Onderweg met Jan Mark Dingemans; 'Ik heb de ambitie om mijn kantoor te verheffen'

Iedere week rijdt deze krant met een ondernemer mee op de achterbank. Waar gaat hij heen? In wat voor auto zit hij het liefst? Deze week: Jan Mark F.Dingemans, advocaat en voorzitter van Houthoff Advocaten & Notarissen. (160 ondersteunende mensen, 160 juristen, van wie 40 compagnons)

Auto: donkerblauwe Peugeot 605

Route: van het kantoor aan het Weena in Rotterdam naar het kantoor aan de Parnassusweg in Amsterdam (70 minuten).

ROTTERDAM, 19 JUNI. Één dochter is maatschappelijk werkster. Zijn andere dochter studeert culturele antropologie. Jan Mark Dingemans wil maar zeggen dat hij niet de doorsnee Leidse bal is die je misschien zou verwachten op zijn plek - al heeft hij wèl in Leiden gestudeerd. Hij is een beetje idealistisch. Hij heeft géén VVD gestemd. Hij is in mei 1968 in Parijs geweest, en daarna in het Maagdenhuis. “Maar niet verder dan de drempel.” Toen hij in 1972 bij Houthoff kwam - twaalf advocaten in die tijd - begon ook daar net de revolutie.

Nou ja, revolutie.

“Vroeger”, zegt Dingemans, “spraken we elkaar aan met de achternaam aan. Na vijf jaar zei een compagnon: ik heet Hans hoor.”

Nu tutoyeren ze elkaar bij Houthoff van hoog tot laag.

“Vroeger”, zegt Dingemans ook, “lag de macht in advocatenkantoren bij de vijftigers en de zestigers.”

Hoe oud bent u?“Ja, haha, 54. En de baas, ja.”

En zo is het toch overal?

“Het verschil is dat jongere mensen nu veel eerder serieus worden genomen.”

O ja?

“Ja. En dat moet ook wel als je ziet wat je moet kunnen voor dit werk. Vroeger waren we gewoon adviseurs. Nu moet je ook ondernemer zijn, een praktijk opbouwen, teamworker zijn, in het algemeen veel weten, verstand van cijfers hebben en heel veel verstand van IT.”

Krijgt u het er weleens benauwd van?

“Ja, ik vind het moeilijk om dat allemaal bij te benen.”

Denkt u weleens: mijn tijd is voorbij?

Hij denkt een tijdje na en zegt dan: “Ik ben nu manager hè. Dat is wat anders. Ik ben manager van veertig ondernemers die allemaal zeer individualistisch zijn ingesteld. Daar heb je een zekere rijpheid voor nodig.”

En die heeft u wel bereikt?

“Ze zeggen dat een goede manager niets te doen heeft. Nou, ik ben er dag en nacht mee bezig. Het kost me veel offers.”

U doet het niet goed.

“Mijn eigen club vindt van wel hoor. Maar het is een absorberend proces. Ik heb de ambitie om mijn kantoor internationaal te verheffen. De advocatenkantoren verkeren in een overgangstijd. Internationaal stelt Nederland weinig voor. Maar de grenzen zijn wel open en bedrijven worden steeds groter. De vraag is of we over vijf jaar nog zelfstandig bestaan.”

U bent in omvang nummer zeven in Nederland.

“Het is overnemen of overgenomen worden. Schaalgrootte krijgen, groeien, investeren, internationalisering - het is van levensbelang. Maar ik moet het hier wel over het voetlicht krijgen. Soms ben ik jaloers op de CEO's van grote ondernemingen. Die kunnen gewoon zeggen: zo doen we het. Ik moet altijd alles uitleggen, al die veertig compagnons moeten me geloven. Ik zou willen dat ik wat minder hoefde uit te leggen, wat sneller kon handelen.”

Met wie gaat u fuseren?

“Wij werken nu samen met een kantoor in België, De Liedekerke, een aboluut topkantoor. Maar we doen niets overhaast. Als je alleen maar laat leiden door angst om over te blijven, dan is een fusie gedoemd te mislukken.”

Zo wordt u een muurbloempje.

“Ik denk dat het verstandig is om nog een jaar of twee autonoom te groeien.”

U laat zich rijden door een medewerker. Waarom heeft u geen echte chauffeur?

“Ik ga nu geen anti-statusstatement afgeven en zeggen dat me dat te poenerig zou zijn.”

Maar dat vindt u wel.

“Het is meer bescheidenheid. Ik rijd 's morgens om zes uur van huis weg. Ik moet er niet aan denken dat ik op zo'n tijdstip een beroepsman naar me toe zou laten komen.”

Hij is even stil. “Mijn compagnons zeggen wel dat ik het zou moeten doen.”

En menen ze dat ook?

“Ik denk van wel. Maar ik weet ook heel goed dat je je in een maatschap niet te veel moet onderscheiden.”

En daarom rijdt u in een Peugeot.

“Ik rijd in een Peugeot omdat de dichtstbijzijnde garage een Peugeot-garage is. Ik geef niet om auto's. Het interesseert me niets.”

En als die garage nou eens BMW's had verkocht?

“Een BMW zou misschien nog wel gaan. Maar ik zou nooit in een Mercedes gaan zitten. Ik wil niet in zo'n tank.”

Liever een Franse auto dan een Duitse.

“Ja, een Franse auto doet me denken aan Frankrijk. Soepel, uitdagend, leuk, subtiel, verrassend.”

    • Jannetje Koelewijn