De Wintel-bende

HOE JE HET ook draait of keert, de echte lakens op computergebied worden toch nog altijd uitgedeeld in de Verenigde Staten. En daar ontwikkelt Bill Gates zich tot een nieuwe O.J. Simpson. De grote vraag is of Microsoft onder aanvoering van Bill met de bril zich aan verboden monopolistische praktijken bezondigt, maar eigenlijk twijfelt geen mens daar meer over. Iedereen verheugt zich slechts op de manoeuvres en chicanes waarmee de partijen elkaar te lijf zullen gaan.

Om de feestvreugde compleet te maken is nu ook een andere bijna-monopolist, Intel, onder vuur komen te liggen. Intel maakt de Pentiumchip, die in bijna elke Windows-PC te vinden is. Intel en Microsoft versterken elkaar en vullen elkaar aan. Het zijn de Butch Cassidy en Sundance Kid van het wilde computerwesten, beter bekend als Wintel, een samentrekking van Windows en Intel. Het zijn vrijgevochten krachtpatsers, die al jaren zonder veel scrupules en zonder pardon de wet stellen. Vandaar dat iedereen het stiekem eigenlijk prachtig vindt dat de regering in het verre Washington eindelijk een troep marshalls het veld in heeft gestuurd om de orde te herstellen. Maar waar het gedoe destijds in het Wilde Westen voornamelijk van belang was voor de filmindustrie, hebben de gebeurtenissen die nu in het land van de homeopatische koffie plaatsvinden onmiddellijke gevolgen voor de hele wereld, voor zover die van computers gebruik maakt. En dat wil binnen afzienbare tijd zeggen: voor vrijwel iedereen.

Dat laatste komt door het Internet, in het bijzonder het World Wide Web, dat nu voor de meeste mensen nog een curieus speeltje is, maar zich al heel snel steeds dieper in het dagelijks leven nestelt. Het postorderwezen is zich al geruime tijd aan het verplaatsen van de brievenbus naar het Web. De creditcard, uitgevonden om in het financieel achterlijk georganiseerde Amerika toch betalingen buiten eigen buurt of dorp te kunnen doen, blijkt voor dat soort bedrijven ook op het Web het gebrek aan behoorlijke bancaire faciliteiten heel aardig te kunnen opvangen, waardoor het aantal financiële transacties via het Web naar verluidt explosief groeit.

Te voorzien valt verder dat bijvoorbeeld telefoonboeken hun langste tijd gehad hebben, zoals ze in Frankrijk verdwenen zijn na de introductie van de Minitel. Nu al kunt u via het Web bij tante Pos, of hoe ze tegenwoordig ook mag heten, elk nummer in Nederland moeiteloos opvragen. Waarom zou men dan eigenlijk nog een kleine maar vuistdikke en loodzware selectie uit al die nummers bij elke abonnee persoonlijk op de stoep komen leggen? Verder zit het er dik in dat veel van de onhandige automatische 'druk een één'-telefoonsystemen voor bestellingen, inlichtingen en reserveringen naar het Web gaan verhuizen. Dat levert de aanbieder veel betere presentatiemogelijkheden op. Het Web werkt bovendien sneller en overzichtelijker, wat prettig is voor de consument.

En dat is allemaal nog maar het begin. Over een paar jaar is een of andere Web-aansluiting dan ook net zo gewoon als de telefoon en televisie, en daarmee vermoedelijk ook geïntegreerd. Net als de computer zelf. Aan zo'n ontwikkeling valt uiteraard voor slimme jongens geld te verdienen. Ongelooflijk veel geld. Bijvoorbeeld voor degene die de sleutels van het Web in handen heeft. Die sleutels, dat zijn vooralsnog de browsers, zoals Netscape, Mosaic, Opera en de Microsoft Internet Explorer. De monopolieruzie tussen Microsoft en de Amerikaanse overheid gaat vooral over die sleutels. De verdenking is, dat Microsoft door koppelverkoop van Windows en de Internet Explorer alle andere browsers van de markt wil drukken, waarna Microsoft als enige sleutelbezitter kan doen wat het wil. Tol heffen, bijvoorbeeld, of de toegang tot bedrijven die de vriendschap van oom Bill gekocht hebben vergemakkelijken en die tot andere bemoeilijken. In de zaak tegen Intel gaat het er vooral om te voorkomen dat het ene bedrijf straks de prijs, de beschikbaarheid, en de ontwikkeling van de processorchips voor PC's kan dicteren.

Er zijn dus serieuze redenen om blij te zijn met het overheidsoptreden tegen de would-be computermonopolisten. Immers, zo'n monopolie treft ons als consumenten allemaal. Bij voldoende concurrentie, zo leert de filosofie van de vrije markt, houden de verschillende partijen elkaar in toom, waardoor wij ervan verzekerd zijn dat we steeds het best mogelijke product krijgen tegen de laagst mogelijke kosten. Verdeel de fabrikanten, en de consument heerst!

Dat klinkt mooi, maar er zijn meer partijen die moed vatten nu de posses uitrijden tegen de Wintel-bende. Dat zijn de grote fabrikanten van PC's, zoals Compaq, Dell en Gateway, die jarenlang jaloers moesten toekijken hoe de Wintel-bende goud maakte. Aan PC's valt maar weinig meer te verdienen, en bovendien waren fabrikanten van stand voor hun verkoop afhankelijk van de (dure) toestemming van Microsoft om het populaire Windows mee te mogen leveren, en van de bereidheid van Intel om 'echte' Pentiumchips te leveren, dus ze hielden zich koest. Nu het Wintel-pact scheurtjes begint te vertonen, proberen zij ook een graantje mee te pikken van de voorziene Internet-bonanza, door Windows te omzeilen. Zo komt de een in de loop van dit jaar met een toetsenbord met vier extra toetsen, die de gebruiker onmiddellijk, dus buiten Windows om, doorverbinden naar de eigen Internet-provider van de fabrikant, en naar sites die een van de overige drie toetsen gekocht hebben. Een tweede wil net zoiets doen door middel van een extra toetsenbalkje op ongebruikte beeldlijnen onderaan het beeldscherm. Dikke kans dat op die manier alsnog onze keuzevrijheid beperkt wordt tot de keuze door welke van drie of vier struikrovers we belaagd en uitgekleed worden.

De computer is allang geen zelfstandig apparaat meer, maar meer een soort verloopstekker tussen een mens en een wereldwijd arsenaal aan rekenkracht, en dat heeft gevolgen. Het roept zelfs om wetgeving die vrije toegankelijkheid van dat arsenaal beschermt. Dat is waarschijnlijk relevanter en belangrijker dan de krampachtige jacht op al dan niet vermeende misdaad op het Web waar werkgevers op dit moment vooral druk mee zijn.