PvdA en GroenLinks: 'Transport van kernafval stopzetten'

DEN HAAG, 19 JUNI. Nederland moet met onmiddellijke ingang de transporten van kernafval naar het Franse La Hague en het Britse Sellafield stopzetten. Ook moet er een meldingsplicht komen voor kerncentrales als er een verhoogde radioactiviteit wordt geconstateerd bij de opslagcontainers.

Dit stellen de fracties van de PvdA en GroenLinks naar aanleiding van berichten over Nederlandse vaten met kernafval die een verhoogde radioactieve straling zouden hebben. Het tv-programma NOVA berichtte gisteren dat er in 1995 in Groot-Brittannië twee zogenoemde 'zwetende' vaten uit de centrale in Dodewaard zijn ontdekt en in 1993 in Frankrijk één vat uit Borssele.

Het ministerie van VROM weet pas sinds een aantal weken van de besmette container in de Franse opwerkingsplaats Cogema. Van de 'lekkende' vaten in Groot-Brittannië weet het ministerie pas sinds enkele dagen. Pvda en GroenLinks willen volgende week met minister De Boer (VROM) in debat over de 'lekkende' vaten. Nog voor het zomerreces, dat eind volgende week begint, moet er een beslissing vallen over de transporten, stellen de beide partijen.

Het Kamerlid Feenstra (PvdA) wil dat De Boer beter geïnformeerd wordt door de kerncentrales en opslagplaatsen als er een verhoogde radioactiviteit geconstateerd wordt. “Nu blijkt dat de beide kerncentrales en de Kernfysische Dienst informatie achterhouden voor het ministerie. Dat moet veranderen. Het moet een automatisme worden dat bij dit soort incidenten de politiek gelijk op de hoogte gebracht wordt.”

Hoewel het bij de drie besmette vaten om een minimale overschrijding van de norm gaat, vinden PvdA en GroenLinks dat een oplossing voor het veilig transporteren en opslaan van vaten noodzakelijk is voordat meer kernafval naar de opslagplaatsen in Frankrijk en Groot-Brittannië worden vervoerd. De Boer vindt een stopzetten van het transport vooralsnog niet nodig, omdat er geen enkel gevaar voor de volksgezondheid is.

Kamerlid Vos (GroenLinks) noemt het verbazingwekkend dat de kerncentrales in Borssele en Dodewaard niet gereageerd hebben toen er in april dit jaar berichten uit Duitsland kwamen over soortgelijke 'lekkende' vaten. Op vragen die Vos toen stelde over mogelijke soortgelijke Nederlandse incidenten, antwoordde VROM in eerste instantie ontkennend. “Het ministerie zegt wel dat het om andere vaten gaat, maar feitelijk verschillen ze niet zoveel van de Nederlandse”, aldus Vos.

Ir. H.A. Droog, directielid van de electriciteitsproductiemaatschappij Zuid-Nederland waarvan de kerncentrale Borsele onderdeel uitmaakt, zei vanochtend dat zijn bedrijf nooit op de hoogte is gesteld van verhoogde radioactiviteit op de buitenkant van de vaten afval die naar Frankrijk worden getransporteerd: “Wij hadden die gegevens die het ministerie van VROM nu heeft bekendgemaakt niet.”