De donkere kamer van de informatie

DEN HAAG, 20 JUNI. Kiezers opgelet! De informateurs treden volgende week uit hun donkere kamer. Na weken van geheimzinnigheid verbreken ze hun stilzwijgen en geven ze een persconferentie. Een persconferentie voor Kamerleden wel te verstaan.

In de Tweede Kamer zullen Kok, Borst en Zalm meedelen dat ze hard aan het werk zijn, goede voortgang maken en ernaar streven hun werk binnen afzienbare termijn af te ronden. Daarna is het sprookje ook meteen voorbij en hernemen ze hun zwijgzaamheid. Om zich vervolgens terug te trekken in hun donkere kamer.

Het was enigszins een vertoning, de wijze waarop de Tweede Kamer de informateurs deze week tot zich riep. De oppositie eiste hun komst, hoewel meer dan duidelijk was dat de informateurs weinig willen zeggen en metterdaad ook weinig zullen zeggen. GPV'er Gert Schutte wees er met gevoel voor parlementaire zuiverheid op dat de Kamer haar gezag niet vergroot als zij informateurs voor noppes naar het parlement haalt. Want informateurs werken in dienst van het staatshoofd: zij spreken pas als hun werk klaar is - mislukt danwel geslaagd.

Maar het zwijgen van deze informateurs wringt. Paars, tenminste de samenstellende delen die PvdA en D66 heten, heeft een pretentie van openheid. Wij zijn anders: moderner en democratischer, roepen beide partijen vaak. Neem onderhandelaar Thom de Graaf van D66. Nog geen twee maanden geleden, niet gehinderd door zijn huidige status, zei hij tijdens een gastcollege in Nijmegen dat het formeren van een kabinet “allemaal wat sneller, wat doorzichter, wat transparanter kan”.

Kijk alleen maar naar de “rare cultuur” met de informateur: er komen er steeds meer van en hun werk wordt steeds oneigenlijker, betoogde hij. Informateurs, die kon je missen. Als Paars na 6 mei weer een meerderheid kreeg, kon er “direct een regeerakkoord worden gemaakt”. Daar waren pre´-informateurs noch informateurs voor nodig, daarvoor kon de beoogde premier direct “aan de bak”, stelde De Graaf.

En de Kamer: die moest ruimhartig worden geïnformeerd. Na het opstellen van het regeerakkoord, maar vóór het aanzoeken van de bewindslieden wenste hij “een goed moment” om “gewoon open” in de Kamer over het regeerakkoord te praten. Tot zover De Graaf op 23 april in Nijmegen.

En wat zei de onderhandelaar van D66 afgelopen dinsdag in de Tweede Kamer, nadat Paul Rosenmöller van GroenLinks de informateurs had ontboden: hij zweeg. D66 sprak opeens via de mond van zijn fractiesecretaris. Desgevraagd zei de onderhandelaar van D66 nog wel dat hij “graag” wil meewerken aan het “zoveel mogelijk” inzicht geven in de formatie, maar dat die openheid “natuurlijk” beperkingen heeft als het gaat om “de individuele onderhandelingsposities”. Dat moest toch ook de oppositie kunnen billijken.

Een paarse coalitie is een reprise, als zij er komt. Paars I was bijzonder om zijn samenstelling, maar gewoon in zijn functioneren. Dat bleek al bij de formatie van '94. Voor het eerst verschenen toen informateurs in de Kamer, zij het pas nadat zij hun werk hadden afgerond. Ook toen was er weinig openheid in het formatieproces, en ook toen was de houding van D66 er één van 'wij zijn bijzonder', want wij werken in oude structuren aan nieuwe verhoudingen. De beslotenheid die Paars hanteerde, was onvermijdelijk, zei toenmalig onderhandelaar Hans van Mierlo. Formeren van een paarse coalitie was in de Nederlandse politieke verhouding zo veel als tovenarij. Of, zoals de uit D66-kring voortkomende informateur Jan Vis het in de Kamer formuleerde: zo'n “hachelijke” onderneming als het formeren van een paarse coalitie was niet gediend met “onderhandelen op straat”.

De informateurs Kok, Borst en Zalm zullen volgende week overwegend zwijgen, de onderhandelaars kunnen bij diezelfde gelegenheid onbelemmerd spreken. Zei PvdA-onderhandelaar Jacques Wallage niet dat hij “enorme zin” had in een debat. Zijn wens om te spreken, bleek bij nader inzien fake. Wallage had altíjd zin in debat, legde hij uit.

De enige die zijn positie helder hield, was Frits Bolkestein. Hij bleef ostentatief weg. Van de drie partijen voelde de VVD niks voor dit debat. De partij zou er volgende week ook liever niet aan deelnemen.

Het proces gaat goed, we maken voortgang, zeggen de onderhandelaars met vaste regelmaat. “Wat denkt u wel, wij zitten hier niet te toepen”, verklaarde Bolkestein woensdag. Had hij soms last van een kwaad geweten? Feit is dat de kritische termijn van zes weken voor het formeren van een kabinet inmiddels is verstreken. Het debat van volgende week mag dan bijzonder zijn, voor de voortgang van de formatie heeft het geen betekenis.

    • Kees van der Malen