Meer investeren in IT is dringend nodig

In de politiek bestaat veel aandacht voor grote infrastructurele projecten. Informatietechnologie wordt daarentegen nog vooral als kostenpost gezien. Rien Fraanje vindt dat geld uittrekken voor de aanleg van meer wegen, waarop nog meer mensen in de file staan, zinloos. Het geld kan beter worden besteed aan versterking van de infrastructuur voor informatietechnologie.

In de laatste verkiezingsprogramma's van de vijf grote partijen is eindelijk aandacht besteed aan informatietechnologie (IT), zo blijkt uit een analyse van de Automatisering Gids. Maar van een geïntegreerde visie is nog geen sprake. De partijen komen niet veel verder dan de vaste fiscale maatregelen die altijd van stal worden gehaald als een onderbelichte sector een impuls nodig heeft, en de noodzaak van meer aandacht voor informatie- en communicatietechnologie ICT in het onderwijs, zonder dat de voorstellen nu verder echt worden uitgewerkt.

Voor projecten als de tweede Maasvlakte, een hogesnelheidslijn of het verplaatsen van Schiphol naar een nog aan te leggen eiland in de Noordzee draaien de ambtenaren en hun politieke bazen hun hand niet meer om. Maar alles wat computers en automatisering aangaat, ziet politiek Den Haag vooral als een kostenpost. Het besef dat ICT als investering kan dienen die dubbel kan worden terugverdiend is nog nauwelijks doorgedrongen bij de Haagse beleidsmakers. Helaas zal dat tot 2000 ook niet veranderen, want de overheid heeft volledige prioriteit gegeven aan het 'millennium-proof' krijgen van overheidscomputers. Deze operatie kost vooral veel geld en dient alleen ter voorkoming van een groot probleem in plaats van het zichtbaar verbeteren van bijvoorbeeld de bedrijfsvoering van de overheid.

De formatie van een nieuw kabinet is een goede aanleiding om het tij te keren. De smoes van het millenniumprobleem is niet geldig, want de nieuw te vormen regering zal normaal gesproken ook nog na 1 januari 2000 de scepter zwaaien. Nederland (maar ook Europa) heeft in vergelijking met de Verenigde Staten een grote achterstand bij de ontwikkeling, het gebruik en mogelijkheden van ICT. Een doordacht investeringsprogramma is noodzakelijk om in ieder geval bij te kunnen blijven.

De eerste stap dient in het onderwijs gezet te worden - en dan niet door een extra vakje computerkunde ergens in het rooster te proppen, maar door computers te integreren in het gehele onderwijssysteem. Dat betekent dat alle vakken ondersteund zullen moeten worden door pc's. Bij topografie hoeft geen docent meer voor de klas te staan die met een lange aanwijsstok de hoofdsteden van alle provincies aanwijst. Laat kinderen die zelf maar vinden op het internet of geef ze een daarvoor speciaal geschreven computerprogramma. Het proefwerk kan daarna geautomatiseerd afgenomen worden, met als bijkomend voordeel dat de leerlingen meteen hun score weten en leraren geen nakijkwerk mee naar huis hoeven te nemen. Het gebruik van computers dient zo vanaf de basisschool een vanzelfsprekendheid te worden: zoals je vroeger in de eerste klas van de lagere school leerde hoe je een pen moest vasthouden, zo moet nu op de eerste schooldag het toetsenbord aan de kinderen worden geïntroduceerd.

Dit vraagt om een enorme cultuuromslag in het onderwijs, te beginnen bij de docenten. Zij blijven onmisbaar, maar krijgen in computerondersteund onderwijs een totaal andere rol: niet meer doceren of onderwijzen (de namen 'docent' of 'onderwijzer' hebben daarmee meteen afgedaan) maar stimuleren, sturen en begeleiden. Dit vereist een omvangrijke om- en bijscholingsinvestering voor het huidige lerarencorps.

Daarnaast kan door alle mogelijkheden op het gebied van de informatietechnologie het concept 'Nederland-Distributieland' definitief in het museum worden bijgezet. Alleen maar bouwen aan een infrastructuur van wegen, waarop dagelijks miljoenen mensen op weg naar hun werk in de file staan, is verspilling van geld. Beter kan gewerkt worden aan een technische infrastructuur door het aanleggen van kabels om zo netwerken aan te leggen. Mensen hoeven dan niet meer elke dag op hun werk aanwezig te zijn, maar kunnen thuis werken en houden via het netwerk contact met collega's. Dossiers hoeven ze niet bij de hand te hebben, want die zijn straks ook allemaal opvraagbaar via de computer thuis. En dat overlegje in Londen gaat niet meer via Schiphol: vergaderen kan toch ook per video.

Door informatietechnologie krijgt het begrip ruimte een andere dimensie. Fysieke aanwezigheid voor het bijwonen van een vergadering of overleg, of het zoeken in een archief is niet meer vereist. Zo zou door maximale benutting van de IT-mogelijkheden samen met de afnemende mobiliteit ook enorme milieuwinst kunnen worden geboekt.

In Nederland komt deze ontwikkeling maar traag op gang. Aangedreven door de bouwlobby benaderen politici en ambtenaren grote vraagstukken van infrastructuur, mobiliteit en ruimtegebruik nog te veel en eenzijdig vanuit de mogelijkheden in de bouw. Veel mensen kunnen allang hun werk thuis doen maar staan niettemin nog steeds dagelijks geërgerd in de file. En werken tussen negen en vijf is al helemaal niet noodzakelijk meer: thuis vanachter de computer kunnen mensen zelf bepalen wanneer werken hun uitkomt.

Ook dit vraagt in de eerste plaats om een cultuuromslag. Die kan worden ingezet door bij het verdelen van de centen niet altijd automatisch het meeste geld aan grote infrastructurele projecten te geven. Geld pompen in IT kost zeker geld, maar je verdient het meer dan dubbel terug.

    • Rien Fraanje
    • Drs. M.J. Fraanje