Noah Samara en zijn satellieten voor digitale uitzendingen; De beschaving arriveert per radio

De Afrikaan Noah Samara wil met enkele satellieten digitale radio-ontvangst in de niet-Westerse wereld mogelijk maken. Hij is ervan overtuigd op die manier een betere wereld tot stand te brengen.

De media noemen hem al voorzichtig de Rupert Murdoch van de Derde Wereld. Voorzichtig, want de vergelijking met de Australische mediatycoon loopt al gauw mank. Weliswaar droomt de 42-jarige Noah Samara net als Murdoch van een media-imperium, maar de Afrikaan denkt zijn ambities met slechts vier satellieten te kunnen verwezenlijken.

En er is nog een opmerkelijk verschil: grossiert Murdoch hoofdzakelijk in uitgeverijen en televisiestations, Samara richt zich op het onontgonnen terrein van de digitale audio. Dit najaar al zal een eerste satelliet voor digitale radio-ontvangst worden gelanceerd, de AfriStar. Met een radiotoestel ter grootte van een wereldontvanger kunnen dan circa tachtig kanalen in bijna CD-kwaliteit worden ontvangen. Men heeft er niet eens een schotelantenne voor nodig; op de radio zit een uitklapbaar paneel dat als antenne fungeert.

De radio's, die een vrijwel storingsvrije ontvangst garanderen, zijn ontwikkeld door het Fraunhofer Instituut - het Duitse TNO - samen met elektronicagiganten als het Franse SGS Thomson en ITT Intermetall. Na de AfriStar worden door Samara's bedrijf WorldSpace nog eens drie satellieten gelanceerd met namen als AsiaStar en AmeriStar. Die zullen te ontvangen zijn in het Midden-Oosten, Centraal-Amerika en Azië.

Onlangs heeft WorldSpace bij het Franse telecombedrijf Alcatel voor bijna 70 miljoen dollar een vierde satelliet besteld. Deze sonde zal vermoedelijk ter versterking van de bestaande constellatie worden ingezet. In Noord-Amerika en Europa zullen uitzendingen via deze satellieten voorlopig niet ontvangen kunnen worden. In de Westerse wereld zal op zeer korte termijn digitale etheromroep worden geïntroduceerd: een technologie die met 'aardse' steunzenders wordt gerealiseerd.

In onderontwikkelde landen is het bouwen van digitale steunzenders veel te duur. Daar biedt de satelliet dus uitkomst. Samara ziet zijn initiatief dan ook in eerste instantie als ontwikkelingswerk. “Ik ben met WorldSpace begonnen omdat in onderontwikkelde gebieden veel mensen zijn geïnfecteerd met het HIV-virus”, vertelde Samara enkele weken geleden op de vakbeurs Cable & Satellite in Londen. “De bevolking wordt nauwelijks geïnformeerd over de risico's. Ik zocht naar een goedkope manier om mensen van informatie te voorzien en dat is radio.”

Samara ziet digitale satellietradio als de vervanger van de korte golf. Niet alleen is de geluidskwaliteit vele malen beter; met het digitale signaal kan bovendien allerlei informatie worden meegezonden die op een LCD-scherm zichtbaar kan worden gemaakt. Toekomstige ontvangers zullen zelfs met een videoscherm worden uitgerust. Zo kan onderwijs-op-afstand mogelijk worden gemaakt.

Het idee is Samara niet zomaar komen aanwaaien. Hij is er al zijn leven lang mee bezig. Als kind zag hij hoe zijn vader, die diplomaat in Ethiopië was, staatshoofden ontving op vergaderingen van de destijds net opgerichte Organisatie van Afrikaanse eenheid in Addis Abeba: “Het leek waarachtig alsof voor Afrika een nieuw tijdperk zou aanbreken”, herinnert Samara zich. Maar die hoop werd al gauw de grond ingeboord; van de pan-Afrikaanse gedachte kwam weinig terecht. Bovendien leek de ontwikkelingshulp de economische situatie van Afrika nauwelijks te kunnen verbeteren.

