Een op de vijf wethouders afkomstig van lokale partij

ROTTERDAM, 20 JUNI. De lokale partijen zijn bij de onderhandelingen over wethoudersposten na de gemeenteraadsverkiezingen in maart van dit jaar verrassend sterk in de colleges van burgemeester en wethouders vertegenwoordigd. De PvdA is als winnaar uit de bus gekomen. D66 heeft verhoudingsgewijs nog veel meer wethouders verloren dan de partij al aan raadszetels was kwijtgeraakt.

Dit blijkt uit onderzoek van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), die de samenstelling van colleges van vrijwel alle 548 gemeenten heeft geïnventariseerd. Met dit onderzoek zijn voor het eerst definitieve cijfers over de colleges bekend.

Tot nu toe waren alleen cijfers beschikbaar uit steekproeven en cijfers van de veertig grootste gemeenten.

Het onderzoek is uitgevoerd door het onderzoeks- en adviesbureau SGBO van de VNG. De belangrijkste resultaten staan vandaag in het verenigingsblad Ng Magazine van de VNG.

Er is na de gemeenteraadsverkiezingen niet erg veel veranderd in de samenstelling van de colleges van burgemeester en wethouders. De positie van de drie grootste partijen, CDA, PvdA en VVD, is tamelijk constant gebleven. Alleen D66 heeft veel wethouders verloren: van de 117 wethouders zijn er nog 40 over. De lokale partijen hebben het in de onderhandelingen goed gedaan. Zij leveren 335 van de in totaal 1.726 wethouders, dat wil zeggen 19,4 procent. In de afgelopen periode hadden de lokale partijen 311 wethouders.

De groei van de lokale partijen is opmerkelijk. Onderzoeker Peter Castemiller: “Bij de vorige raadsverkiezingen in 1994 boekten de lokale partijen een spectaculaire winst. Hun succes werd doorgaans verklaard uit proteststemmen. Nu de lokale partijen zich bij de afgelopen verkiezingen hebben gehandhaafd, en de partijen ook in de gemeenteraden continuïteit hebben laten zien, worden ze voor vol aangezien.”

Kleine partijen slagen er doorgaans moeilijk in een wethouderspost in de wacht te slepen, omdat in de meeste gemeenten nu eenmaal te weinig wethoudersposten beschikbaar zijn.

Dat is volgens de onderzoekers ook de reden dat GroenLinks, ondanks de forse winst bij de raadsverkiezingen, toch niet veel meer wethouders heeft kunnen leveren. De partij is volgens de onderzoekers nog te klein om vanzelfsprekend een wethouder te leveren. GroenLinks heeft nu 41 wethouders tegen 25 in de vorige collegeperiode.

Van alle 1.726 wethouders zit 82 procent in gemeenten met minder dan 50.000 inwoners. De wethouders van de lokale partijen en ook van het CDA zitten vooral in deze kleinere gemeenten: de lokale partijen hebben 90 procent van hun wethouders in kleinere gemeenten, het CDA 87 procent. GroenLinks heeft slechts 48 procent van zijn wethouders in kleinere gemeenten, D66 65 procent.

In de portefeuilleverdeling is ook een lichte verschuiving merkbaar, aldus de onderzoekers. Waar de CDA-wethouders doorgaans de belangrijkste portefeuilles beheerden, hebben na de onderhandelingen de VVD en vooral de PvdA hun achterstand ten opzichte van de christen-democraten ingehaald. De VVD heeft nu voor het eerst meer wethouders Financiën dan het CDA.

Pagina 3:Lokalen hebben vooral sport, recreatie, cultuur

De PvdA begint het aantal CDA-wethouders voor volkshuisvesting te benaderen. De wethouders van de lokale partijen zijn vooral actief in terreinen die direct het beheer van de gemeente raken, zoals cultuur, recreatie en sport. Met het wegvallen van D66 heeft het onderwerp bestuurlijke vernieuwing flink aan belang ingeboet: in 31 gemeenten is het geen zelfstandig beleidsonderwerp meer.Net als in de gemeenteraden is ook in de colleges van burgemeester en wethouders het aandeel vrouwen nauwelijks gestegen. Voor de verkiezingen was 17,6 procent van de wethouders een vrouw, nu is dat 18,0 procent. De onderzoekers schrijven dit resultaat vooral toe aan het verdwijnen van D66 uit veel colleges. D66 levert relatief veel vrouwelijke wethouders.

De gemiddelde leeftijd van de wethouders is 50 jaar. Tien procent van het aantal wethouders kwam op het pluche zonder eerst raadslid te zijn geweest. De VVD hecht volgens de onderzoekers het minste belang aan raadservaring van nieuwe wethouders. Eén van de acht wethouders is nieuw in de gemeenteraad. Van het verliezende D66 komen van de veertig wethouders er twee van buiten de raad.

    • Arjen Schreuder