Wild tegen de Staat

Willem Oltmans: De Staat van Bedrog. Papieren Tijger, 271 blz. ƒ 32,50

Een klein dagboek met 74 bijlagen. Het begint in mei 1994 en eindigt in juni 1997. In het verslag van de tweede dag worden de rapporten van de Nationale Ombudsman als 'rotzooi' bestempeld, op de laatste bladzij wordt Hans Verploeg, de secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) 'een lafaard' genoemd.

De free-lance journalist Willem Oltmans slaat om zich heen. Wild, niet altijd trefzeker. In De Staat van Bedrog doet de 72-jarige auteur verslag van zijn juridisch gevecht met de Staat der Nederlanden, dat inmiddels zeven jaar duurt. In deze strijd krijgt de Staat gestalte, zelfs een gezicht, door de politici, de vertegenwoordigers van Buitenlandse en Algemene Zaken en de vroegere baas van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), die op verzoek van Oltmans voor de rechter in Den Haag moeten verschijnen. Zelfs leden van het Koninklijk Huis ontvangen een dagvaarding om te komen getuigen welke vernederingen de verslaggever zich allemaal bij diverse officiële gelegenheden heeft moeten laten welgevallen.

Oltmans wil tot het bittere einde gaan om het bewijs te leveren dat de Staat hem jarenlang het werken als journalist onmogelijk heeft gemaakt, op onjuiste, onzuivere gronden. De BVD, geleid door Docters van Leeuwen en al of niet op verzoek van de bewindslieden, heeft daarbij flink geholpen. De Utrechtse kantonrechter mr. J. Krol acht Docters van Leeuwen ongeschikt als topman van het Openbaar Ministerie, dat hij 'in anderhalf jaar tijd heeft omgebouwd tot een Oost Europees politbureau', schrijft Oltmans op 29 mei 1996. Hij voegt eraan toe: 'Op het moment dat ik dit bericht las, belde een verslaggever van Nieuwe Revu en ik zei onder meer dat Docters van Leeuwen mij eerder deed denken aan een Gestapo-chef dan aan de baas van een politbureau'. Totdat dit populaire blad die week verscheen had de NVJ alle steun verleend aan Oltmans. Maar met deze opmerking was Oltmans over de schreef gegaan. De bond verbrak de banden. De free-lancer kon dat een maand later met een officiële excuusbrief niet meer ongedaan maken.

Intussen gaat het gevecht tegen de Staat door. Op tal van onderdelen heeft Oltmans niet langer de schijn tegen. Hij is tegengewerkt. Er is bewust verkeerde informatie over hem verstrekt door de inlichtingendienst. Zo sterk dat hij Zuid-Afrika werd uitgezet. Zoveel heeft het proces voor de president van de Haagse rechtbank al wel duidelijk gemaakt. Het begon allemaal met 'een rode kaart' van minister van buitenlandse zaken Luns, die de met Soekarno bevriende Oltmans onbetrouwbaar vond. Zowel zijn optreden als zijn publicaties zouden het Nederlandse belang ernstig schaden. 'Als gevolg van deze Haagse terreur stond ik op mijn 67ste maandenlang letterlijk op straat', staat in de inleiding van dit dagboek. Gelukkig had een vriend nog een studio 'van zes bij zes meter' vrij en daar woont de free-lancer - wanneer hij in Nederland is - alweer bijna vijf jaar. Oltmans eist een 'fatsoenlijke' schadevergoeding van bijna drie miljoen gulden. Wie zich door zijn eenzijdige en verontwaardigde notities in De staat van bedrog heeft geworsteld, houdt er het gevoel aan over dat de onverschilligheid die de eerdergenoemde instanties aan de dag legden, een boete verdient.

    • Harm van den Berg