VNO toch in 'groene SER'

DEN HAAG, 19 JUNI. Private ondernemingen en maatschappelijke organisaties zouden al in een vroeg stadium bij de besluitvorming over grote projecten moeten worden betrokken. Dat kan veel tijd en geld schelen en bovendien het draagvlak voor grote besluiten in bijvoorbeeld de infrastructuur vergroten.

Dat stelt een aantal organisaties, waaronder de werkgeversorganisatie VNO-NCW, de ANWB en de Vereniging Natuurmonumenten, in een brief aan de informateurs. De organisaties onderstrepen dat het niet de bedoeling is de politiek het primaat van de besluitvorming te ontnemen, maar ze bepleiten wel een betere positie voor ondernemingen en maatschappelijke organisaties in het besluitvormingsproces. “De overheid moet meer een regisseur van de openbare ruimte worden, en wij, de spelers, kunnen die dan invullen”, aldus voorzitter H. Blankert van VNO-NCW.

De overheid moet de kaders aangeven waarbinnen de organisaties aan een oplossing kunnen werken en tevoren aangeven welke waarde ze aan die oplossing willen geven. “Het is niet de bedoeling dat we een dansje tussen de schuifdeuren doen en dan weer kunnen gaan, terwijl de politiek niet naar ons luistert”, aldus F. Evers van Natuurmonumenten. Begin deze week nog legden de informateurs een uitgewerkt akkoord van werkgevers en werknemers over de privatisering van de sociale zekerheid naast zich neer. Dat mag in een volgend kabinet niet meer voorkomen, stellen de organisaties.

De winst van het vroegtijdig betrekken van private partijen en maatschappelijke organisaties zit vooral in het grotere draagvlak voor ingrijpende beslissingen. “Ik ben ervan overtuigd dat de Betuwelijn er veel sneller was doorgekomen als de politiek in een eerder stadium naar ons was toegekomen”, aldus Evers. Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) pleitte vorig jaar al voor een ruimtelijke ontwikkelingspolitiek waarbij de overheid eerder met relevante partners moet overleggen.

Vooral de deelname van VNO-NCW aan dit project mag opmerkelijk worden genoemd. Enige weken geleden sprak voorzitter Blankert zich nog resoluut uit tegen een 'Groene Sociaal-Economische Raad'. Het grote verschil is dat de beoogde structuur nu een minder permanent karakter krijgt. “We bekijken per project welke organisaties het beste met elkaar om de tafel kunnen gaan zitten om snel tot een gewenst resultaat te komen”, aldus Blankert.