Schuiven en schilderen

Rob van Koningsbruggen T/m 30 juni bij Galerie Onrust, Planciusstraat 9a, Amsterdam. Di t/m za 14-17u. Prijzen ƒ 15.000 tot ƒ 32.000.

Anya Janssen 'Brainstorms' en Tjarda Sixma 'Statuettes' T/m 27 juni. Torch. Lauriergracht 94, Amsterdam. Do t/m za 14-18u. van ƒ 600,- tot ƒ 8400,-.

Ab van Hanegem T/m 1 juli bij Galerie Nouvelles Images, Westeinde 22, Den Haag. Di t/m za 11-17u. Prijzen ƒ 800.- tot ƒ 19 000,-.

“Ophangen moet je op je gevoel doen.” Galeriehouder Adriaan van der Have van galerie Torch in Amsterdam bemoeit zich er verder niet mee. Hij gaat weer achter zijn computerscherm zitten in zijn volgestapelde kantoorhok terwijl Anya Janssen (Nijmegen, 1962) haar rolmaat ter hand neemt om acht vierkante schilderijen in twee rijen van vier op gelijke afstand van elkaar te krijgen.

Op de doeken zijn naakten te zien waarvoor Janssen zelf model heeft gestaan, maar dat is ondanks het fotografisch realisme waarin zij werkt niet altijd goed te zien. De naakten zijn vanaf een hoog standpunt geschilderd en kijken vanuit de diepte met van angst vertrokken gezichten als het ware tegen de schilder op. In deze vernederende positie worden Janssens monsters als vanzelf gereduceerd tot kleine, verachtelijke wezens.

De acht schilderijen maken deel uit van de serie 'The parliament of monsters'. Janssen heeft er negen op een voorlopige prijslijst gezet; het zwakst bevonden monster doet dus niet mee in haar tentoonstelling die ze Brainstorms heeft gedoopt. Ook voor haar doek Too much water hast thou, poor Ophelia en een serie prachtige gouaches is geen plaats.

Janssen exposeerde in het verleden vaak samen met Tjarda Sixma en Mitsy Groenendijk. Ze maakten aan de sciencefiction ontleende voorstellingen en stonden gezamenlijk bekend als de 'Sirenen'. Nu doet nog wel Tjarda Sixma mee, die in de achterruimte van Torch haar nieuwste schilderijen toont, maar Mitsy Groenendijk is niet meer van de partij. “Door kinderen en huisdieren is hun ontwikkeling niet meer gelijk opgegaan”, verklaart Van der Have.

Na een SF-periode zit Janssen nu tot over haar oren in de horror. Haar schilderijen hebben de perfectie van Amerikaanse pocketboekomslagen. Dat ze de belangstelling van zowel Playboy, Opzij, De Groene Amsterdammer en het inmiddels opgeheven Kunst & Museumjournaal wist te trekken, zegt iets over de kracht en ruimte voor bespiegelingen van haar werk. Belangstelling en waardering te over, maar als ik in de catalogus een reproduktie aanwijs van een schilderij van een naakt, begroeid met elfenbankjes in een herfstig bos een van haar mooiste schilderijen, blijkt het doek, ondanks de lage prijs en belangstelling van verschillende musea, nog onverkocht.

Janssen laat in het midden hoe ze precies te werk gaat, al wil ze wel kwijt dat ze gebruik maakt van polaroids. Liever wijst ze op de inhoudelijke kant van haar werk. Wij mensen beschikken maar over een heel dun laagje beschaving. Daaronder gaan animale driften en instincten schuil. Het liefst had Janssen haar tentoonstelling vorig jaar in het Gemeentemuseum in Arnhem dan ook laten openen door Midas Dekkers. Toen die niet kon, vroeg ze iemand van het Dierenpark in Emmen.

In Torch, het toonbeeld van vernieuwende kunst, blijkt dat de schilderkunst nog lang niet heeft afgedaan. Ook Sixma, die zich aanvankelijk bezig hield met geënsceneerde fotografie en video, schildert al weer een jaar of zeven. Op fotorealistische wijze schildert ze porseleinen beeldjes van dierfiguren. Net als Janssen laat ze haar onderwerp beschijnen met felgekleurd licht als in een Italiaanse televisieshow. In een tweeluik bestaande uit Z.T. poesje + bloem, Z.T. hondje + bloem maakt ze mooi gebruik van een omkering van de kleuren geel en paars in achtergrond en licht. De detailleringen zijn chaotische schilderkunstige wondertjes, die van afstand bekeken een eenheid vormen met een rijke uitstraling.

De schilderijen doen aan de beeldjes van Jeff Koons denken die zelf voor de seksuele aantrekkingskracht van het 'koninklijke' materiaal porselein viel. Sixma verbeeldt het materiaal knap en voegt er bovendien nog een persoonlijke touch aan toe.

Taartpunten

Als er een schilder de afgelopen decennia keer op keer duidelijk heeft gemaakt dat een schilderij ook maar een stuk opgespannen doek is met verf erop dan is het Rob van Koningsbruggen (Den Haag, 1948). Bij Galerie Onrust zijn op dit moment zestien recente werken van hem te zien. Ogenschijnlijk zit er weinig ontwikkeling in het oeuvre van Van Koningsbruggen. Nog altijd maakt hij zogenaamde 'schuifschilderijen' die hij in een serie van minimaal twee doeken presenteert. Op een doorgaans simpele wijze schuift hij een vlak van een nog nat olieverf doek over een ander doek heen. Door de jaren heen is het geschuif weliswaar wat gecompliceerder geworden, maar het principe is hetzelfde gebleven. Ook kwast hij nog altijd taartvormige kleurencirkels. Maar in zijn 'taartpunten' zit nauwelijks nog enige stevigheid; ze lijken uiteen te vallen in een fauvistisch informeel kleurenfeest. De typische Van Koningsbruggen luiheid en nonchalance is gelukkig gebleven. Petje af voor de wijze waarop hij die tot in de perfectie doorvoert; de doeken waarop hij schildert lijken al voorbespannen gekocht in de schilderswinkel maar uit verschillende details blijkt dat hij de oningelijste doeken zelf opspant, net iets 'levendiger' dan de kant-en-klare.

Een veel drastischer ontwikkeling maakt Ab van Hanegem door. Dat is te zien in een uitgebreide presentatie van schilderijen uit de afgelopen vier, vijf jaar bij galerie Nouvelles Images in Den Haag. Het werk dat Van Hanegem in het verleden maakte had vaak iets weg van illustratiemateriaal bij een kunstgeschiedenisles. Op verschillende manieren werd ons duidelijk gemaakt dat we in schilderijen meestal naar een illusionaire wereld kijken. Eeuwen schilderkunst werden er vaak met de haren bijgesleept. In zijn recente doeken heeft het spel van gezichtsbedrog en letterlijk verbeelde gelaagdheid plaats gemaakt voor een veel grotere zelfstandigheid van de schilderijen zelf. The Californian Accident is een groot doek van bijna tweeënhalf bij twee meter. Van Hanegem heeft zich beperkt tot het vervlechten van slechts enkele voorstellingsloze, maar levendige vormen die in verschillende stijlen zijn weergegeven op een indringende lichtgroene achtergrond. Een geluk bij een ongeluk, zo zou je op titel en doek kunnen reageren.

Schilderkunst, zo blijkt maar weer, is springlevend en nog altijd geschikt om actuele thema's te verbeelden. Er moet nog iets veel beters worden uitgevonden dan beeldschermen en prints om het doek definitief te laten vallen.