Na een kort verblijf in Engeland vertrok Samara naar de Verenigde Staten om aan de Universiteit van Californië de Renaissance te bestuderen. Samara had veel bewondering voor de wijze waarop Europa zich uit de gebondenheid van de duistere Middeleeuwen had weten te bevrijden. Samara: “Je ziet steeds weer hoe kennis de drager is van maatschappelijke vernieuwingen. Meer en meer geldt dat wie over informatie kan beschikken een economisch voordeel heeft.” Wat dat betreft is het in de wereld oneerlijk verdeeld: in Afrika is er bijvoorbeeld maar één radiostation per 2 miljoen inwoners. In ontwikkelde landen is dat 1 op 30.000. Samara: “Ik wilde in die situatie verandering brengen.”

Kort nadat hij was gaan werken bij een advocatenpraktijk in Washington DC greep hij zijn kans. Toen de International Telecommunication Union, een onafhankelijk orgaan dat communicatiefrequenties in de wereld verdeelt, in 1990 digitale frequenties vrijgaf, deed hij daar onmiddellijk een bod op. Vervolgens benaderde hij geldschieters voor zijn organisatie AfriSpace, het huidige WorldSpace. Hij vond ze vooral in de Golf-staten. Een belangrijk deel van het kapitaal van WorldSpace van 1 miljard dollar zou afkomstig zijn van de Bin Mahfouz-familie, die het vermogen van de Saoedische koninklijke familie beheert. Ook wist Samara grote fabrikanten van consumentenelektronica achter zich te scharen: JVC, Matsushita en Sanyo zijn van plan om radio's op de markt te brengen waarmee World Space-uitzendingen kunnen worden ontvangen.

Die radio's zullen in eerste instantie zo'n 300 tot 500 gulden kosten. Te duur wellicht voor de 'have nots' die Samara met zijn mondiale uitzendingen hoopt te bereiken, maar in elk geval betaalbaar voor de 30 tot 50 miljoen mensen in Afrika en het Midden-Oosten die zich nu reeds videorecorders en CD-spelers kunnen veroorloven. Is de verkoop van de radio's eenmaal op gang gekomen, dan zal de prijs volgens Samara snel dalen.

In Londen kondigde WorldSpace tevens samenwerking aan met BayGen, het Zuid-Afrikaanse bedrijf dat goedkope opwindradio's produceert. Met behulp van een opwindveer kan zo'n radio een uur lang spelen. Die radio's vinden in Afrika gretig aftrek, maar leveren te weinig energie om satellietuitzendingen te kunnen ontvangen. WorldSpace heeft inmiddels een belang van 10 procent in BayGen genomen zodat men gezamenlijk radio's kan ontwikkelen.

Inmiddels zijn ook al enkele omroepen benaderd. Zo zouden de BBC en de Voice of America belangstelling voor de satellieten van WorldSpace hebben. Ook heeft Samara gesprekken gevoerd met zanger Stevie Wonder, die een groot aantal radiostations bezit. Tot nu toe heeft alleen Bloomberg News toegehapt, maar die heeft dan ook maar meteen 23 kanalen gereserveerd. Daarnaast heeft Samara contracten getekend met enkele Afrikaanse radiostations, waaronder de populaire Senegalese zender Sun FM.

WorldSpace wil ook stations in het leven roepen die er nu nog niet zijn, zoals zenders die alleen in het Swahili uitzenden en een echt pan-Afrikaans radiostation. Zo'n tien procent van de capaciteit van de satelliet zal voor humanitaire doeleinden worden ingeruimd; Samara verwacht in ieder geval dat de UNESCObrouwers en de West Africa Distance Learning Association gebruik van de satelliet willen maken. “Radio kan op plaatsen komen waar televisie niet zo makkelijk komt”, zegt Samara.

Samara wijst zijn potentiële klanten op de enorme mogelijkheden die zijn technologie biedt. In de toekomst zouden met de vier satellieten een kleine 4,5 miljard mensen bereikt kunnen worden. De grootste bevolkingsgroei zal de komende 35 jaar namelijk worden gerealiseerd in gebieden waar WorldSpace ontvangen kan worden. Het aantal mensen dat in India tot de middenklasse gerekend kan worden is nu al veel groter dan in de Verenigde Staten, en in China hebben 35 miljoen mensen 60 gulden per maand over voor het gebruik van een semafoon; interessante statistieken voor adverteerders. Samara is dan ook niet bang dat hij geen satellieten zal kunnen verhuren; al in het jaar 2000 moet zijn organisatie WorldSpace winstgevend zijn.