!Viva Viagra!; De potentieverhogende pil moet met gejuich begroet worden

De kritische reacties die Viagra, het nieuwe medicijn tegen impotentie, oproept, verbazen Rudy Kousbroek. “Het is au fond weer die litanie van: 'Als God goedvond dat U nog aan seks deed gaf hij u wel een erectie'. ”

In een van de autobiografische boeken van Gabriel Voisin - ik heb ze hier niet bij de hand maar als ik me goed herinner is het Mes dix mille cerfs-volants - beschrijft hij hoe hij met een nieuwe geliefde in Marseille de nacht doorbrengt en hoe tot beider smart en frustratie het wonder van de opstanding des vleses zich niet wil voltrekken.

De volgende dag komt hij langs een kerk gewijd aan Notre Dame du Bon Secours (dat moet wel dezelfde als Onze Lieve Vrouwe der Eeuwigdurende Bijstand zijn), en de gedachte valt hem in daar een kaars aan te steken. Hij kiest er een uit: de grootste die ze hebben, maar die moet wel speciaal geplaatst en aangestoken worden; de pastoor belooft hem dat te zullen doen.

Maar die nacht gaat het niet beter dan de vorige. Pas de volgende ochtend, wanneer het ontbijt wordt gebracht en hij het zijn aanbedene op bed wil brengen, dient zich onverwachts het verlangde mirakel aan; haastig zet hij de koffie en croissants weer neer om zich aan de veranderde situatie te kunnen wijden.

Later spreekt hij de pastoor van de kerk weer en deze verontschuldigt zich dat hij de kaars die avond niet meer aan had kunnen steken, maar pas de volgende ochtend vroeg.

Deze geschiedenis moge ons er nog eens aan herinneren dat het grote opstandingsmysterie onderworpen lijkt te zijn aan een ondoorgrondelijke willekeur. In de praktijk blijkt de Heilige Maagd lang niet altijd klaar te staan om geliefden die met dit probleem te kampen hebben haar reddende bijstand te verlenen. Het gaat hier niet om een totaal en permanent onvermogen zich in liefde te vermengen, maar om onvoorziene, soms gedeeltelijke en meestal voorbijgaande vlagen daarvan. Doordat mannen er niet mee te koop lopen zijn er weinig exacte gegevens, maar literaire evocaties bestaan er vrij veel. Guy de Maupassant heeft er suggestief over geschreven, evenals Rousseau, Goethe, Stendhal, Victor Hugo, Lawrence, Pavese om er maar een paar te noemen. Niet alleen in romans: onlangs heb ik de Souvenirs van Stendhal herlezen (fascinerende lectuur), en die bevatten duidelijke passages: 'Je la manquai parfaitement', noteert hij spijtig, 'fiasco complet'.

Afgaande op zulke beschrijvingen is het verschijnsel kennelijk nogal algemeen en niet a priori een kwestie van leeftijd; er zijn vermoedelijk maar weinig mannen die het nooit aan den lijve hebben ondervonden, bossen waar nooit een boom omwaait zijn er niet veel. Niet fataal maar wel leidend tot veel mismoedigheid en schaamte. Het is ongetwijfeld vaak aanleiding ervan af te zien een kennismaking te entameren of voort te zetten; echecs zijn vernederend en een bron van verdere complicaties is dat vrouwen vaak denken dat de reden in het tekortschieten van hun aantrekkelijkheden moet worden gezocht.

Veel zuchten en tranen dus, en je zou veronderstellen dat de uitvinding van een pil die het opneemt tegen deze moeilijkheden met niets dan zang en jubel zou worden begroet. !Viva Viagra! zou je geneigd zijn uit te roepen, eindelijk bevrijd, aanleiding tot grote dankbaarheid! Het is ook eigenlijk heel raadselachtig dat zo'n pil dan niet wordt gerekend tot de goede werken van Notre Dame du Bon Secours, maar zo denken gelovigen niet. Genot is zondig, plezier hebben mag niet, het is niets dan ach en wee en daar komt niets goeds van, wat ten hemel stijgt is doem en preuts gegiechel in plaats van dankgebeden.

