'Plaza-akkoord voor yen is noodzakelijk'

Japan moet herstructureren, maar heeft ook een zwakke yen nodig, vindt topeconoom Norbert Walter van Deutsche Bank. Dat vergt een yen-akkoord tussen het Westen, Japan én China waarmee alle partijen kunnen leven.

FRANKFURT, 19 JUNI. Terwijl in Azië de financiële crisis steeds grotere kringen trekt, koestert Europa zich in zijn economische herstel. De werkloosheid daalt, de economische groei trekt aan. Gaat de Azië-crisis goeddeels aan Europa voorbij? “De statistiek geeft de optimisten tot nu toe gelijk,” zegt Norbert Walter, topeconoom van Deutsche Bank in zijn kantoor in Frankfurt. “Er heerst in Europa de overtuiging dat Azië ons niet zal raken, omdat we een relatief gesloten economie zijn.”

Walter zelf is er niet gerust op. Hij somt de mogelijke Azië-effecten voor Europa op. Allereerst is er de betrokkenheid van Europese banken, vooral bij de wankele Japanse banksector. Walter acht het niet onmogelijk dat, als de probleemleningen zich opstapelen, Europese banken ook in de eigen regio terughoudender zullen worden met hun kredietbeleid.

Dan is er het directe effect van teruglopende exporten naar Azië, waarbij het gaat om zo'n tien procent van de totale Europese export. Maar dat is niet het enige gevolg van de Azië-crisis voor de Europese handel. “Europese bedrijven met vestigingen in Azië zullen gebruik maken van de gedaalde wisselkoersen om met daar geproduceerde goederen de Europese markt op te gaan.” De grotere importpenetratie kan worden versterkt als ook Aziatische bedrijven zich na verloop van tijd hervinden. Dan zal zich in diverse sectoren de wereldwijde overcapaciteit doen voelen.

Bovendien signaleert Walter wat hij het 'Q-effect' noemt. Q is een ratio die is bedacht door de Amerikaanse econoom James Tobin, en geeft aan wat de verhouding is tussen de beurswaarde van bedrijven en wat zij zouden kosten als zij nieuw zouden worden opgezet. In de VS en Europa zijn de beurskoersen zo gestegen, dat Q op zijn hoogste punt sinds eind jaren zestig staat: het is veel goedkoper om een bedrijf te stichten dan het op de beurs te kopen. In Azië is dat nu andersom. De beurskoersen zijn er zo gedaald dat Westerse bedrijven er op koopjesjacht gaan. Dat heeft volgens Walter wel tot gevolg dat de investeringen die zouden hebben plaatsgevonden als die bedrijven zouden zijn gesticht in plaats van opgekocht, wegvallen. En daardoor valt de export van met name kapitaalgoederen die voor het stichten van bedrijven nodig zijn, tegen. Met name Duitsland kan daar gezien zijn exportpakket waarin kapitaalgoederen een voorname rol spelen, last van krijgen.

Alles bij elkaar verwacht Walter dat de Azië-crisis Europa vanaf nu tot over een jaar zo'n 1 procent aan economische groei kan gaan schelen. “En dan heb ik het over wat we kunnen voorspellen dat er gebeurt in Azië.” Het kan erger worden. Walter onderschrijft de analyse die de Wereldbank-econoom Jean Michel Severino eerder deze week gaf, dat een verdere verscherping van de crisis in Azië wereldwijde gevolgen krijgt. Volgens Walter ligt de oplossing vooral in Japan. “Iedereen begrijpt dat Japan een zwakke yen nodig heeft. Maar er zal een balans moeten worden gevonden tussen het belang van Japan en dat van China.” Het Chinese dreigement om de eigen munt te devalueren als de yen verder zakt, leidde woensdag tot een Amerikaans-Japanse interventie op de valutamarkt waarmee de yen werd opgestuwd van ruim 143 yen, de laagste koers in zeven jaar, naar 136 yen. Walter beschouwt een koers van 140 yen als de balans tussen Japanse en Chinese belangen, en vindt dat de G3 (het overleg tussen de VS, Europa en Japan) China als nieuw lid moet uitnodigen. “Er moet een akkoord komen waarin de yen in de eerstvolgende drie jaar rond de 140 yen per dollar wordt gehouden, volgens de lijnen van het Louvre- en het Plaza-akkoord.” In die twee akkoorden werd de dollar, die in 1985 richting 4 gulden was gestegen, achtereenvolgens eerst afgetopt om vervolgens na een sterke daling in 1987 te worden behoed voor een verdere vrije val. Walter vindt dat een yen-akkoord moet worden ondersteund door een tussen de vier partijen afgestemd monetair en economisch beleid. Europa en de VS moeten daarbij hun rentes laag houden om de situatie in Azië niet te verergeren.

De grootste opgave daarbij is voor Japan, waarvoor Walter een radicaal recept bepleit. “We moeten ze vragen hun markten daadwerkelijk te openen. En wij moeten erin. Europese en Amerikaanse ondernemers moeten de kans krijgen zich in te kopen in Japanse bedrijven, ook de grote ondernemingen.” Zonder Europees en Amerikaans ondernemerschap zal het Japan volgens Walter niet lukken zichzelf weer op te richten. “Maar dan moet de overheid wel toestaan dat Japanse bedrijven door Westerse worden overgenomen.”

Van de maatregelen die tot nu toe zijn voorgeschreven verwacht Walter niet veel. Belastingverlagingen zullen in Japan nauwelijks leiden tot meer consumptie omdat de Japanse consument het vrijkomende geld liever spaart voor de oude dag. En ook een mogelijke opvolger van het in april gelanceerde economische stimuleringspakket zal volgens hem, gezien het matige succes van de vorige zes pakketten, nauwelijks effect hebben. “Als de eerste zes Viagra-pillen niet hebben geholpen, dan heeft het weinig zin om een zevende te nemen.”

    • Maarten Schinkel