Moord op de politie-cellen

Elke dag worden op de hele wereld 1.600 kinderen van jonger dan vijftien jaar besmet met aids. Na een paar jaar worden ze ziek en gaan ze dood. De meeste aidskinderen wonen in Afrika en Azië. De kinderen krijgen de ziekte bijna allemaal van volwassenen. Sommige kinderen krijgen bij hun geboorte al aids omdat ze worden geboren uit een moeder die met het aidsvirus (HIV heet dat) is besmet.

Mensen besmetten elkaar met het aidsvirus doordat ze bloed van een ander in hun eigen bloed krijgen. En een moeder bloedt meestal rond haar vagina als ze haar kind krijgt. Andere kinderen krijgen pas aids als ze wat ouder zijn en voor het eerst vrijen. Vaak is die eerste vrijpartij niet vrijwillig. Soms worden ze gedwongen om als prostituee te werken: hun ouders hebben hen uit geldgebrek verkocht of verhuurd aan bordeelhouders die kinderen zoeken voor hun klanten. Zo gaat het vaak in Azië met kinderen die aids krijgen. In Afrika willen arme ouders vaak dat hun kinderen naar een goede school gaan. Dat kost geld en als een rijke oom betaalt vindt hij dat hij met zijn nichtje waarvoor hij de school betaalt naar bed mag.

Het aidsvirus is misschien wel het gemeenste virus dat er bestaat. Iemand die is besmet leeft vaak nog jaren zonder dat hij het weet en kan dus nog lang andere mensen besmetten. Meestal gebeurt het besmetten tijdens het vrijen. Tenslotte wordt een besmet persoon ziek en sterft helemaal uitgeteerd. Er is nog een reden waarom het aidsvirus zo gemeen is. Virussen (er bestaan honderden typen: van virussen die verkoudheid veroorzaken tot virussen waar je kanker van krijgt) kunnen zich alleen vermenigvuldigen als ze in een levende cel binnendringen. De indringer zorgt ervoor dat de arme cel alleen nog maar nieuwe virussen maakt en niet meer voor zichzelf kan zorgen. De uitgeputte cel gaat dood als hij duizenden nieuwe virussen heeft gemaakt.

Een virus is altijd gespecialiseerd om in één type cel binnen te kunnen dringen. Virussen die de mens verkouden maken groeien alleen in slijmvliescellen in onze kelen en neuzen. Ons lichaam is voortdurend op zoek naar binnengedrongen virussen. Zodra het merkt dat er ergens virussen in een cel aan het groeien zijn, stuurt het de cellen van het afweersysteem er op af. Die slokken de virussen op en vernietigen vaak ook de lichaamscel waarin de virussen groeien. Afweercellen heb je dus nodig om een virusinfectie te overwinnen.

En wat doet nu het aidsvirus? Dat groeit alleen in een van de soorten afweercellen die juist virusinfecties moet bestrijden. Het aidsvirus is dus een soort moordenaar die alleen politieagenten vermoordt. Hoe beter hij moordt hoe sneller hij zijn gang kan gaan. En als hij een hele tijd bezig is, zijn de politieagenten op. Dan is er voor de politieagent-moordenaars niet zoveel meer te doen, maar alle andere misdadigers kunnen ongestoord stelen en moorden. In een stad waarin dat gebeurt kun je op gegeven moment niet meer leven.

Zo gaat het ook met een lichaam waarin het aidsvirus afweercellen doodt. Het afweersysteem (dat is de lichaamspolitie) kan zijn werk niet meer doen. Daarna kan zelfs een verkoudheidsvirus waar een mens normaal gesproken alleen een paar dagen verkouden van is een vreselijke longontsteking veroorzaken. En een schimmel waar mensen nooit last van hebben kan een aidspatiënt overwoekeren. Aidspatiënten gaan bijna nooit dood aan het aidsvirus, maar aan allerlei andere infecties waar mensen met een normaal afweersysteem bijna nooit last van hebben. Er zijn nu wel goede medicijnen die de groei van het aidsvirus afremmen. Alleen genezen ze iemand niet van aids en voor de meeste aidspatiënten (die wonen in Afrika en Azië) zijn die medicijnen bovendien onbetaalbaar duur.

Aids is een nieuwe ziekte. Hij is bijna twintig jaar geleden in Amerika ontdekt en kwam vooral voor bij homoseksuele mannen die elkaar bij het vrijen besmetten. Daarna raakten er ook mensen via bloedtransfusies besmet en drugsgebruikers die elkaar hun injectienaalden leenden om heroïne te spuiten. De aids-onderzoekers kwamen er pas later achter dat de ziekte in Afrika al bestond. In Nederland, trouwens ook in heel Europa en in Amerika krijgen nu minder mensen aids dan tien jaar geleden, maar in Afrika en Azië breidt de ziekte zich nog uit. De kans dat je met aids besmet wordt is in Nederland heel klein. Maar als je gaat vrijen is het toch verstandiger om een condoom te gebruiken zolang je niet heel vast met iemand bent.

    • Wim Köhler