GEFOSSILISEERDE FAECES VERRADEN EETGEWOONTE T. REX

Amerikaanse en Canadese onderzoekers hebben in de buurt van het Canadese dorpje Eastend gefossiliseerde faeces van een vleesetende dinosaurus opgegraven (Nature, 18 juni). De coproliet, zoals gefossiliseerde uitwerpselen worden genoemd, bestaat voor 50 procent uit botfragmenten. Volgens de onderzoekers is het uitwerpsel geproduceerd door een tyrannosaurus, waarschijnlijk de vraatzuchtige Tyrannosaurus rex. Volgens de paleontologen geeft de coproliet nieuwe inzichten in de eetgewoonten van deze dinosaurus.

Het opgegraven object is 44 cm lang, 13 cm hoog en 16 cm breed. Het volume van het gefossiliseerde object is ongeveer 2,4 liter, maar de onderzoekers schatten het oorspronkelijke faecale volume groter omdat de coproliet in de loop van de miljoenen jaren waarschijnlijk is ingedikt.

Het fossiel bevat botfragmenten van 2 tot 34 mm groot. Uit de verdeling van de botfragmenten leiden de onderzoekers af dat het inderdaad om een coproliet gaat, en niet om uitgebraakt materiaal of botafval dat via een rivierstroom is samengebracht. Ook de fosfaatsamenstelling is kenmerkend voor coprolieten van vleeseters.

Uit de enorme omvang van het uitwerpsel concluderen de paleontologen dat het om een grote vleesetende dinosauriër moet gaan. En de enige die tot op heden in de Frenchman Formation bij Eastend is opgegraven, is Tyrannosaurus.

Uit de samenstelling van het bot concluderen de onderzoekers dat het opgevreten dier waarschijnlijk een bijna volwassen dinosauriër was. De botfragmenten wijzen erop dat het dier in de bek van T. rex in stukken is vermalen. En dat werpt nieuw licht op de voedselgewoonte van reptielen. Want die slikken hun prooi meestal geheel door. Het gevonden fossiel wijst erop dat T. rex zijn prooi wel degelijk eerst in stukken heeft gereten en vermaald voordat hij hem doorslikte, hoewel een enkele coproliet natuurlijk niet als representatief beschouwd moet worden, aldus de onderzoekers.

    • Marcel aan de Brugh