Oud geweld doet nog steeds pijn

Karel ende Elegast. Vertaald door Karel Eykman. Prometheus/Bert Bakker, 112 blz. ƒ 29,90

Ysengrimus. Vertaald door Mark Nieuwenhuis. Querido (Griffioen), 262 blz. ƒ 12,50

Ondanks het 'gebrek aan herkenbaarheid', het bekende bezwaar tegen boeken uit tijden waarin we zelf niet voorkwamen, wordt er de laatste tijd veel literatuur uitgebracht van vóór 1850. Naast de prestigieuze Delta-reeks, met werken van Beets, Van Alphen en Van Maerlant, worden minder canonieke werken uitgebracht in de Griffioen-reeks van Querido; onlangs verschenen bijvoorbeeld Brief van een bejaard man van Justus van Effen, De tien vermakelijkheden van het huwelijk van Hieronymus Sweerts en een vertaling van het dierenepos Ysengrimus. Ook Prometheus heeft een reeks 'Nederlandse klassieken', waarin vooral middeleeuwse literatuur verschijnt: Mariken van Nieumeghen, Elcerlijc en De burggravin van Vergi.

Het laatst bracht deze uitgeverij Karel ende Elegast uit, dat van het Middelnederlands in hedendaags Nederlands werd omgezet door Karel Eykman. Eykman (1936) schreef een aantal bekroonde kinderboeken, en is vooral bekend van zijn bijbelbewerking in de kinderbijbel Woord voor Woord (waarvan binnenkort een nieuwe editie verschijnt). Eykmans bewerking maakt van Karel ende Elegast een spannend en vlot leesbaar verhaal, zelfs zonder het gebruik van eigentijdse uitdrukkingen.

Karel ende Elegast, dat wij kennen van de versie van 1350 maar dat al voorgedragen werd rond 1200, is een 'vraie historie ende al waer' over een samenzwering tegen koning Karel de Grote (742-814). Het is een van de weinige werken uit de 'Karelepiek' waarin de koning zelf de hoofdrol speelt; in het Roelandslied bijvoorbeeld speelt één van Karels twaalf paladijnen, zijn neef Roeland, de hoofdrol. In K & E wordt de koning in de nacht voor de grote hofdag gewekt door een engel, die hem beveelt uit stelen te gaan. Karel trekt onmiddellijk het woud in en ontmoet Elegast, een door hem verstoten leenman. Na een gevecht, dat de koning wint, besluiten ze samen te werken. Elegast breekt diezelfde nacht in bij Eggeric van Eggermonde, hij luistert een gesprek af in de slaapkamer en ontdekt zo dat Eggeric het plan heeft de koning te vermoorden. 'Karel wist toen hij dit hoorde / Waarom God hem het stelen had geboden: / Om te voorkomen dat men hem zou doden.'

Het gedrag van Karel is binnen het verhaal noodzakelijk, maar het is niet in overeenstemming met het traditionele beeld. In 1330 maakte de Brabantse dichter Jan van Boendale in De lekenspiegel bezwaar tegen de de rol van Karel in het werk: 'ic segt u, al zonder helen, dat Kaerl noit en stal'. Pure majesteisschennis, het idee dat een vrome koning als Karel, heilig verklaard in 1165, zich zou inlaten met de nogal slapstick-achtige vorm van diefstal zoals beschreven in Karel ende Elegast. Ook historisch lijkt er nogal wat op het verhaal af te dingen, maar bijna 1200 jaar na de dood van Karel zullen de erven wel geen bezwaar meer maken.

Karel en Elegast zijn natuurlijk geen echte schurken. Elegast is een roofridder die alleen uit nood de rijken besteelt, vooral geestelijken; hardwerkende mensen laat hij met rust. In Karel ende Elegast wordt soms de indruk gewekt dat het bestelen van de clerus nauwelijks als een misdaad beschouwd hoeft te worden. Toch is Elegast een religieus mens, en hij heeft God aan zijn zijde: de tweekamp aan het einde van het verhaal tussen Elegast en Eggeric is een 'godsoordeel', dat in het voordeel van Elegast, die voor aanvang neerknielt om te bidden, beslist wordt.

Dat de middeleeuwse literatuur bepaald niet kwezelachtig is, blijkt ook uit de Ysengrimus, een harde satire op de geestelijke stand. De 'geestelijken' die hierin optreden stellen alleen belang in zuipen en vreten. De Ysengrimus is rond 1148 in Gent door een onbekende auteur in het Latijn geschreven. De ruim 6500 verzen werden vertaald door Mark Nieuwenhuis in helder proza, dat zich in allerlei wonderlijke bochten wringt wanneer de dieren zich met drogredeneringen proberen te rechtvaardigen. Dit dierenepos, waarin de wolf Isengrim en de vos Reinaert de hoofdrollen spelen, heeft via de Oudfranse Roman de Renart het Middelnederlandse Van den vos Reinaerde beivloed, waarin Isengrim niet meer het exclusieve slachtoffer is van Reinaert, en zijn lot deelt met Bruun, Grimbeert en Belijn.

Isengrim staat voor de schijheilige geestelijke, hij speelt afwisselend de rol van monnik, abt en bisschop. In plaats van een goede herder is hij een hongerige wolf. Zijn beestachtig gedrag probeert hij met praatjes te vergoelijken. Zo houdt het dierenepos de mensen een spiegel voor, waarin ook wij nog wel een paar van onze ondeugden kunnen herkennen. Isengrim denkt bijvoorbeeld dat hem, door zijn status als geestelijke, alles is toegestaan: 'Op gebrek lijden na is niets voor mij verboden.' De vertaler legt in het nawoord uit dat de dichter met dit portret van een 'wolfsmonnik' bepaalde geestelijken aanviel, zoals bisschop Anselm van Doornik en paus Eugenius III, die van hun positie gebruik maakten om zich te verrijken.

Reinaert de vos is het type van de 'goddelijke bedrieger', in de klassieke mythologie vergelijkbaar met Prometheus, een buitenstaander die spot met het heilige en de gevestigde orde. De boze wolf, van oudsher een dier met vreeswekkende autoriteit, wordt door de oplichterskunsten van de vos belachelijk gemaakt.

Reinaert speelt met zijn praatjes steeds in op de vraatzucht van Isengrim, die sterker is maar dom genoeg om de leugens van Reinaert te geloven. Isengrim delft keer op keer het onderspit, en de vieille violence die daarbij te pas komt doet af en toe niet onder voor het 'nieuwe geweld' in de hedendaagse kunst. Als Reinaert Isengrim verleidt om midden in de winter met zijn staart in een wak te gaan vissen, raakt de wolf vastgevroren. Reinaert trekt dan een woedende menigte aan die Isengrim zwaar mishandelt: 'De een ranselde zijn hoofd, een ander zijn flank, de meesten zijn rug.' De pastoor beukt hem op de slapen met een zware bijbel, en een oud vrouwtje hakt met een bijl zijn staart af. Reinaert kijkt toe, verborgen tussen de struiken, en concludeert: 'Moge iedereen het loon krijgen dat hij verdient'.