Van Schayk hoofdpersoon in eigen choreografie

Het Nationale Ballet: De bewerking van het stof (Sonnetten aan een broer, deel 3). Choreografie: Toer van Schayk. Muziek: G.A.P. Mealli, Louis Andriessen, uitgevoerd door Het Nederlands Balletorkest o.l.v. Thierry Fischer. Decor- en kostuumontwerp: Toer van Schayk. T/m 20 juni, Muziektheater, Amsterdam.

Optreden in je eigen kunstwerk was niet alleen aan een filmregisseur als Alfred Hitchcock besteed; ook bekende choreografen als Martha Graham en Merce Cunningham hebben als dansers acte de presence in eigen werk gegeven. Ze deden dat toen ze hoogbejaard waren en dat werd bijna vanzelfsprekend een pijnlijke vertoning. Je moet dan ook van goede huize komen om op je 62ste nog op het podium te durven aantreden. Choreograaf Toer van Schayk durfde het en hij is het belangrijkste personage geworden in zijn nieuwe ballet De bewerking van het stof, het derde deel van de trilogie Sonnetten aan een broer, die is opgedragen aan zijn broer die zelfmoord pleegde.

Het decor stelt een atelier voor en de kunstenaar die daarin de dansers in houdingen boetseert en de ruimte vormgeeft, is Van Schayk zelf. In zijn oude verfkleren, de verfspatten vers in zijn haar, danst hij hoogstpersoonlijk een eindje op met 'kunstenaarsmodel' Clint Farha om het gehouwen beeld gestalte te geven. Het samenvloeien van beeldhouwen, schilderen en balletten maken is een vruchtbaar idee, maar op je 62ste blijkt dat lichaam toch niet meer zo vloeiend en soepel te kunnen bewegen en zeker naast Farha wordt het contrast bijna fataal. Heeft Van Schayk zijn danscapaciteiten overschat of wilde hij zo graag een zelfportret choreograferen dat hij de afstand tot zichzelf niet meer kon bewaren?

Zonder een spoor van zelfrelativering geeft Toer van Schayk richting aan zijn kunstenaarsmateriaal: de dansers. Soms sleept hij ze letterlijk van hun plaats, dan weer wijst hij ze de weg in het atelier of geeft hij ze de opdracht een deel van een zuil te verplaatsen. De lieflijke barokmuziek van Giovanni Antonio Mealli wordt doorkruist door gedeeltes uit de opstandige en dynamische compositie The Workers Union (1975) van Louis Andriessen. Op de lieflijke barok worden ook de lieflijk saaie duetten gedanst terwijl het ensemble op Andriessen bijna agressief swingt. De twee werelden krijgen geen verbinding maar wisselen elkaar keurig af. Met veertien dansers tegelijk weet Van Schayk beter raad en hier en daar streelt zijn gebruik van de ruimte zelfs het oog.

Het probleem van De bewerking van stof is de aloude vorm of vent-kwestie. In de droge vormgeving van de bewegingen is veel moois te vinden maar zodra Van Schayk zijn scheppingsverhaal wil vertellen, verliest hij zijn kritische kunstenaarsblik en het bijbehorende vleugje ironie. Hij neemt zichzelf als kunstenaar zo serieus dat alle vooroordelen ten opzichte van kunst bevestigd worden: kunst is het grote gebaar voor gevoelige zielen. Pathetiek ligt op de loer. Zeker als je het afzet tegen de eerste twee delen van de trilogie: De omkeerbaarheid van roest uit 1994 en Spiegels bevriezend uit 1995.

In het eerste deel is Van Schayk op zijn best: een puur ballet met veel synchroon dansende dansers op ijzingwekkende mooie vioolmuziek, die overvloeide in traditionele Javaanse muziek. De omkeerbaarheid van roest zit ingenieus in elkaar omdat muziek en beweging elkaar aanvullen. Het is jammer dat Van Schayk die lijn niet heeft doorgezet in het derde deel van de trilogie en te zeer een verhaal heeft willen vertellen. In dans kun je nou net zo mooi een verhaal zonder verhaal vertellen.

    • Ingrid van Frankenhuyzen