ILO legt rechten werkers vast

GENÈVE, 19 JUNI. Nagenoeg alle landen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) hebben een aantal fundamentele rechten van werknemers erkend. Daarmee moet onder meer dwangarbeid en discriminatie op het werk tot het verleden gaan behoren.

In een gisteren aangenomen verklaring is verder het recht vakbonden op te richten en lid te zijn van werknemersorganisaties verankerd. Ook moet het stuk leiden tot de feitelijke afschaffing van kinderarbeid. De verklaring kwam tot stand op de laatste dag van de ILO-jaarvergadering in Genève. Bedoeling is te voorkomen dat de arbeidsnormen door de toenemende globalisering van de economie worden ondermijnd.

Een aantal landen waaronder Mexico, Peru, Egypte, Libanon, Syrië en Pakistan onthield zich van stemming. Zij zijn bang dat rijke landen de verklaring aangrijpen om producten uit landen die te weinig maatregelen zouden nemen op dit gebied, te weren op die manier de eigen markt te beschermen.

Door de verklaring worden de rechten van werknemers hoofdzakelijk een politieke en morele verplichting voor de ILO-landen. Het stuk is in tegenstelling tot een conventie echter niet bindend.

De ILO-landen kwamen tevens overeen volgend jaar verder te werken aan een conventie tegen kinderarbeid. Zij hebben de ideeën die hiervoor in Genève de afgelopen weken op het hoofdkantoor van de ILO ter tafel kwamen, bestudeerd. De vertegenwoordigers konden zich daar grotendeels in vinden.

Volgend voorjaar moet de conventie rond zijn, zodat het jaar erna de meeste landen het stuk kunnen ratificeren. Volgens de ILO werken in de Derde Wereld zo)n 250 miljoen kinderen van 5 tot 14 jaar. In de ontwerp-conventie worden moderne vormen van slavernij verboden voor kinderen onder de 18 jaar, zoals prostitutie en pornografie, gevaarlijk werk in mijnen, landbouw en bepaalde industrieën. De ontwerp-conventie betekent een succes voor een internationale campagne die werd afgesloten met een kindermars naar de ILO in Genève. (DPA, Reuters, AFP)