Adviseurs regering oneens over Schiphol; RIVM bestrijdt conclusies CPB

DEN HAAG, 20 JUNI. De besluitvorming over de luchtvaart heeft nieuwe complicaties opgelopen. Gisteren publiceerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een studie over de groeimogelijkheden van Schiphol die haaks staat op een rapport van het Centraal Planbureau.

Ook dit laatste rapport werd gisteren openbaar. De bij de kabinetsformatie betrokken onderhandelaar Bolkestein toonde zich daar gisteren teleurgesteld over. “Natuurlijk vinden wij het jammer dat ze het niet eens zijn”, zei Bolkestein over de tegenstrijdige adviezen.

Het RIVM blijkt het hartgrondig oneens te zijn met de opvatting van het CPB dat Schiphol tegen het jaar 2010 zonder overschrijding van de milieunormen toch 60 miljoen passagiers per jaar kan verwerken.

Het Centraal Planbureau (CPB) en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) schrijven echter dat de veronderstelling dat 60 miljoen passagiers per jaar kunnen worden verwerkt op Schiphol, zonder inbreuken op de wettelijke milieugrenzen, “in het algemeen plausibel” kan worden geacht.

Volgens CPB en NLR is er nog heel wat speelruimte op Schiphol. Zo zou er aanzienlijke milieuwinst kunnen worden geboekt door de invoering van heffingen op lawaaiige vliegtuigen, en ook door een herconfiguratie van de banen op de Amsterdamse luchthaven.

De twee instituten zijn vooral hoopvol over de nieuwe mogelijkheden die de aanleg van een parallelle Kaagbaan zou bieden. Daardoor zou de Aalsmeerbaan dicht kunnen. Door de aanleg van een licht gedraaide tweede parallelle Kaagbaan zou de Buitenveldertbaan, die voor veel geluidshinder zorgt, buiten gebruik kunnen worden gesteld.

Het RIVM, dat vorige maand in een laat stadium betrokken raakte bij de studie naar de groei van Schiphol, vindt dat er niet van mag worden uitgegaan dat het tot extra geluidsheffingen zal komen. Het RIVM uit voorts twijfel over de verwachte reductie van de geluidsniveaus door de introductie van nieuwe technologie en plaatst vraagtekens bij de mogelijkheden van een nieuwe herconfiguratie. Het stelt dat de andere twee instituten hun opinies onvoldoende staven met berekeningen. Ten onrechte is volgens het RIVM bovendien op de geluidsnormen gelet en niet op aspecten als veiligheid en luchtverontreiniging.

De openlijke onenigheid tussen de onderzoeksinstituten plaatst de onderhandelaars en de informateurs bij de kabinetsformatie voor een dilemma. Zij hadden zich voorgenomen nog tijdens de formatie een besluit te nemen over de groei van de Nederlandse luchtvaart en over de vraag of er, en zo ja waar, een nieuwe luchthaven zou moeten komen om de verwachte groei op te vangen. Door de tegenstrijdige adviezen wordt dat alleen maar moeilijker.