'Mannen die in de rij staan voor de Viagra-pil doen dat uit prestatiezucht en machtsvertoon. Omdat ze het niet kunnen verkroppen dat er gebieden zijn in hun leven die zich slecht laten beheersen'. Deze uitspraak is tot mijn verbazing en teleurstelling afkomstig van Beatrijs Ritsema (in deze krant, 27.5.98). En het was niet een toevallige slip of the pen, een incidentele regressie, een tijdelijke verstandsverbijstering die haar dit deed schrijven: het past helaas allemaal precies in het klassieke patroon van hatelijke vooroordelen. Mannen worden op de bekende manier voorgesteld als zelfzuchtige monsters; gewoon mensenverdriet en tobben over schade aan liefdesrelaties wordt hun onthouden, zulke reacties hebben ze niet: 'Een man wordt boos omdat zijn instrument hem in de steek laat, zoals hij geërgerd raakt als zijn auto niet wil starten'.

Dit leidt tot een eenvoudige vraag: hoe weet Ritsema dat eigenlijk? Hoe komt zij er bij dat een man in dat geval niet gewoon ongelukkig en gefrustreerd is? Is iemand die insuline neemt omdat hij diabetes heeft vervuld van 'prestatiezucht en machtsvertoon'? Ritsema legt mannen kreten in de mond als: 'Er moet en zal perfectie heersen op het seksfront': waarom doet zij dat? Waar beschuldigt zij ze nu eigenlijk van? Immers, zelfs als het waar was: wat is er dan zo verwerpelijk aan dat streven?

Sex-appeal

Maar het is niet waar, de waarheid is eenvoudig dat iedereen zo goed en zo kwaad als het gaat probeert een beetje geluk te veroveren. De sleutel tot dit alles is misschien de uitspraak: 'Een man die zijn lust uit doordrukstrips betrekt verliest zijn sex-appeal'. Daarover is in de eerste plaats te zeggen dat het een denkfout is: het is niet de lust die uit de pil komt; het gegeven is juist dat de lust er wel is, maar dat de vervulling ervan wordt verhinderd. De kwestie is dus eigenlijk dat Ritsema het verwerpelijk vindt als een uitwendig middel daartoe in staat stelt. Het moet blijkbaar vanzelf gaan, van de natuur komen, anders deugt het niet, anders heeft het voor haar geen 'sex-appeal'.

Nog wonderlijker wordt het wanneer Ritsema concludeert: 'Zijn ontembare erectie is een even groot teken van behoeftigheid'.

Wat is dat nu weer voor onzin? Iedere erectie is als je het zo wilt noemen een teken van 'behoeftigheid', zowel voor jong als voor oud, dat ligt in de aard van erecties - wat is daar mis mee, en vanwaar trouwens dat 'ontembaar'? Wat daarmee gesuggereerd wordt is dat erecties van 'middelbare heren', zoals Ritsema ze noemt, in feite ongepast zijn (losgebroken, ongeoorloofd, ontembaar). Het is alsof zij wil zeggen dat alleen jongeren recht hebben op een erectie, au fond een pleit ten gunste van macho's. Wat hier weer om de hoek komt kijken is de grote exaltatie van 'jeugd', een context waarin de libido van alles wat niet jong is onlust oproept - zoals die slogan uit de dagen van Mei '68 in Parijs: Les jeunes font l'amour, les vieux font des gestes obscènes. Het wordt niet goed beseft hoe preuts en intolerant 'jeugd' in feite is; de bron is vermoedelijk de weigering de seksualiteit van de eigen ouders te aanvaarden.

