Hikken, slikken en trappelen

ontwikkeling van de hersenen. cahiers biowetenschappen en maatschappij, 19e jaargang nr. 4. te bestellen door storting van ƒ 10,- op giro 154373 van de stichting biowetenschappen en Maatschappij, Rotterdam, onder vermelding van de titel.

De ontwikkeling van de hersenen is fascinerend omdat er zoveel en zulke ingewikkelde processen bij betrokken zijn. Zenuwcellen worden gevormd en verhuizen over grote afstanden dwars door andere groepen cellen heen, ze nemen een specifieke taak op zich en leggen kieskeurig contact met andere groepen zenuwcellen. Zo ontstaan hersengebieden met uiteenlopende specialisaties. Daarna sterven zenuwcellen massaal af als hun taak bij de opbouw van de hersenen vervuld is. Al deze processen zijn alleen in grote lijnen erfelijk voorgeprogrammeerd. Ze zijn heel gevoelig voor schadelijke invloeden van buitenaf, zoals straling, geneesmiddelen en giftige stoffen.

Aan de ontwikkeling van de hersenen is het jongste deeltje in de serie Cahiers Biowetenschappen en Maatschappij gewijd. Het schetst een beeld van de ontwikkeling van ons brein tot een netwerk van zo'n 100 miljard zenuwcellen, meer dan honderdduizend kilometer zenuwvezels en een geschatte opslagcapaciteit van 1.250 miljard bytes.

Aanstaande ouders zullen na lezing van dit boekje geen oog meer dichtdoen. Tal van ontwikkelingsstoornissen, al dan niet erfelijk, worden bij bakken tegelijk over de argeloze lezer uitgestort, terwijl de vraag hoe groot nu precies de kans op zo'n afwijking is vaak in de lucht blijft hangen. Alcohol tijdens de zwangerschap is in elk geval fout, zoveel is duidelijk. Het drinken van gemiddeld twee glazen per dag leidt al tot aantoonbare groeivertragingen en baby's met kleinere hoofden. Recent Leids onderzoek (1997) heeft ook laten zien dat inname van twee glazen witte wijn per dag leidt tot verstoring van de foetale slaaptoestanden en onderdrukking van de ademhalingsbewegingen.

Het babyballet komt al op gang bij zeven weken zwangerschap. Het embryo is dan vijf weken oud, want verloskundigen beginnen te tellen vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie. Zodra de eerste motorische structuren in het embryo zijn aangelegd, begint het te trappelen, drijvend in zijn vruchtwater, ongehinderd door de zwaartekracht. Verrassend genoeg vertonen deze vroege beweginkjes al grote gelijkenis met de bewegingen van een pasgeboren kind. Een foetus van dertien weken hikt en slikt, zwaait met armpjes en beentjes, draait het hoofd alle kanten op, maakt hand-hoofdcontact, rekt zich uit en gaapt, alles in miniatuur. Afwijkende bewegingspatronen kunnen vroege aanwijzingen zijn van een verstoorde ontwikkeling van de hersenen van de foetus, al staat dit onderzoek nog in de kinderschoenen.

Veel verder ontwikkeld is het onderzoek naar de bewegingspatronen van baby's van twee en drie maanden. Het Instituut voor Ontwikkelingsneurologie van de Rijksuniversiteit Groningen loopt hierin voorop. Aan de hand van opeenvolgende videobeeldjes van een trappelende baby laten onderzoekers zien wat een uitgebreid, sierlijk repertoire van vloeiende, complexe, gevarieerde bewegingen zo'n kleintje heeft. Niet alleen armen en benen, maar ook handjes, voetjes en heupen dansen volop mee. Kinderen met een spastische of verstandelijke handicap zijn al in hun eerste maanden herkenbaar omdat ze niet vloeiend bewegen, maar rukkerig of stram, op video beter herkenbaar dan met het blote oog. Ernstiger ontwikkelingsstoornissen uiten zich bijvoorbeeld doordat het kind wèl volop actief is, maar weinig bewegingsvariatie en bovendien weinig bewegingscomplexiteit vertoont, bijvoorbeeld met arm- en beenbewegingen in één vlak. Vaak kan de arts dan wel zien dat er iets mis is, maar nog niet wàt er mis is. Die diagnose kan vaak pas een half tot een heel jaar later worden gesteld.

In al zijn beknoptheid is dit boekje zeer informatief. En laat u niet afschrikken door het feit dat sommige stukken veel te moeilijk geschreven zijn, want voor uw hersenen geldt meer dan voor enig ander orgaan 'Use it or lose it', zoals prof.dr. D.F. Swaab, directeur van het Herseninstituut in Amsterdam opmerkt. Wat niet wegneemt dat hijzelf het echt te bont maakt. Zijn verhandelingen over de seksuele dimorfe nucleus van het pre-optische gebied, de centrale kern van de bed nucleus van de stria terminalis en de interstitiële nuclei van de hypothalamus anterior riepen bij mij in elk geval geen Aha-Erlebnis op. Omdat deze reeks boekjes bestemd is voor een geïnteresseerd, maar toch tamelijk breed en niet in de materie gespecialiseerd publiek kun je je afvragen of de formule, waarbij hoogleraren zelf over hun vakgebied schrijven, steeds de aangewezen weg is. Wat meer journalistieke inbreng kan in deze cahiers geen kwaad.