Kunstenares Lidy Jacobs en de erotiek; Mannen worden verliefd op mijn borstkonijnen

Vrouwenborsten kunnen verdrietig kijken maar niet sexy, zegt kunstenares Lidy Jacobs (38), die collages maakt en zachte sculpturen, zoals knuffelfallussen. Zij is een van de tien genomineerden voor de West Art of Now Award 1998, een nieuwe aanmoedigingsprijs die tijdens de opening van de KunstRai wordt uitgereikt.

Werk van Lidy Jacobs is te zien vanaf 23 juni op de KunstRAI in Amsterdam bij Galerie Cokkie Snoei

“Tien jaar geleden ben ik van de ene dag op de andere gaan knippen. Ik aquarelleerde bomen en bloemen. Wat me voor ogen stond kreeg ik niet op papier. Uit een tuintijdschrift knipte ik een paar voorbeelden en daar maakte ik een collage van. Toen ik die collage eens goed bekeek, dacht ik: 'Dit is precies wat ik wil - zo duidelijk kan ik de uitdrukking van die bloemen toch nooit schilderen.'

“Ik kon er niet van slapen, heb een hele nacht liggen piekeren. De volgende dag heb ik mijn kwasten opgeborgen. Wat had het voor zin om door te modderen met een techniek die ik misschien pas na dertig jaar onder de knie zou krijgen? Vanaf die dag ben ik als een bezetene gaan knippen. Bloemen, dieren, kinderen, ik heb duizenden foto's uitgeknipt en opgeplakt.

“Een kunstwerk ontstaat bij mij uit een wens om iets te hebben. Een gevoel dat ik vorm wil geven. Ik begin met bladeren. Tot mijn armen lam worden blader ik door stapels tijdschriften, van de Elegance tot allerlei pornobladen. Met mijn schaar fiets ik daar doorheen. Ik noem dat erotisch knippen, want ik ben op zoek naar huid en leven, naar seksualiteit en glossy toeters en bellen, de modieuze bedekking van onze huid. Ik verzamel vooral borsten, monden en stukken vlees. Door deze lichaamsdelen uit te knippen en los te scheuren, isoleer ik ze. Ik tast de vormen af op zoek naar menselijk gevoel.

“Niet iedere borst of mond knip ik uit. Ik zoek bepaalde gezichtsuitdrukkingen. Borsten kijken me aan, net als cijfers. Een negen kijkt meestal vriendelijk, een vijf fronst vaak. Tepels zijn voor mij als ogen. Soms kijken ze verdrietig, verwonderd of slim. Een borst van opzij kan heel melancholisch kijken, net alsof ze over een berg tuurt. Maar gemeen of sexy kijken borsten nooit.

“Mijn collages roepen vragen op. Wat is naakt? En hoe wordt naakt in een bepaalde richting gedwongen? Mijn stelling is: een borst blijft een borst, en die laat zich niet manipuleren. Kijk maar naar de seksbladen. De borsten verraden de modellen. Die vrouwen proberen koket of verleidelijk te doen, maar hun borsten kijken meestal heel kinderlijk. Wij hebben hier niets mee te maken, we worden gebruikt, zeggen die borsten.

“Ik heb ook jarenlang fallussen geknipt. Eerst heel letterlijk uit homobladen die ik van vrienden kreeg. Later ben ik in damesbladen op zoek gegaan naar fallusvormen. Dat noemde ik blinde pikken, want ze keken niet, ze hadden geen oog. Uit foto's van allerlei onderwerpen knipte ik ze. Uit een tomaat, een harige arm, een koe, paddestoelen. Honderden heb ik er gemaakt. Vooral uit glimmende auto-advertenties kon ik prachtige pikken knippen. Iedere fallus kreeg van mij een eigen karakter. Want al lijken ze in veel opzichten sprekend op elkaar, iedere pik is toch anders. Wat ik in ieder geval deed, was het macho-karakter van de fallus relativeren. Die pikken in pornobladen zijn zo stereotiep masculien. In mijn collages heb ik de fallus zijn vrijheid teruggegeven. Doe ermee wat je wil, jongens, maak hem weer van jezelf.

Orgastisch

“Het menselijk lichaam is een consumptieartikel geworden. Steeds sterker wordt de norm voor seksuele gevoelens in de media bepaald. 'Kijk, dit is nu seks, zo moet het' - dat is de boodschap van al die seksueel geladen beelden. Ik erger me soms aan die overvloed. Zelfs tandpasta wordt in reclames op orgastische wijze aan de man gebracht. Maar seks is geen reep chocola. Door die vercommercialisering verliest de seksualiteit haar oorsprong. De westerse mens is te veel consument geworden. Hij heeft steeds minder gevoelens en leeft te mechanisch. En als hij niet aan de reclamenormen voldoet, wordt hij onzeker en raakt in een identiteitscrisis.

“Van al dat kijken naar modelcopuleren krijgt een mens de neiging zich te schamen als hij zelf vrijt. Verward kan hij zich in bed afvragen of zijn mooiste bil wel vooraan ligt. In mijn beeldenserie 'Urban sprawl', waarin ik van vrouwen alleen het onderlichaam met gespreide benen laat zien op een werkbankje van hardroze stof, wil ik tonen hoe verstard de ideeën over seksualiteit zijn.