Sporen van die oriëntatie troffen mij ook in het boek van de Groningse uroloog Mels van Driel *), en nog sterker in een interview in Humo met dezelfde schrijver. Hij beschrijft hoe hij als uroloog vaak wordt benaderd door mannen van zeventig en ouder die over erectiestoornissen klagen; 'en dan vraag ik me altijd af: Wat komen die mannen hier doen? Wat zoeken ze?' Het is duidelijk dat hij dan moraliserende antwoorden geeft, er op wijst dat het leven afloopt, organen verouderen, laten het afweten etc.

Ziedaar mijn beurt om iets ongepast te vinden. Dat zogenaamd niet weten wat die mannen komen doen en wat ze zoeken: de indruk is dat hij er wel wat aan kan doen maar dat niet nodig vindt. Stel je voor dat je zo'n antwoord van een osteopaath zou krijgen: ik kan u wel een nieuw heupgewricht geven, maar - het leven loopt af, organen verouderen - dat doe ik niet, want u hoeft toch nergens meer naar toe.

Het is au fond weer die litanie van: 'Als God goedvond dat u nog aan seks deed gaf hij u wel een erectie'. De vraag is niet of het mag, maar of het kan; kan het niet, dan houdt alles op, maar als het wel kan, spaar ons dan de zedepreken. Het is niet aan de hoefsmid om de ruiter te betuttelen, niet aan de oogarts voor te schrijven waar een brildrager naar mag kijken, de muziek waarnaar met een hoortoestel zal worden geluisterd is niet de zaak van de KNO-arts. Organen verouderen, maar de evolutie van de techniek - insuline, de bril, het hoortoestel, het heupgewricht en in casu de Viagra-pil - is er om in zulke gevallen te voorzien, om 'de grenzen te verleggen'; vroeger stond iemand van 50 aan het eind van zijn leven, nu is als gevolg van allerlei verbeteringen in voeding, leefwijze, geneeskunde etc. die leeftijd opgeschoven.

Iemand vertelde mij dat op de zender AT5, die ik hier niet kan ontvangen, een programma te zien was over Libelle-dames die de Viagra-pil bespraken. Het vraagstuk waarover zij zich bogen was: hoe komt het dat mannen over de hele wereld zo massaal reageren op Viagra? Hoon en spot: mallotig, belachelijk, slaat op niets, laat die mannen maar eens een boek lezen, e.d.

Wat hebben de mensen toch tegen seks, en tegen genoegen in het algemeen? Het wordt tijd dat iemand eens onomwonden zegt dat de liefde/erotiek zowat de enige blik in de hemel is die de mensen gegund wordt; wanneer komt er eens een einde aan die lange traditie van schraalheid, van verbieden, van iedere vorm van genoegen de kop indrukken en tegenmaken door de mensen er schuldgevoelens over aan te praten.

Dat brengt mij op nog een rare opmerking in de column van Beatrijs Ritsema: '...omdat ze hun vrouw denken te ontrieven met hun ejaculatio praecox'. Ten eerste: wat heeft ejaculatio praecox met Viagra te maken? Maar vooral dat 'denken te ontrieven': een onthullend terzijde. Waarom 'denken te'? Bedoelt zij dat het vrouwen helemaal niet ontrieft? 'Ach, die mannen in hun egocentrische waan, die denken maar dat ze hun geliefden tekortdoen, ze weten niet eens dat het vrouwen steenkoud laat.' Een andere betekenis kan ik er niet voor bedenken.

Tot slot, nog een andere reden om de komst van Viagra met gejuich te begroeten: het betekent nieuwe levenskansen voor allerlei dieren die nog steeds in achterlijke landen uitgeroeid worden om hun veronderstelde potentieverhogende lichaamsdelen en organen: er zou een steunfonds in het leven moeten worden geroepen om gratis scheepsladingen Viagra naar al die landen te sturen. O, moge Viagra geen fata morgana blijken te zijn, maar een Eeuwigdurende Bijstand zonder gewenning, verslaving, bijwerkingen, verkeerde inschattingen of dodelijke doses.

*) Het geheime deel, mannelijk onvermogen door de eeuwen heen, Arbeiderspers 1997.

    • Rudy Kousbroek