'Lekkende' vaten lekken niet echt

ROTTERDAM, 19 JUNI. Het ministerie van VROM heeft toegegeven dat de afgelopen jaren bij ten minste drie Nederlandse kernafvaltransporten de norm voor de vervuiling van de containers is overschreden. In alle gevallen betrof het een minimale overschrijding, van een volstrekt andere orde dan de vervuiling die op Franse en Duitse transportcontainers is aangetroffen. Risico's voor de volksgezondheid waren er niet.

De Franse opwerkingsfabriek Cogéma in La Hague (Normandië), die bruikbaar plutonium terugwint uit het afval van kerncentrale Borssele, trof in 1993 op één zogenoemde 'flask' of 'cask' een afwrijfbare vervuiling aan van 23 becquerel per cm. De Britse opwerkingsfabriek van BNFL bij Sellafield (Cumbria) vond na oktober 1994 twee transporten uit Dodewaard met een verhoogde vervuilingsgraad. Op een flask die leeg terugging naar Nederland was de besmetting 28 becquerel per cm, op een container die vol arriveerde was die 12 Bq/cm.

BNFL deed de mededelingen in antwoord op vragen van het Britse parlementslid John Hutton. Via de actiegroep Core bereikten ze de antikernenergie organisatie Wise die Nova inlichtte. Ook het weekblad New Scientist (13 juni) is door BNFL geïnformeerd.

De internationaal aanvaarde norm voor de maximale radioactieve vervuiling is 4 Bq/cm zodat het lijkt alsof een zware overschrijding heeft plaatsgehad. Maar op Franse en Duitse containers liep de vervuiling in de duizenden becquerels per cm. Toch trad ook daar geen stralingsgevaar op voor de omgeving. Alleen onvoldoende beschermd personeel van de spoorwegen kan een geringe verhoogde stralingsdosis hebben opgelopen.

Het is onjuist om te spreken over 'lekkende' containers en om de geconstateerde vervuiling in verband te brengen met de hoogactieve inhoud van de splijtstofstaven binnen de containers. De containers raken onvermijdelijk licht besmet als zij worden geladen met de splijtstofstaven omdat die uit koelwater worden getrokken dat zelf ook licht radioactief is geraakt. De aanhangende besmetting wordt er in de kerncentrale afgespoten tot een aanvaardbaar lage waarde. Maar onder boutkoppen en pakkingsringen en dergelijk kan soms nog wat radioactief materiaal achterblijven dat zich dan later alsnog over de container verspreidt. Dit proces heet 'weeping', maar wordt door Nederlandse media wel als 'zweten' beschreven.

    • Karel Knip