Leeuwen van vertellers; De Afrikaanse bibliotheek van Elmar

Bibiotheca Africana. Redactie: Jan Jansen. Elmar. Delen: Sunjata - het beroemdste epos van Afrika (141 blz, ƒ 19,50); De helden van Segou - Een legende uit Mali (247 blz, ƒ 24,50) ; De kroniek van de Kamara - Een verhaal uit Guinee (128 blz, prijs: ƒ 19,50).

'Mijn naam is Tayiru, ik ben bard. Ik ben geboren in Ngocn.'

De verteller van De helden van Segou introduceert zichzelf zonder veel omhaal van woorden. Hij lijkt bescheiden, maar later zegt hij met trots: 'In die dagen was het goud waard om een bard te zijn. / In die dagen was het edelstenen waard om een bard te zijn. / Het beroep van bard was toen een schitterend beroep.'

Vroeger was alles beter: dat kennen we, dat nemen we met een korreltje zout. Zeker, toen er over Segou nog machtige koningen heersten, hadden barden een lekker leventje aan het hof. Tegenwoordig moeten zij het veelal zonder zulke hoge beschermheren stellen, maar nog steeds hebben ze niet te klagen over gebrek aan werk of respect. Barden in West-Afrika bewaken de schat aan overgeërfde spreekwoorden, liederen en verhalen en herinneren hun volksgenoten aan tradities die in het post-koloniale Afrika verloren dreigen te gaan. Nogal wat barden zijn een tikkeltje conservatief. Zo ook Tayiru Banbera uit Ngocn.

Zonder meer neemt hij het op voor de gevestigde orde. Met zijn lofliederen streelt hij niet alleen de oren van de dode koningen maar ook die van hun kinderen en kindskinderen; hij spreekt namens de grote families en de kleine luiden die hij soms tot de kring der luisteraars toelaat moeten leren deze families te eren.

Toen ik de door Tayiru vertelde, op geluidsband opgenomen, uit het Bamana gertranscribeerde en nu als een Nederlandstalige paperback gelanceerde legende over de helden van Segou voor het eerst las, schrok ik van Banbera's geheul met de machtigen van zijn volk. Want macht is macht, ongeacht huidskleur, en macht dient te worden gewantrouwd.

Misschien is het typisch westers om een verteller of schrijver de rol op te dringen van onruststoker en ondermijner der goede zeden. En toch: dwarse vertellers zijn de interessantste vertellers, ook in Afrika. Ze bestaan daar net zo goed, die plaaggeesten voor wie niets heilig is. Je vindt ze onder de schrijvers maar ook, heb ik horen vertellen, onder de rondtrekkende verhalenvertellers. Zo'n wilde verhalenverteller had ik graag ontmoet. Maar zolang de Bibliotheca Africana, een initiatief van uitgeverij Elmar in Rijswijk, nog niet is uitgebreid, zal ik mij moeten behelpen met bedachtzame oude heren als Tayiru Banbera uit Ngocn.

Goed, ik lees zijn Malinese legende dus nog eens, want het morele oordeel mag het esthetische niet in de weg staan: opgekropt is de woede over de verheerlijking van koppensnellende krijgers. Koning Arthur en zijn Ridders van de Tafelronde waren immers ook geen lieverdjes.

Net als zijn collega's Vase Kamara en Lansine Diabate, eveneens met hun vertellingen opgenomen in de Bibilotheca Africana, is Tayiru Banbera op en top vakman. Op en top musicus ook. Hij en zijn vakgenoten begeleiden zichzelf op de ngoni, een luit, en de lezer deint mee op de cadans van telkens herhaalde kleurrijke woordcombinaties. Toverformules, liederen en welbespraakte gezegden vormen samen een fascinerend klankpatroon, en na een tijdje betrapte ik mij op het meeneuriën van een refrein: 'Simbon meester van de leeuwen. / Kliever van de grote hoofden, Marak Fabu. / Openscheurder van de grote monden, Maraké Fabu. / Die het dorp afneemt van het dorpshoofd, / Deze melodie gaat over Simbon.'

Verhalen uit De helden van Segou duiken ook weer op in De kroniek van de Kamara en in de Sunjata; en zo onthoud je dat Do Kamisa het vrouwtje is dat zich in een bloeddorstige buffel verandert. Sommige personages veranderen in stenen, wat doet denken aan de bijbelse geschiedenis van Lot en de zoutpilaar: kennelijk berust ook de westerse cultuur op populaire verhalen die mondeling werden rondverteld. 'God zegene de profeet Mohammed, vrede zij met Hem en Zijn nageslacht', zo steekt Banbera van wal - maar achter de vrome frasen gaan, net als weleens in de bijbel, verhalen schuil uit woester tijden, tijden vol natuurgeweld. Bos- en watergeesten zijn, in De helden van Segou, gevreesde personages; dieren, planten en stenen oefenen naar hartelust invloed op de mensen uit en wijze magiërs voorspellen de toekomst.

Altijd komen die voorspellingen uit: de helden ontwikkelen zich dan ook volgens een vast patroon. Hun geboorte vindt haast altijd (zie het Kerstverhaal!) onder bijzondere omstandigheden plaats en in hun jeugd worden zij vaak bespot, bedreigd en verbannen.

Ook het Sunjata-epos, reuze geliefd in heel West-Afrika, zit op die manier in elkaar. Het bezingt leven en sterven van de machtigste koning van het Mali- of Mandinka-rijk: in de dertiende eeuw moet Sunjata echt hebben bestaan. Met de voorspelling aan vorst Magan dat hij een zoon zal krijgen die een nog groter koning zal worden dan hijzelf begint dit oorspronkelijk in het Mande vertelde heldendicht. Om de voorspelling te laten uitkomen moet Magan met een vrouw trouwen die door een jager bij hem zal worden gebracht. Zo geschiedt - en precies tegelijk baren de twee echtgenotes van Magan een zoon. De twee vrouwen en de twee halfbroers staan elkaar algauw naar het leven en Sunjata, toch al een outcast omdat hij jarenlang niet kon lopen, vlucht met zijn moeder de wildernis in. Als hij eindelijk de troon kan bestijgen regeert hij met grote wijsheid.

De Bibliotheca Africana staat onder redactie van de Leidse antropoloog en historicus Jan Jansen, en het zijn deze groepen academici die waarschijnlijk het meeste plezier aan de serie zullen beleven. De drie tot dusverre verschenen deeltjes bieden een schat aan informatie over oude en minder oude gebruiken van de vele West-Afrikaanse volken en volkjes. Ik, antropoloog noch historicus, ben uiteindelijk dit gaan inzien: zonder de energie van de verhalenverteller, zonder zijn handige gebruik van motieven, beelden en ritmes zou de geschreven literatuur, zowel de Westerse als de West-Afrikaanse, er heel anders hebben uitgezien.

    • Anneriek de Jong