Joeri Gagarin (1934-1968);Icarus van de Sovjet-Unie

Jamie Doran en Piers Bizony: Starman. The truth behind the legend of Yuri Gagarin. Bloomsbury, 248 blz. ƒ 71,60

Niemand heeft ooit van German Titov gehoord. Samen met een andere kandidaat liep hij nek aan nek een fysieke en psychologische afvalrace, waarvan de winnaar eeuwige roem zou krijgen. Beide mededingers werden op de voet gevolgd door een team van artsen en psychologen, maar gedurende de wedstrijd konden ze geen favoriet benoemen. 'Titov heeft een sterker karakter', luidde een interimrapport, maar zijn rivaal werd geprezen om zijn kalmte en zelfverzekerdheid. Dus moesten andere maatstaven worden bedacht om een winnaar te kunnen kiezen. Titov had het ongeluk dat zijn vader onderwijzer was, terwijl zijn concurrent van boeren afstamde.

Dat laatste viel beter in de smaak bij de politieke top van de Sovjet-Unie aan het begin van de jaren zestig. Titov eindigde dus als tweede, de winnaar heette Joeri Aleksejevitsj Gagarin en werd de eerste mens in de ruimte. Het zit de inmiddels bijna pensioengerechtigde Titov nog steeds niet lekker dat hem geen eeuwige roem ten deel is gevallen. Om over de pensioenen in het huidige Rusland maar te zwijgen. Maar hij leeft tenminste nog: de Eerste Kosmonaut en Held van de Sovjet-Unie werd de beroemdste man op aarde. Maar hij kwam te dicht bij de zon, maakte een val die zeven jaar duurde en eindigde het aards bestaan in een meters diepe krater die zijn MiG in de taiga sloeg.

Starman, is een soepel geschreven en uitvoerig gedocumenteerde biografie van Gagarin. Auteurs Jamie Doran, documentairemaker van de BBC en ruimtevaartjournalist Piers Bizony konden in Sovjet-archieven terecht die tot enkele jaren terug hermetisch gesloten waren. En wat nog veel belangrijker is: ze wisten toegang te krijgen tot de ingenieurs, KGB-generaals en de andere hoofdrolspelers die de eerste sprong in de ruimte in 1961 mogelijk hadden gemaakt. Vóór de ineenstorting van de Sovjet-Unie was dat godsonmogelijk geweest.

Gagarin werd in 1934 geboren bij Smolensk, 160 kilometer ten westen van Moskou. De bezetting door de Duitsers kwam hij ongeschonden door, zij het dat hij er getuige van was hoe een Duitse soldaat zijn broertje probeerde op te hangen, maar daarin niet slaagde doordat de knoop niet goed sloot. Nadat Gagarin in 1955 cum laude was afgestudeerd aan de Technische School in Saratov, waar hij de nodige vlieguren maakte bij de AeroClub, kwam hij terecht op de vliegopleiding van Orenboerg. In 1957 - het jaar van de Spoetnik - werd hij bij een squadron MiG-15's ingedeeld dat was gestationeerd op de Nikel luchtmachtbasis bij het arctische Moermansk - wat zijn vrouw Valentina minder geslaagd vond. Op een goede dag sloeg een duidelijk belangrijke, maar schimmige delegatie op de vliegbasis het bivak op en begon de piloten allerhande vragen te stellen. Gagarin's volgende stop lag op veertig kilometer van de Russische hoofdstad: de van de buitenwereld afgegrendelde 'Sterrenstad', waar Gagarin en tientallen andere potentiële eerste mensen in de ruimte hun opleiding zouden krijgen.

De kosmonauten in spe werden aan allerlei zware tests blootgesteld, die vergelijkbaar waren met wat Amerikaanse astronauten moesten doormaken. Niemand wist goed hoe het lichaam zou reageren op gewichtloosheid en andere onbekende variabelen van de ruimte, dus werden de kandidaat-kosmonauten maar geheel door de mangel gehaald. Gagarin en zijn collega's brachten onder andere urenlang in absolute stilte door in een model van een Vostok-capsule, zonder te weten of ze over vijf minuten, of pas over 24 uur eruit zouden worden gehaald. Met de eed van Hippocrates namen de Sovjet-doktoren het niet heel nauw: er was namelijk ook een groep van supergezonde proefpersonen die werd gebruikt om de fysieke drempels vast te stellen waarover de kosmonauten niet geduwd moesten worden. Doran en Bizony hebben er enkele opgespoord. De proefkonijnen zijn er trots op, dat ze 15 maal de zwaartekracht en een bijna-vacuüm konden verduren.