“Waar ligt de grens tussen echt en onecht? Ik knip wel steeds fallussen en borsten uit, maar dat is slechts buitenkant. Onze ogen zijn geprogrammeerd. Neem bijvoorbeeld foto's van kinderen. Of je nu kijkt in Vogue of National Geographic, jongetjes staan bijna altijd ernstig op foto's. Maar vind maar eens huilende meisjes. Meisjes op foto's zijn vrolijk of lief. Ze worden gefotografeerd met strikken in het haar en met mooie jurken. Je komt steeds dezelfde stereotypen tegen. Acht jaar geleden ergerde ik me daar zo aan, dat ik mezelf ben gaan fotograferen. In pin-up pose, met pumps, sexy ondergoed en naast me een grote, zelfgemaakte beer.

“Toen ik de foto's ophaalde, schrok ik me een ongeluk. Ik zag een mooi gekapte vrouw die hysterisch uit haar ogen keek. Ik stond er zo kwetsbaar op, ik herkende mezelf niet. Jarenlang heb ik die foto's niet durven bekijken, laat staan exposeren. Ik was geloof ik bang voor mijn eigen vrouwelijkheid. Op die zelfportretten wilde ik lijken op een gewone vrouw van mijn leeftijd. En niet op de vrouw van 1.32 meter die ik ben.

“Door een DNA-afwijking ben ik van jongs af klein geweest. Mensen hebben altijd naar me gekeken. Vroeger zag ik de verwondering bij kinderen: is dat nu een klein meisje of een mama? Nu ik ouder ben geworden en me ook niet meer als een jong meisje kleed, zien kinderen meteen dat ik een kleine mevrouw ben.

“Mensen weten zich vaak geen houding te geven. Maar dat communiceren vroeger lastiger ging dan nu, lag ook aan mezelf. Ik deed alsof ik een normaal postuur had, ik pompte mezelf op en werkte de verwarring in de hand. Tot mijn 31ste vluchtte ik in het nachtleven. Jarenlang trok ik 's nachts om twaalf uur de deur achter me dicht en ging ik de stad in. In die tijd was ik voor mijn gevoel toch zeker 1.60 meter. En als in zo'n donkere disco de rest om je heen maar dronken genoeg is, ga je het nog geloven ook.

Volwassener

“Als ik in mijn werk genegeerd had hoe ik eruit zie, was ik losgeslagen. Mijn lengte maakt me wel kwetsbaar, maar ik schaam me er niet voor, het hoort bij me. Ik geef iedereen de tijd om te wennen. En sinds ik besef dat het wezen van een mens geen vorm heeft, ben ik meer tevreden met mezelf. En mijn werk groeit, het wordt steeds volwassener. Mijn lichaam heeft me daarbij geleid, de pijn heeft me gelouterd.

“In mijn kunst tast ik grenzen af. De beren die ik maak zijn soms net zo groot en zwaar als ik, mijn zelfportretten heb ik meer dan levensgroot laten afdrukken. In mijn werk zit ook een mengeling van zoet en zuur. Soms kun je er om lachen, soms is het wrang. Om mijn zelfportretten kan je niet lachen. Maar om mijn borstkonijnen van mohair, met hun enorme moedertepels en wimpers van vossenhaar weer wel. Daar worden mannen vaak verliefd op. Zo'n konijn met van die grote borsten geeft ze kennelijk een apart gevoel - daar moet ik dan weer om lachen.

“Van mohair en pluche maak ik ook fallusbeelden, dat zijn mijn Willy's. In Keulen heb ik op de kunstbeurs eens zo'n serie knuffelfallussen tentoongesteld. Allemaal verkocht. Aan het eind van de beurs gingen die Duitsers met zo'n fallus onder hun arm weg. Niemand wilde dat-ie ingepakt werd. Een erotisch symbool dat geknuffeld moet worden, ik vind het dapper als mensen dat kopen. Van een stel Willy's heb ik ook eens een bed gemaakt. Dat leek me wel prettig, zo'n masturbatiebed vol knuffels. Maar dat viel tegen. Toen ik een nacht op dat bed probeerde te slapen, kreeg ik nachtmerries. Het was zo masculien, daarmee was ik een grens gepasseerd.

“Het valt me op, en meestal gebeurt dat pas nadat ik een kunstwerk heb voltooid, dat er altijd een zweem van zinnelijkheid in mijn werk zit. Of ik nu een zelfportret, collage, teddybeer of wereldbol maak, het gaat over seksualiteit. Soms vermoeit het me, ik zou wel eens anders willen. Dan vraag ik me af, wat erotiek voor mij toch zo'n dwingend en onuitputtelijk onderwerp maakt. Binnenkort wil ik proberen mezelf bloot en glimlachend te portretteren. Glimlachen, het prettige in mezelf vastleggen, dat is voor mij het moeilijkste wat er is.”

    • Arjen Ribbens