Historische hits

De kennis van de geschiedenis holt achteruit. De hoogste tijd om daar iets aan te doen met een zomercursus Hitsingles. Les 1: Vietnam.

De Vietnam-oorlog is de oorlog van de popmuziek. Andere oorlogen hebben nauwelijks sporen achtergelaten in de popmuziek. De Golfoorlog bijvoorbeeld, die in 1991 nog beter op de tv was te volgen dan die in Vietnam, leidde tot nauwelijks meer dan een vage verwijzing in Prince's 'Money don't matter 2 night': “So what if we're controllin' all the oil / Is it worth a child dying 4?”.

Van de oorlog in Joegoslavië is zelfs nog minder te merken in de popmuziek. In de Nederlandse popmuziek is deze oorlog zelfs spoorloos, hoewel het Nederlandse leger een beschamende rol speelde bij de massamoord in Srebrenica.

Het engagement is blijkbaar verdwenen uit de popmuziek, oorlog is al lang geen onderwerp meer van hits. Alleen in de periode 1961-1975, toen Amerika steeds verder verstrikt raakte in de oorlogen in Indo-China, was oorlog een belangrijk thema in de popmuziek. De lijst van oorlogspopnummers uit deze tijd is eindeloos, van Bob Dylans 'Masters of War' uit 1963 tot 'War' van Edwin Starr, nog steeds hét anti-oorlogslied bij uitstek: “WAR! What is it good for? Absolutely nothing! Say it again”.

Vietnam was voor de generatiegenoten van Bob Dylan het symbool van alles wat verderfelijk was aan de gevestigde orde. De oorlog in Vietnam was zozeer onderdeel van het bewustzijn van de peace, love and understanding-generatie, dat het zelfs uitgroeide tot een uitermate geschikt onderwerp voor hits. De bekendste Nederlandse Vietnam-hit is natuurlijk 'Welterusten mijnheer de president' van Boudewijn de Groot. Wie dit nummer uit 1966 nu weer hoort, wordt getroffen door de kolossale puberale verontwaardiging die kracht wordt bijgezet door de aanzwellende muziek.

“En u zult zo langzaamaan wel weten / Dat er mensen zijn die ziek zijn van het geweld”, zingt De Groot. “Die het bloed en de ellende niet vergeten / En voor wie nog steeds een mensenleven telt.”

Ten slotte zwellen de violen en de blazers aan en steeds feller zingt De Groot om te eindigen met “Droom maar fijn van overwinning en van macht / Denk maar niet aan al die vredeswensen / Mijnheer de president, slaap zacht.”

Zulke domineeszinnen dreunen wat al te hard, en dit komt niet doordat we nu leven in het tijdperk van de ironie. Dat het ook in de jaren zestig anders kon, liet bijvoorbeeld een jaar eerder Country Joe McDonald al horen met 'I-Feel-Like-I'm-Fixin'-To-Die-Rag', een gezellig hoempa-achtig folknummer dat geen hit werd in Nederland maar wel jarenlang als het Vietnam-lied bij uitstek gold. Hierin komen zinnen voor als “Be the first family on your block to have your boy come home in a box”, en elk refrein eindigt met de vrolijke uitroep: “There ain't no time to wonder why / Whoopee, we're all gonna die.”

Vietnam heeft zoveel indruk gemaakt, dat er ook na de val van de Zuid-Vietnamese hoofdstad Saigon in 1975 nog Vietnam-hits kwamen. In 1983 haalde Billy Joel zelfs de toppositie van de Top Veertig met 'Goodbye Saigon', een nummer dat, anders dan de titel doet vermoeden, niet over de val van Saigon gaat, maar de gevoelens van een Amerikaanse groep soldaten vertolkt en dramatisch eindigt met een massaal gezongen: “And we would all go down together.”

Twee jaar later bereikte Paul Hardcastle de eerste plaats van de hitparade met '19', een merkwaardig repeterend dansnummer waarop in discotheken druk werd gedanst, terwijl uit de luidsprekers het steeds herhaalde nineteen klonk met als toevoeging dat dit de gemiddelde leeftijd van de Amerikaanse soldaat in Vietnam was.

Maar het allerbeste Vietnam-nummer was geen hit en is geheel woordloos. In 1969 begon Jimi Hendrix zijn optreden op het Woodstock-festival met het spelen van het Amerikaanse volkslied en verweefde dit met een bombardement van gierende en dreunende gitaartonen. Achtentwintig jaar later doet het nog steeds de adem stokken.