Maar de werkelijke selectie was niet fysiek. Voordat zijn afkomst Titov noodlottig werd, moest nog een derde kosmonaut in opleiding het veld ruimen omdat hij zichzelf teveel op de voorgrond plaatste. Titov en Gagarin smeedden een gelegenheidspact om te laten zien dat ze uitermate geschikt waren voor teamwork.

Gagarin komt uit Starman naar voren als iemand die dit soort trucs volledig beheerst, er is niemand in het boek die hem een onaangename man vindt. En iedereen heeft het over zijn innemende lach. Aan zijn vrouw is echter niks gevraagd. Die blijft uit de buurt van de pers.

Doordat de kosmonauten betrokken werden bij de bouw van de raketten die hen in een baan rond de aarde hadden moeten brengen, waren ze ervan op de hoogte dat de rakettechnologie allesbehalve perfect was - en dat maakt Gagarin tot een held. Laika, de Eerste Hond in de Ruimte werd gevolgd door Tsjaika en Lisitsjka, de Eerste en Tweede in de Dampkring Ontplofte Hond. Maar er waren ook al menselijke slachtoffers. In oktober 1960 voerden technici op het 'Kosmodrome' Baikonoer tests uit met een nieuw type raket. Dit model, R-16 geheten, kon veel sneller worden volgetankt en gelanceerd dan de oude R-7 - een technische eigenschap waar de militairen met het oog op een nucleaire aanval op aandrongen. Toen er salpeterzuur uit de gereed staande R-16 begon te lekken, stuurde het hoofd van het ontwikkelingsprogramma voor intercontinentale raketten, maarschalk Nedelin, tientallen onderhoudsmonteurs de lanceerinstallatie op om het lek te dichten. Op de een of andere manier ontbrandde een raketmotor en de R-16 ging de lucht in. Het resultaat: 190 doden, inclusief Nedelin.

Het ongeluk heeft volgens de auteurs een internationaal verreikend staartje gehad. Doordat de R-16 onbetrouwbaar was gebleken, en de R-7 kwetsbaar voor een Amerikaanse first strike, zou Chroestsjov hebben besloten om Mohammed naar de berg te sturen en dan maar raketten voor de korte afstand die wél degelijk waren, op Cuba te stationeren.

Grote mond

Niet alleen technische fouten maakten slachtoffers. De man die bij de selectie als derde achter Gagarin en Titov eindigde, zette eens een grote mond op tegen een patrouille die hem onder invloed had aangetroffen - een toestand waar bijna iederéén in de Sterrenstad zich wel eens in bevond. De man werd op staande voet ontslagen en uit alle groepsfoto's weggeretoucheerd. Hij pleegde later zelfmoord.

Deze aan noten gerefereerde reconstructies bewijzen dat Starman een goed onderbouwd, onderzoeksjournalistiek boek is. Maar er is meer. Dat Gagarin de ruimte in ging, is geen onthulling. De beschrijving van de cynische partij-intriges, de technische klunzigheid en simpelweg de human interest, zijn dat wel. Dit type boek zou je willen lezen over bijvoorbeeld 'Tsjernobiel', het neerhalen van het Koreaanse passagiersvliegtuig KAL 007, en de inval in Afghanistan: veel hardware, maar met een menselijke achtergrond.

Gagarin stapt op 12 april 1961 in de Vostok-capsule, die bestaat uit twee bollen, één gevuld met allerlei apparatuur en zuurstofflessen, en één voor Gagarin in een schietstoel. Er was geen countdown zoals gebruikelijk bij de NASA, maar Gagarin was gewoon verteld dat de raketmotoren om 9.06 zouden ontbranden. De lancering verliep zonder problemen. Gagarin had moeite om contact te houden met de verkeersleiding op Baikonoer: zijn gezichtsspieren zaten door de hoge g-krachten op slot, zodat praten moeilijk ging. Na vijf minuten koppelde de raket van de capsule af en Gagarin schoot met acht kilometer per seconde in zijn tin can in oostelijke richting door de ruimte. Vanachter zijn patrijspoort zag hij de Verenigde Staten onder zich door schieten, waar slechts de spionagediensten een idee hadden welke verrassing de Sovjet-Unie de volgende dag voor de mensheid in petto had.

Na anderhalf uur 'vliegen' traden de remraketten in werking en keerde de Vostok in de dampkring terug. Er ontstond een probleem toen de twee bollen niet van elkaar wilden scheiden. De haltervormige combinatie sloeg aan het tollen en Gagarin moest zich veel eerder dan gepland met zijn schietstoel in veiligheid stellen. En de capsule daalde dus al helemaal niet inclusief de Eerste Kosmonaut zachtjes op de Kazakstaanse steppe neer, zoals de Sovjet-propaganda beweerde. Gagarin kwam aan zijn valscherm op een akker neer en vertelde een met stomheid geslagen boer dat hij uit de ruimte kwam.

