Duitse mark

1948: Duitse monetaire hervorming. Iedere Westduitser kan de Rijksmark inruilen voor 40 Duitse mark. Een Amerikaanse dollar kost 3,33 D-mark. Oprichting Bank deutscher Länder, voorloper van de Bundesbank.

1950: Minister van Economische Zaken Ludwig Erhard verkondigt de vrije markteconomie: rantsoenering van levensmiddelen hoort tot het verleden. 1957: Bank deutscher Länder wordt Deutsche Bundesbank ('Buba'). 1961: Opwaardering D-mark. Een Amerikaanse dollar kost 4 mark, voorheen 4,20 mark. 1972: De EG-landen stellen voor het eerst bandbreedtes vast voor koerszwenkingen van hun munten (de 'slang'). 1973: De Europese wisselkoersen worden tegenover de dollar vrijgelaten, de koers van de dollar valt tot 2,66 mark. 1979: Bondskanselier Helmut Schmidt en de Franse president Giscard d'Estaing zetten eerste stappen naar Europese muntunie. Oprichting Europees Monetair Stelsel met vaste wisselkoersen. 1980: Karl Otto Pöhl wordt president Bundesbank. 1989: Europese Raad besluit tot Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) in drie fasen (Delors-plan). 1990: D-mark wordt betaalmiddel in DDR. Eerste fase EMU begint: in acht EG-landen wordt kapitaalverkeer volledig geliberaliseerd. 1991: In Maastricht leggen EG-landen convergentiecriteria vast voor de muntunie. Pöhl treedt terug en wordt opgevolgd door Helmut Schlesinger als president van de centrale bank. Raad van EU-ministers van Economische Zaken en Financiën akkoord met invoering Europese muntunie in 1999. 1993: Hans Tietmeyer wordt president Bundesbank. 1995: De toekomstige munt krijgt de naam euro. 1998: EU-staatschefs en regeringsleiders leggen vast, dat elf landen met de euro beginnen. De D-mark bestaat 50 jaar. 1999: Europese Centrale Bank in Frankfurt bepaalt geldpolitiek in Europa. Handhaving prijsstabiliteit is het belangrijkste doel van de bank. 2002: Invoering euro. Nationale munten verdwijnen in de EU.