Wonderkind tussen ijdele presidenten

Gore Vidal: The Smithsonian Institution. Random House, 260 pag. ƒ 44,50

Tot op de helft van het boek lijkt Vidals The Smithsonian Institution (genoemd naar het immense geschiedkundig en wetenschapsmuseum van die naam in Washington D.C.) weinig meer dan een virtuoos spel met de tijd, en een vehikel voor Vidals nimmer eindigende polemiek met Amerika's politieke en andere gevestigde reputaties. De vileine glimlach van de auteur is bespeurbaar vanaf de openingswoorden, het cliché 'Oorlogswolken pakten zich samen boven Europa' dat diverse malen zal terugkeren in het boek.

We schrijven dus het jaar 1939, wanneer het wonderkind T. zich meldt bij het Smithsonian voor een vooralsnog onduidelijke afspraak. Al snel blijkt dat het de vraag is of het ook werkelijk dat jaar ís. Want nauwelijks is hij binnen de muren van het eerbiedwaardige instituut aangeland of T. ziet de rouwstoet langstrekken die Abe Lincoln ten grave draagt, dezelfde Abe Lincoln (of is het wel dezelfde?) die hem vervolgens als een soort curator te woord staat.

De begaafde jongeling blijkt zijn buitengewone talent op het gebied van de quantum-mechanica in dienst te kunnen stellen van de fabricage van de atoombom en zijn werk in het Smithsonian brengt hem in contact met Robert Oppenheimer, zoals hij er ook kennismaakt met Hitler, Charles Lindbergh en Albert Einstein. Dat klinkt allemaal een beetje flauw en is het ook dikwijls, omdat Vidals terzijdes bij de tijd niet steeds boeiende literatuur opleveren.

Wat de zaak ingewikkelder maakt, maar ook leuker, is dat de poppen die de diverse exposities in het museum bevolken na sluitingstijd tot leven komen. Dat levert T. een even spannende als inspannende seksuele ontmoeting op met een indiaanse vrouw, die later weer geïncarneerd blijkt in de echtgenote van president Cleveland. De diverse Amerikaanse presidenten discussiëren als het publiek verdwenen is vrijelijk, met veronachtzaming van tijd en ruimte, over de Amerikaanse geschiedenis en hun aandeel daarin, en het is voor de kenners van Vidals essays geen verrassing hier enkele van de stokpaardjes tegen te komen die we uit die altijd weer vermakelijke opstellen kennen.

Er is tegen die tijd ook veel flauwigheid gepasseerd in dit boek. Maar wanneer blijkt dat de manipulatie met de tijd zich ook tot de toekomst uitstrekt, ontwikkelt zich een dimensie in het boek waarvan de lezer zich tot halverwege maar nauwelijks bewust was. Wie zich afvraagt wat toch de drijfveer van Gore Vidal mag zijn geweest tot het schrijven van dit virtuoze entertainment, krijgt namelijk op pagina 142 de sleutel als terloops in handen gespeeld. Daarvoor moet de lezer wel Vidals vorige boek, zijn enerverende en hoogst onderhoudende memoires Palimpsest, gelezen hebben, waarin hij vertelt over zijn jong gesneuvelde vriend Jimmie Trimble, de grote liefde van zijn leven, naast wiens graf in Washington's Rock Creek Park hij en zijn huidige partner Howard begraven zullen worden.

Op die pagina 142 wordt T(rimble) correct voorspeld dat hij op de eerste maart 1945 zal sneuvelen - waarna hij met uniform en al in de Military Exhibit in het Smithsonian zal worden tentoongesteld - als een dummy die T. al in een eerdere fase van het boek 'Help me. Help ons', heeft toegefluisterd.

Veel van Vidals fantasie zal vervolgens worden ingezet voor een alternatieve geschiedschrijving van die Tweede Wereldoorlog c.q. het afwenden daarvan. In een dialoog tussen de beide T's wordt de ware tragiek en de zinloosheid van het sterven van de één samengevat. 'Wat ik je probeer te zeggen is dat we die nieuwe wapens hebben ontwikkeld. Nog een jaar of twee en we knallen Japan de oorlog uit, dus wat je tussen nu en dan ook doet heeft geen zin.'

Het is misschien wel de sleutelzin van het boek; Jimmies dood was van nul en generlei invoed op het verloop van de oorlog. De overbodigheid van het verspillen van een veelbelovend leven. Vidal betreurt, volgens zijn memoires, 'tot aan het eind van zijn leven' de dood van deze Jimmie Trimble - tot wie zijn verhouding overigens platonisch van aard bleef. Het is echt Vidal om in deze roman geen sentiment toe te laten bij het verwoorden van dit treuren. Wat hij in plaats daarvan heeft gecreëerd is een ingenieus eerbetoon aan de gesneuvelde jeugdvriend, verpakt in een monument van intelligente fantasie. Zoals gezegd: het zal duidelijk zijn dat voorkennis van Palimpsest in hoge mate bijdraagt tot de appreciatie van deze roman; maar dat boek hoort sowieso tot de bagage van de liefhebbers van superieur vertelde Zeitgeschichte alsmede van achterklap op hoog niveau.

    • Jan Donkers