Examen

De stratenmakers leggen de straat open en in een soort keperbinding weer dicht, als ik gehaast de deur achter me dichttrek. Het zand stuift en ik fiets slingerend tussen de steenhopen. Maar halverwege de ochtend krijg ik het benauwd, zoek naar een telefoon, bel het kind bij de vriend. En hoor het dadelijk. 'Mm...' Een kind van achttien, een kind dat zelfstandig, een kind dat... - een kind dat al vanaf vier uur vanmorgen aan het kotsen is.

Want vandaag wordt er gebeld. Er wordt gebeld tussen drie en vijf uur. Er wordt opgebeld of ze gezakt is of geslaagd. “Mam? Kom je alsjeblieft naar huis? Die telefoon, als ik in m'n eentje moet gaan zitten wachten...”

Binnen een half uur ben ik terug, met een noodrantsoen van chocola, frisdrank, paprikachips en een video. Niet dat het helpt, behalve het laatste. Met een trillend kind in mijn arm op de bank, de gordijnen dicht, de video aan, 'Girl 6' van Spike Lee, keihard.

Het zou met deze video onmogelijk moeten zijn om nog aan iets anders te denken, maar al na enkele minuten staat ze op, gaat eerst bij mij op schoot zitten, houdt mij vast alsof we zinken, laat dan weer los, en loopt dan in het half uur daarna telkens van de bank naar de wc, en terug.

We doen eindexamen middelbare school. We. Ik haat dat we van ouders die praten als ze de zorgen van hun kind delen. Maar sinds ze overhaast bij mij is komen wonen, op Dierendag, net voor het eerste schoolonderzoek, hebben we ons een jaar lang voortgesleept van de ene naar de volgende tentamenweek, SO1, SO2, enzovoorts, tot en met 4, toen een maand niks en dan het centraal schriftelijk. Spreiding, jawel.

Zelfs met de goede cijfers die ze meestal haalt, lijkt het wel alsof we aan een bedevaart bezig zijn - het hangt uiteindelijk allemaal van de genade af. Het ene na het andere kind valt uit, wordt wit, hakkelt en stamelt bij teksten die ze anders kunnen dromen.

Om kwart over 3 gaat de telefoon. Nu al? Geslaagd. Ze staat in de kamer, de hoorn tegen haar hoofd gedrukt, haar gezicht vertrekt, tranen zie ik, ze luistert maar half naar de mededelingen die volgen, ze kijkt naar me, ze kan niet naar me toerennen want het snoer is niet lang genoeg, nog voordat de telefoon van tafel valt, heb ik haar opgevangen. Geslaagd.

    • Maria van Daalen