Veel en dure medicijnen voer voor formateurs

De kosten van de geneesmiddelen zijn een vast onderwerp bij kabinetsformaties. Steevast levert dat ook nieuwe maatregelen op om de stijging van de uitgaven hiervoor te beteugelen.

DEN HAAG, 19 JUNI. Elke keer weer blijkt dat de ingrepen van het vertrekkende kabinet wel hebben geholpen, maar dat ze niet konden voorkomen dat het budget voor de zorg in de apotheek wordt besteed. Zo ook ditmaal.

Het bedrag dat vorig jaar buiten de ziekenhuizen aan medicijnen werd besteed, blijkt bijna vierhonderd miljoen gulden groter te zijn dan voorzien, en dat terwijl er bij de raming al rekening was gehouden met een aanzienlijke groei. Dit jaar is de overschrijding zo'n zes- tot zevenhonderd miljoen gulden, schat de Werkgroep kosten geneesmiddelen van de ministeries van Volksgezondheid en Financiën in het rapport dat zij dit voorjaar voor het kabinet opstelde.

Toch blijkt de werkgroep niet ontevreden. Zij rekent voor dat door de ingrepen van het laatste kabinet-Lubbers en die van het kabinet-Kok er vorig jaar 'slechts' 5,8 miljard gulden aan medicijnen werd besteed. Had staatssecretaris Simons niet de vergoeding van medicijnen aan banden gelegd (door invoering van het geneesmiddelen-vergoedingssysteem) en was door minister Borst niet met een prijzenwet ingegrepen (de wet op de geneesmiddelenprijzen), dan waren de kosten in 1997 2,2 miljard gulden hoger geweest.

De maatregelen van de laatste twee kabinetten waren dus succesvol, constateert de werkgroep dan ook. Beide ingrepen moeten ook worden gehandhaafd, zo luidt het advies, al kunnen ze strakker worden gehanteerd. Ze zijn echter onvoldoende om de uitgaven in de hand te krijgen. De werkgroep stelt extra maatregelen voor. Zo zouden de uitgaven voor de medicijnen, net zoals die voor bijvoorbeeld de ziekenhuizen, lokaal of regionaal vooraf aan een maximum moeten worden gebonden. Ook moet elke invloed worden geëlimineerd van de farmaceutische industrie op het voorschrijven door artsen en het leveren door apothekers.

Verder zouden regionale inkoopcombinaties van artsen en apothekers of onder regie van verzekeraars de medicijnen moeten aanschaffen en daarbij forse kwantumkortingen bedingen. Tenslotte wil de werkgroep het al op veel plaatsen bestaande overleg tussen huisartsen en apothekers over welk medicijn bij welke diagnose zou moeten worden gegeven institutionaliseren en uitbreiden met specialisten en ziekenhuisapothekers.

Het zijn bijna allemaal maatregelen die ook worden genoemd in het document waarover de informateurs met de onderhandelaars en hun fractiespecialisten nu onderhandelen. Maar overschrijdingen zijn niet altijd te vermijden - en zijn voor een deel ook een kwestie van afspraken, zo blijkt uit de analyse van de bijna vierhonderd miljoen gulden die vorig jaar te veel is uitgegeven.

Zo bepaalt de Prijzenwet de prijs van een geneesmiddel aan de hand van die in de omliggende landen. De waardestijging van het Britse pond heeft daardoor geleid tot een extra uitgave van zo'n zestig miljoen gulden. Ook het beleid om patiënten zo kort mogelijk in het ziekenhuis te behandelen heeft gevolgen voor deze uitgaven aan medicijnen. De geneesmiddelen die een patiënt in het ziekenhuis krijgt, worden uit het hospitaalbudget betaald. Als de patiënt in de polikliniek door de specialist (verder) wordt behandeld of als de huisarts dat doet, dan komen de medicijnen uit de openbare apotheek en drukken de kosten op de post 'geneesmiddelen'. De werkgroep signaleert die ontwikkeling, maar weet nog niet om welk bedrag het gaat.

Niet meer dan zo'n vijf tot zes procent van de groei van de uitgaven voor geneesmiddelen komt voor rekening van de groeiende (en verouderende) bevolking. Veel belangrijker blijken de stijging van het aantal recepten en, vooral, het voorschrijven van duurdere geneesmiddelen te zijn, ook als deze niet beter zijn dan het goedkopere equivalent. Bijna een kwart van de uitgaven voor geneesmiddelen komt voor rekening van tien medicijnen tegen zes problemen, die dan ook nog eens grote 'groeiers' blijken te zijn. Het gaat om maagzuurremmers, cholestorol- en bloeddrukverlagers, cara-middelen, antidepressiva en insulines.

De greep van de farmaceutische industrie op het voorschrijven van medicijnen is groot, constateert ook de werkgroep. Huisartsen, maar vooral specialisten en in toenemende mate ook de patiënten(verenigingen), zijn het doelwit van beïnvloeding door de industrie. Het aanbieden van cursussen aan specialisten, deze in het ziekenhuis goed betaald onderzoek laten doen naar de werking van geneesmiddelen (onderzoek waarvan de wetenschappelijke waarde vaak discutabel is) en het verschaffen van bijvoorbeeld computerprogramma's zijn maar enkele manieren om hen te binden aan de fabrikant. Het kunnen vasthouden van de pen van de medisch-specialist in de polikliniek is goud waard, zo valt te lezen in het rapport 'Druk en tegendruk' dat vorige week door een groep apothekers werd gepubliceerd. “De enige manier voor een fabrikant om met zijn product een plaats op de markt te verwerven is door het voorschrijfpatroon van de arts te beïnvloeden.” En dat geldt vooral voor medicijnen die in vergelijking met bestaande (vrijwel) geen meerwaarde hebben of die, in bijvoorbeeld een andere dosis maar dan wel duurder, als 'nieuw' worden aangeboden.

De apothekers wijzen daarbij nog op een ander gevolg van het medicijngebruik: een fors deel van de kosten in de gezondheidszorg gaat op aan bestrijding van bijwerkingen van geneesmiddelen of van medicijnvergiftiging.

    • Quirien van Koolwijk