Over de rooie

Hoe goed de opsporingsambtenaren van FIOD en ECD ook zochten, the smoking gun in de zaak BolsWessanen vonden zij niet. Niet in Blanje Bleu, het restaurant in Bentveld, tegenover het huis van de vermeende tipgever, de voormalig BolsWessanen-directeur Van N. Ook niet in het lokale café De Stinkende Emmer waar hij vaak een Camparietje dronk en soms een stukje at. “Alleen omdat ik tegenover het restaurant woon, moet ik hangen”, zei Van N. woensdag in de rechtszaal.

Het harde bewijs vonden zij ook niet bij drie optiehandelaren die eveneens vaak te gast waren in deze etablissementen. Zij verdienden plotseling veel geld aan putopties BolsWessanen en financierden daarvan onder meer een barbeque.

Een boekwerk vol circumstantial evidence (met de titel 'Elken dag een glaasje, zo pikt ieder z'n graantje mee') moet aantonen dat Van N. de tipgever was.

“Hij werd in Blanje Bleu 'meneer BolsWessanen' genoemd omdat hij dat was geworden”, zei de Officier van Justitie gisteren.

“Dat is een taalkundig fenomeen. Een kind wordt uitgescholden voor 'rooie' omdat zijn haarkleur dominant is.” Van N. was de informatietap voor geheim bedrijfnieuws van BolsWessanen.

Nog een argument van de officier. Na arrestatie van de verdachten in de BolsWessanen-zaak was er nooit meer zo extreem gehandeld vlak voor het uitkomen van een onverwacht persbericht. De inkt van het requisitoir was nog niet droog of BolsWessanen kwam woensdag met een persbericht waarin de winstprognose over het eerste halfjaar van 1998 wordt bijgesteld.

Misschien haalt De Graaff nu peinzend z'n handen door z'n ringbaard. “Waar was Van N. tijdens de schorsing van z'n zitting?”