Wie voedt zwarte markt met WK-kaartjes?

ROTTERDAM, 19 JUNI. Andrew is een Schotse voetbalfan die in Mexico woont. Omdat hij op 10 juni de openingswedstrijd van het WK in Parijs wil bijwonen, bestelt hij zes weken van tevoren bij een ticketbedrijf in het Amerikaanse Houston een kaartje. Dat kost hem 650 dollar (1.300 gulden). Het kaartje wordt pas de dag van de wedstrijd zelf geleverd in de Franse hoofdstad.

In het stadion zit Andrew naast een Fransman wiens vriendin het kaartje dat Andrew nu heeft destijds kocht bij een lokaal voorverkoopadres voor 500 Franse franc (165 gulden), waarna het dus acht keer zo duur via de zwarte markt in de Verenigde Staten is terechtgekomen en uiteindelijk weer in Parijs. Op het kaartje staat ook de naam van de oorspronkelijke eigenaresse: Mlle. Dossa.

De internationale kaartjescarrousel draait op verschillende manieren:

De internationale voetbalassociatie FIFA voorziet nationale bonden op verzoek van kaartjes voor uiteenlopende WK-wedstrijden. De bonden, veelal in ontwikkelingslanden, verkopen de kaartjes waarvoor ter plekke geen markt is door aan tussenhandelaren op de internationale zwarte markt;

Franse particulieren verkopen kaartjes die ze bij de reguliere voorverkoopadressen hebben bemachtigd aan dezelfde tussenhandel;

Louche tussenhandelaren zeggen hun klanten kaartjes toe, incasseren het geld, maar leveren nooit. Zo is de WK-reis van duizenden Japanners in het water gevallen;

Valse kaartjes worden in omloop gebracht. Argeloze WK-bezoekers worden pas bij het stadion met de falsificatie geconfronteerd.