Toch gelukkig

Wat in de neuroloog Oliver Sacks blijft frapperen, is zijn grenzeloze optimisme over het vermogen van de mens om zijn lot te beïnvloeden. We kunnen daar elke donderdag getuige van zijn in de schitterende BBC-serie The Mind Traveller, die de VPRO op een helaas te laat - omstreeks middernacht - tijdstip uitzendt.

Sacks vertelt in elke aflevering over een, op het eerste gezicht, treurig stemmend neurologisch ziektebeeld. Sommige van deze gevallen kenden we al uit zijn geschreven werk, maar de gefilmde gesprekken met de patiënten geven deze serie een grote meerwaarde.

Het optimisme van Sacks komt niet uit de lucht vallen. Hoewel je als kijker aanvankelijk met enige ontsteltenis de gruwelijke gevolgen van syndroom zus of zo beziet, word je langzamerhand meegesleurd door de blijmoedigheid en de vindingrijkheid waarmee de patiënten hun handicaps proberen te overwinnen.

Aan het einde van elke aflevering geloof je Sacks op zijn woord als hij iets zegt in de trant van: “Ik geloof dat het geluk voor deze mensen mogelijk is. Geluk volgens de definitie van Freud dat een mens gelukkig is als hij kan werken en liefhebben.”

Ook deze benadering kennen we uit Sacks' boeken. Zo schrijft hij in De man die zijn vrouw voor een hoed hield in het hoofdstuk over de lijder aan het super-Tourettesyndroom: “Vanaf zijn vroege kinderjaren ontmoet hij buitengewone belemmeringen bij de ontwikkeling tot een eigen persoonlijkheid. Het is een wonder dat hij hier in de meeste gevallen in slaagt; de krachten om te overleven, de wil tot overleven als een uniek, onvervreemdbaar individu, zijn immers absoluut de sterkste van ons wezen: sterker dan welke aandrift dan ook, sterker dan ziekte. Gezondheid, strijdbare gezondheid is meestal de overwinnaar.”

Projecteert Sacks misschien te veel zijn eigen onverwoestbare optimisme op deze patiënten? Laat hij weg wat niet verenigbaar is met deze visie? Dat kan een leek niet beoordelen, maar ter verdediging van Sacks moet in ieder geval alvast worden aangevoerd dat hij ook oog heeft voor de schaduwkanten van deze ziektegevallen.

Neem het geval van de Canadese schilder Shane Fistel, een Tourettelijder. Shane is een sociaal iemand, maar tegelijkertijd stoot hij mensen af met zijn bezeten, impulsieve gedrag. Ook in het filmportret door Sacks komt Shane naar voren als een gekooid mens, levend in een tragisch vacuüm dat hem tot grote eenzaamheid doemt. Maar Sacks zou Sacks niet zijn als hij niet tevens liet zien hoe Shane op sommige momenten met grote gulzigheid van het leven geniet.

Nederland kwam er in deze aflevering overigens goed af. Sacks vindt dat je landen een morele lakmoesproef kunt afnemen op grond van hun bejegening van Tourettelijders. “Nederland is zo'n tolerant land dat je er als Tourettelijder een goed bestaan kunt leiden.”

Zeer ontroerend was de aflevering over de lijders aan het syndroom van Williams, een zeldzame neurologische aandoening waarbij 'het zevende chromosoom' is beschadigd. De patiënten hebben rare gezichten met een ronde neus, ze kunnen niet goed tellen en ze hebben geen besef van tijd, maar daar tegenover staat hun grote taalgevoel en hun open, sociale gedrag.

“Er zijn geen vreemden, alleen vrienden”, zegt Heidi, de sleutelfiguur in deze aflevering. Sacks voelt zich een schutterig mens te midden van deze patiënten die met grote jovialiteit met elkaar omgaan. “Wees niet verlegen, meneer Sacks”, zegt een patiënt tegen hem.

In de aflevering van gisteravond liet Sacks zien hoe doofblinde mensen op basis van tastzin toch nog tot een bevredigende vorm van communicatie kunnen komen. Zijn slotzinnen waren alweer typerend voor hem: “Ik stond versteld van hun taaiheid. Toen ik tussen hen inzat, kreeg ik het gevoel dat ik de enige met een handicap was.”

    • Frits Abrahams