Heilige koe, zure melk

Een professionele rekenaar (45) uit Hansweert verzamelt informatie voor een goede pensioenvoorziening en klaagt over het gebrek aan deskundig en vooral onpartijdig advies in de markt. Hij stopte de lijfrente-offerte van een verzekeringsadviseur in de computer en ontdekte dat de verzekeraar slechts 80 procent van de inleg belegt en 20 procent kosten berekent. Door zelf maandelijks duizend gulden te beleggen tegen 8 procent komt er na 20 jaar een veel hoger bedrag op tafel dan de offerte aangeeft, berekent hij.

De adviseur relativeert deze uitkomst. Een particulier maakt een minder hoog rendement dan een verzekeraar, omdat de premie aftrekbaar van het inkomen is. Ik moet ook ergens van betaald worden. Via een verzekering, in plaats van beleggen in eigen beheer, heb je er geen omkijken naar. Er zit ook een premie voor het overlijdensrisico in de totale premie enzovoort.

Die argumenten overtuigen de briefschrijver, maar niet lang. 'Als ik zelf ga beleggen, betaal ik die 20 procent kosten niet, maar loop het belastingvoordeel mis. Daar staat tegenover dat ik kan doen met mijn geld wat ik wil. Is het voordeel van zo'n polis werkelijk zo gering?'

Ook een lezer uit Zwolle twijfelt. 'Niet doen, want door zelf te beleggen, behaal ik (mogelijk) belastingvrije koerswinst. Wel doen, want door het belastingvoordeel bij het afsluiten behaal ik per saldo een hoger rendement door de bijdrage van de fiscus. Bovendien stel ik de belastingbetaling uit, omdat de toekomstige lijfrente-uitkeringen pas belast zijn. Wat is waar?'

Een vader adviseert zijn pensioenloze zoon zelf een voorziening op te bouwen. Een goede beleggingsstrategie moet elk pensioenfonds kunnen verslaan. Is dat een goed advies?

Om met de laatste briefschrijver te beginnen. Een pensioenfonds biedt iets wat geen individuele verzekering of eigen belegging biedt: solidariteit. Deze vormen komen onder meer voor. (bron: Het Pensioenantwoordenboek; uitgever Samsom Bedrijfsinformatie) 1 Jong betaalt voor oud. De pensioenkosten door algemene salarisaanpassingen zijn voor oudere werknemers duurder dan voor jongeren. De verhoging moet immers over meer achterliggende jaren worden gefinancierd en de premies kunnen minder lang worden belegd. 2 Vroeg betaalt voor laat. Twee deelnemers met hetzelfde eindloon en een verschillende carrièreverloop ontvangen toch hetzelfde ouderdomspensioen. 3 Alleenstaand voor gehuwd/samenwonend. De premies zijn niet afgestemd op de verzekerde pensioenen, zodat alleenstaanden meebetalen aan de nabestaandenpensioenen van collega's. 4 Mannen betalen voor vrouwen. Vrouwen leven gemiddeld langer dan mannen, ontvangen daardoor langer pensioen en kosten dus meer. Toch betalen beide werknemers dezelfde premie wanneer hun salaris gelijk is. 5 Vrouwen betalen voor mannen. De kans dat een vrouwelijke werknemer overlijdt voor een mannelijke is kleiner dan andersom. Het weduwnaarspensioen is daardoor goedkoper dan het weduwenpensioen. Toch betalen vrouwen evenveel als mannen, bij loonafhankelijke premies. 6 Actieve deelnemers betalen voor pensioentrekkenden en slapers. De verhoging (indexatie voor welvaartsvastheid) van ingegane pensioenen en slapende rechten is meestal niet voorgefinancierd (er is niet van te voren voor betaald), maar wordt betaald uit beleggingsopbrengsten en premies van actieve deelnemers.

Op het punt van solidariteit is een pensioenfonds dus niet te kloppen. Daarom is het zo'n profijtelijk beleggingsinstrument. Wie daar niet aan mee kan doen, of werkt voor een onderneming zonder regeling, moet zelf iets regelen voor zijn nabestaanden (nooit uitstellen!) en zijn oude dag. Een fikse overlijdensverzekering kan de nabestaanden veel financieel leed besparen. Wanneer de gevolgen van dit risico zijn gedekt, komt de oude dag aan de orde.

De verzekeringswereld komt dan altijd op de proppen met de lijfrenteverzekering,waaronder de koopsompolis. Dat is hun heilige koe. Die lijdt een taai leven en teert op de fiscale roem uit het verleden. Nu de fiscus die verzekering heeft omgevormd tot een strak ingesnoerd fiscaal corset voor het leven, en er vele alternatieven (beleggingsfondsen) voor verzekeren beschikbaar zijn, kan men zelf beleggen overwegen. Vooral als alternatief voor een polis waarvan de verzekerde zelf het beleggingsrisico loopt.

Je mist dan weliswaar de premie-aftrek, wat bij 60 procent belasting een groot voordeel is, maar de zelf opgebouwde koerswinst is ook werkelijk belastingvrij en wordt niet belast via de lijfrente-uitkeringen. Daar komt bij dat de kosten gering zijn, men baas blijft over zijn eigen geld en geen extra premie betaalt voor het overlijdensrisico.

Overigens valt bij het afsluiten van een lijfrenteverzekering niet precies te berekenen hoe groot de voordelen en nadelen zijn. Niemand weet hoe lang hij zal leven, in welk belastingtarief, op hoeveel de toekomstige lijfrente komt, wat de beurs zal doen of hoe de overheid de wetten zal wijzigen en bijvoorbeeld individuele beleggingen voor de oude dag fiscaal net zo bevoordeelt als de lijfrenteverzekeringen, wat in enkele landen allang het geval is. Je weet dus nooit of die heilige koe straks zure melk geeft.