en mat zich een breed scala aan stemmetjes aan. Hij is niet schizofreen, en houdt niet van travestie, maar wil zich gewoon af en toe in een ander persoon verliezen. Die wórdt hij dan ook volledig. Zo kwam hij al tot ons als Margreet Dolman, ds. Eppe Gremdaat, Buster Fonteijn, en Emmy Kapoek. Maar ook Bert, de ordelijke, uit Sesamstraat, draagt zijn stem.

Zijn vele gezichten vinden hun oorsprong in zijn jeugd. Zijn ouders hadden een slecht huwelijk, waarbij de jonge Paul als tussenpersoon moest fungeren. Hij loodste zijn moeder, die aan straatangst leed, door het leven nadat zijn vader het gezin verliet. Daarbij had hij nog zijn eigen worsteling met zijn homoseksualiteit en zijn grote eenzaamheid. Vriendjes had hij niet.

Hij was een nerveus kind, vertelde hij aan Opzij, en had de basale angst om naar buiten te gaan van zijn moeder geërfd. “Ik moet mezelf altijd forceren. Mijn eerste opwelling is gewoon lekker thuis te blijven. Maar van jongs af aan weet ik wat er gebeurt als ik toegeef aan die angst: een leven als dat van mijn moeder. En dat is het laatste dat ik wil.”

Hij schiep zijn alter ego's als hulpmiddel uit de stilte. Zij helpen hem ontsnappen aan zijn eigen verlegenheid. “Want je wilt toch de wereld zien”, zegt hij. Zonder hen is hij maar Paul en zit hij thuis. Met Emmy, Margreet, Eppe, Buster en Bert op zijn rug daarentegen, durft hij de wereld wél onbevangen tegemoet te treden. Hij blijft op ze teruggrijpen, zelfs nu nog, op 52-jarige leeftijd. “Ook voor dit laatste programma bij RTL4 heb ik er weer voor gekozen om als Margreet Dolman te gaan interviewen. Omdat ik het programma zelf niet bedacht had en niet wist wie ik tegen zou komen.”

Zijn typetjes vergemakkelijken niet alleen de vlucht uit zichzelf, hij gebruikt ze ook om de vele tegenstrijdige gevoelens die in hem huizen te kanaliseren. “Er gaat zo veel in me om wat ik niet kwijt kon.” Dominee Eppe Gremdaat staat voor het moraliserende in hem en zijn zucht naar saamhorigheid. Haenen brengt zijn boodschap als een morsige moralist met een vettige naastenliefde waarachter de kijker een onstilbaar libido vermoedt. Met de vaste openingszin 'Kent u die uitdrukking?' wijst hij zijn gehoor er in preken op zich socialer op te stellen en vaker naar de medemens om te zien.

Mopperkontje Buster Fonteijn, zoon van 'de bekende balletdanseres Margot Fonteijn', staat daarentegen voor het zeurderige in Haenen. En de twijfel. Haenen liet hem trouwen met Emmy Kapoek, die op haar beurt een uitlaatklep bood voor Haenens hysterische, opvliegende, onredelijke en neurotische kanten. Als Margreet Dolman ten slotte is Haenen brutaal, hartverwarmend, naïef en speels, een soort Dame Edna van de Lage Landen. “Dolman bestaat uit duizenden vrouwen”, zei Haenen ooit. “Maar het meest uit de vrouw in mezelf.”

Soms komt er een type bij, soms verdwijnt er weer een, het verbaast hem niet. “Ik heb ook nog een tijdje Milly Prangen gehad, een soort rokerig type. Maar zij is weer verdwenen. Omdat er geen werk meer voor haar was.”

Ze werken, zijn split personalities, zegt Haenen, omdat ze hem brengen waar hij wil zijn. “Dolman is een ideaal personage om mensen mee te interviewen. Haar voordeel is, dat ze een karakter heeft zonder twijfel. In mij zit die wel.” Zij ontstond in 1975, in zijn tijd bij Radio Amsterdam, en was zijn eerste personage. En ook de sterkste, met haar blonde pruik, hoge stem en kleurige twinsets. In haar perfectioneerde Haenen in de tweede helft van de jaren zeventig zijn talent mensen op hun gemak te stellen en aan het praten te krijgen. Dolman groeide uit tot de koningin van de sociobabbel met haar oeverloze begrip en warme persoonlijkheid. Zij heeft een eigen tijdschrift en de meeste fans van allemaal. “Op Talkradio heb ik elke zaterdag van twaalf tot twee een programma met Martijn van Stuyvenberg. Er bellen allerlei mensen. De een wil Bert spreken, de ander dominee Gremdaat, maar Dolman is het populairst. Zij is het toegankelijkst.”

