Toenadering VS en Iran lastig

De Verenigde Staten hebben Iran deze week, aan de vooravond van hun treffen op een Frans voetbalveld, een olijftakje aangeboden. Teheran stelt zich afwachtend op.

ROTTERDAM, 19 JUNI. Iran heeft tamelijk koel gereageerd op het Amerikaanse voorstel te gaan werken aan normalisering van de onderlinge betrekkingen in antwoord op de veranderingen in het land sinds president Khatami aan de macht kwam. Laat eerst maar eens zien dat het jullie ernst is, is de teneur van de reacties op het aanbod van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, een “route” naar een normale verhouding uit te zetten.

Minister van Buitenlandse Zaken Kamel Kharrazi noemde afschaffing van de Amerikaanse economische sancties tegen de Islamitische Republiek als voorwaarde vooraf. De staatsradio somde een reeks andere maatregelen op die Washington zou moeten nemen: de sinds de val van de sjah bevroren Iraanse tegoeden vrijgeven, zijn steun aan de gewapende Iraanse oppositie beëindigen en “excuses aanbieden aan de Iraanse natie voor zijn verkeerde politiek van de afgelopen 50 jaar”.

“Tot de Verenigde Staten bewijzen dat ze bereid zijn een opstelling te kiezen die is gebaseerd op wederzijds respect en gelijkwaardigheid, zijn er niet veel mogelijkheden voor relaties”, zei Kharrazi gisteren. Hij wees in het bijzonder op de Amerikaanse oppositie tegen de bouw van een pijpleiding voor Kaspische olie die over Iraans grondgebied loopt.

Het gebaar van Albright - die zich tot dusverre altijd zeer sceptisch opstelde tegenover het groeiend aantal pleitbezorgers in de VS van een toenadering tot Iran - werd gisteren nog eens onderstreept door president Clinton. “Wat wij willen, is een werkelijke verzoening met Iran”, zei hij. “Wij geloven dat Iran op positieve wijze verandert, en dat willen we steunen.” Albright hield in haar toespraak echter uitdrukkelijk vast aan het Amerikaanse handelsembargo tegen Iran, zoals ze ook - een gevoelig punt in Teheran - de beschuldigingen herhaalde dat Iran zich aan staatsterrorisme schuldig maakt, aan massavernietigingswapens werkt en de rechten van de mens schendt. Overigens heeft Washington in mei besloten geen sancties af te kondigen tegen een aantal gas- en oliemaatschappijen, waaronder het Franse Total, die met Iran een gascontract ten bedrage van 2 miljard dollar hebben gesloten.

De Amerikaanse regering wordt bij de uitstippeling van haar koers tegenover Iran argwanend op de vingers gekeken door het Congres, dat de gijzeling van de Amerikaanse ambassadestaf in Teheran in 1979-1980, de steun voor internationaal terrorisme (het opblazen van Amerikaanse mariniers in Libanon!) en het herhaaldelijk gescandeerde 'Dood aan Amerika!' niet is vergeten. De Iraanse regering moet een nog grotere hindernis nemen. Zij moet rekening houden met een conservatieve factie waarvoor normalisering van de relaties met de 'Grote Satan' bijna zo erg zou zijn als afschaffing van de verplichte islamitische hoofddoek.

De regering van president Khatami heeft de steun van de overgrote meerderheid van de kiezers, maar de conservatieven beheersen nog altijd het parlement, de rechterlijke macht en de machtige paramilitaire Revolutionaire Garde. Zij zijn de laatste tijd in staat gebleken de populaire burgemeester van Teheran op beschuldiging van corruptie voor de rechter te slepen, en een succesvolle nieuwe krant die zich uitdrukkelijk aan de zijde van Khatami heeft geschaard, een verschijningsverbod op te leggen. Een groep Iraanse journalisten die Albright zou interviewen, zag zich deze week gedwongen de trip naar de VS af te zeggen omdat de conservatieven ertegen in het geweer waren gekomen. Een route naar normale relaties tussen Iran en de VS is zo simpel niet.

    • Carolien Roelants