Gagarin was in één klap wereldberoemd: het technisch talent van homo sovieticus was superieur gebleken aan dat van het westen. Partijleider Chroesjtsjov liet dit propagandakansje natuurlijk niet lopen. Gagarin werd overladen met eerbetuigingen en zelfs naar het buitenland gestuurd. Ook daar wachtten hem privileges: op bezoek bij de Britse koningin, een Franse sportauto cadeau, en een zoen van Gina Lollobrigida. Gagarin gedroeg zich voorbeeldig bij de talloze persconferenties. Hij bediende de pers op haar wenken met kwinkslagen, en ontweek tegelijkertijd handig de lastige vragen over de zwakke plekken in de Sovjet-ideologie. Van over de hele wereld bereikten hem brieven met adressering: 'Gagarin, Moskou', of 'Gagarin, Kremlin'.

Maar thuis loopt het dan al minder goed: zijn echtgenote Valentina verdenkt haar man ervan zijn roem te verzilveren in wodka en vrouwen. En op 14 september 1961 worden haar vermoedens bevestigd. Het echtpaar is met de kinderen aangekomen in het badplaatsje Foros op de Krim, waar Joeri zich de welkomsttoasts van de plaatselijke hoogwaardigheidsbekleders goed laat smaken. 's Avonds belandt de Eerste Kosmonaut in kennelijke staat op de kamer van sanatoriumzuster Anna. Wanneer zijn verontruste wederhelft, die hem heeft gevolgd, de kamer binnenvalt, holt de inmiddels volledig beschonken Gagarin naar het raam en springt eruit. De mensen die hem een verdieping lager op de stoep aantreffen - waaronder zijn directe baas - denken aanvankelijk dat hij zichzelf door het hoofd heeft geschoten: zoveel bloed ligt er.

Dood is hij niet, maar wel zwaar beschadigd: botschilfers van zijn voorhoofd, gescheurd gezicht en een zware hersenschudding. Dit komt vooral slecht uit omdat Gagarin een prominente gastspreker is op het tweeëntwintigste Partijcongres. Hij mag nog een paar woorden richten tot de congresgangers. Voor zijn gemangelde hoofd moet dan wel een andere reden worden aangevoerd dan dronkenschap. De Izvestia publiceert prompt een verhaal dat de Eerste Kosmonaut ongelukkig met zijn hoofd tegen de rotsen terecht was gekomen bij het redden van zijn verdrinkende dochtertje. Chroesjtsjov ziet de misstap door de vingers: zijn protégé mag een potje breken. En Gagarin maakt grif gebruik van de ruimte die het Kremlin hem biedt. Die andere ruimte houdt hij voor gezien: hij is nog wel betrokken bij de kosmonautenopleiding en bij het oplossen van technische kwesties, maar zijn eerste vlucht is meteen zijn laatste geweest.

Chroesjtsjovs opvolger Leonid Brezjnev, secretaris-generaal sinds 1964, denkt heel anders over Gagarin dan zijn voorganger. De uitnodigingen voor borrels op het Kremlin blijven uit en Gagarins roem verbleekt. En in het kielzog daarvan loopt ook zijn professionele leven averij op: zijn bemoeienissen met het Sovjet-ruimteprogramma worden minder op prijs gesteld. De misère culmineert in een ongeval met een raket die, uit overwegingen van prestige, onvoldoende is getest. Een kosmonaut verongelukt. Amerikaanse luisterposten in Turkije horen de man over de radio vloekend en tierend de dampkring inkomen. Hij weet dat de parachutes het niet zullen doen.

Gagarin pakt zijn oude hobby op: vliegen. En dat wordt hem fataal. De ware toedracht is nog steeds niet helemaal duidelijk - Doran en Bizony speculeren er bladzijdenlang over - maar op 27 maart 1968 boort zijn tweezits MiG-15 zich in de toendra. Zijn lichaamsresten zijn niet te onderscheiden van die van de co-piloot. Al herkent zijn kapper een moedervlek in een postzegeltje huid van de nek. Zijn as wordt bijgezet in de muur van het Kremlin.

Titov, officieel de 'Tweede Kosmonaut', woont nog steeds in Sterrenstad. Doran en Bizony hebben hem opgezocht. Ze vonden een verbitterd man. 'De nieuwe Russen zijn niet geïnteresseerd. Ruimtevaart is alleen maar handel voor ze. Dwazen zijn het. Ze begrijpen niet dat als ze dood gaan er ook geen herinneringen meer overblijven. Niet eens een graf.'

    • Menno Steketee