De interesse voor mensen en hun gevoelens, die hij als Margreet Dolman tentoonspreidt, is slechts ten dele gespeeld. Ook als zichzelf, in zijn theatervoorstellingen, kan hij heerlijk tutten om niets met mensen in de zaal. Wat ze gedaan hebben die dag, waar ze bang voor zijn, of blij van worden. Dan doet hij zich niet voor als een typetje, dan is hij gewoon zichzelf. Die authenticiteit is af te lezen aan de gezichten in de zaal; de mensen voelen zich bij hem op hun gemak, zitten ontspannen op hun stoel en lachen veel.

Sommigen zien in hem meer dan een programmamaker. En zoeken professionele hulp bij hem. Haenen voelt zich daar niet gegeneerd bij. “Soms heb ik de hoop tot een soort steun te kunnen zijn. Het is voor mij meer dan alleen maar werk. Zoals bij een onderwijzer op school; je voelt dat je aan zo iemand veel kan hebben, zonder dat je meteen bij die man of vrouw uit gaat huilen. Zoiets is het. Een soort code, denk ik, iets ondefinieerbaars.”

De keerzijde daarvan is dat zijn programma's soms te veel kabbelen en weinig opzienbarend zijn. Haenens grote liefde is het prettige intermenselijke contact en daar hoort de confrontatie niet bij. Hij leidt de geïnterviewde zachtmoedig naar introspectie, berispen doet hij nooit. “Ik laat die persoon liever de grenzen bepalen. Het is alsof ik een schilderij van iemand maak. Dan wil je ook dat diegene het een mooi schilderij vindt. Niet dat het altijd flatteus hoeft te zijn, maar ik vind het toch wel heel erg leuk dat als je doordringt tot hun kern, ze zich in zo'n portret herkennen.”

Hij denkt vaak na over een toekomst zonder alter ego's. “Ik wil dat eigenlijk helemaal niet meer, die flauwekul van die verkleedpartijen. Ik zou wel weer heel graag een interviewprogramma willen doen zonder pruik. Als ik Margreet Dolman terugzie, kan ik mezelf heel irritant vinden. Wat idioot eigenlijk, denk ik dan, zo'n vrouw. Ik kan me best voorstellen dat mensen het verschrikkelijk vinden, die irritante stem. Zelf hou ik eigenlijk ook helemaal niet van aanstellerij. Dat is het dubbele ook. Ik heb een haat-liefdeverhouding met mijn personages.

“Ik ben er misschien wel aan toe om op een heel andere manier te gaan werken. Ik denk erover om meer te gaan schrijven voor anderen, in plaats van voor mezelf. Zo vond ik het bijvoorbeeld heel leuk dit jaar een toneelstuk voor Olga Zuiderhoek te schrijven, Ontkoppelde Hitte.

“Natuurlijk is het ook spannend zélf in zo'n rol op te gaan. En mensen te laten geloven dat dominee Gremdaat echt bestaat, en daar zélf ook in te geloven. Er zitten nog wel meer leuke kanten aan al die types. De gezelligheid bij de grime bijvoorbeeld, en de techniek die de figuren met elkaar kan laten spelen. Maar het is ook leuk om daar volkomen vanaf te zijn en terug te gaan naar de eenvoud. En dat hele drukke gezin dat ik al die jaren heb meegesleept te verlaten, en ze misschien nooit meer terug te laten keren. Ik wil zo nu en dan graag afstand doen van al die dubbelrollen, want ze kosten me best veel energie.”

En dan, als Haenen de besluiteloze: “Maar op de radio is het toch altijd wel weer heel leuk om met stemmen bezig te zijn. Dus misschien dat ik daar mijn personages toch nog wel laat voortbestaan. Daar hoef ik me ook niet te verkleden en het is toch wel heel prachtig als mensen bellen en vragen naar Dolman. Dat vind ik wel. Denk ik.”

    • Japke-d. Bouma