Het grote Belgische onbehagen

Astrid von Busekist: La Belgique. Politique des langues et construction de l'état de 1780 à nos jours. De Boeck & Larcier, 450 blz. ƒ 45,- Philippe Destatte: L'Identité Wallonne. Essai sur l'affirmation politique de la Wallonie aux XIX et XXmes siècles. Institut Jules Destrée, 471 blz.ƒ 59,-

Het zogenaamde 'communautaire conflict', dat vandaag een belangrijk deel uitmaakt van de fameuze Belgische ziekte, is nauwelijks ouder dan vijftig jaar. Toegegeven, sinds de onafhankelijkheid van België bestaat er een taalstrijd. Na de Omwenteling van 1830 werd het Nederduytsch uit het openbare leven gebannen. Maar om een ruzie tussen Walen en Vlamingen ging het in oorsprong niet. Niet Wallonië domineerde België, maar een franstalig establishment dat net zo goed in Vlaanderen huisde.

Het misverstand is hardnekkig, zelfs in België. En het wekt nog altijd verbazing als ook een buitenlander doorheeft dat de Belgische politiek niet neerkomt op een eeuwenoud etnisch conflict. Zo iemand is Astrid von Busekist. Deze Française heeft een schitterend boek geschreven over de taalstrijd in België en de weerslag daarvan op de staatsvorming.

La Belgique gaat niet over de Vlaamse strijd, niet over de zelfverdedigende reflex van de francofonie, niet over de Waalse pogingen tot frontvorming. Het gaat over dat alles tegelijk, en dat maakt het uniek. Het is niet het eerste werk over die materie dat onpartijdig tracht te zijn. Maar het is het eerste serieuze werk dat niet geschreven is vanuit het perspectief van één partij.

Von Busekist stelt de juiste vragen, ook vragen die altijd ten onrechte verwaarloosd zijn. Zelfs in Nederlandstalige publicaties wordt het francofone karakter van het België van 1830 vanzelfsprekend gevonden, een mythisch gegeven. Het is frappant dat een Franse auteur als eerste de moeite doet te beginnen bij het werkelijke begin, bij de verfransing van de zuidelijke Nederlanden als gehéél. De Bourgondische hertogen, de hoven van de Spaanse en Oostenrijkse landvoogden, de Franse bezetting, de status van het Frans sinds de Verlichting, Von Busekist wijst alle factoren hun plaats toe.

Doorslaggevend echter was het regime van Willem I. De koning wilde officieel Vlaanderen en zijn scholen vernederlandsen. Maar het Nederlands dat hij wenste in te voeren klonk ook voor Vlamingen wel heel apart. Het accentueerde een cultuurkloof. Die taal was de taal van een protestantse koning. Rond het Hollands hing een ketterse geur. De kerk schoof mee in het kamp van de francofonie. Zij vond Frans een veiliger taal.

Ook de meeste vlaamsgezinden hielden niet van het Hollands. Zij meenden dat het geen drager kon zijn van de Vlaamse eigenheid. Een zekere toenadering tot het Hollands was de Vlaamse Beweging na 1830 nochtans van pas gekomen. Zij eiste voor Vlaanderen officiële tweetaligheid. Maar in welk Zuidnederlands moesten officiële stukken dan wel opgesteld worden? Er was geen norm. Er was niet eens sprake van een taal. Er was alleen een verzameling dialecten. In de ogen van de francofonie was de vraag naar tweetaligheid ridicuul.

Pas aan het einde van de negentiende eeuw dwingt de Vlaamse Beweging een aantal wetten af. Nog vóór de Eerste Wereldoorlog is Vlaanderen min of meer officieel tweetalig. België nog bij lange na niet, al kwam het steeds vaker voor dat een parlementslid het lef had de Kamer toe te spreken in het Nederlands, wat twintig jaar eerder nog als choquerend ervaren was.

In diezelfde periode ontstaat een Waalse Beweging, uit schrik nota bene voor de Vlaamse dominantie. Zij wou de Waalse eigenheid promoten en front vormen tegen wat ze de 'overdrijvingen van sommige flaminganten' noemde. Ze protesteerde tegen de vernederlandsing van de Gentse universiteit en tegen de verminderde carrièrekansen voor Walen in de Vlaamse administratie als gevolg van de voortschrijdende tweetaligheid.

De Waalse onrust was niet zo belachelijk als op het eerste gezicht lijkt, blijkt uit het jongste boek van de Waalse historicus Philippe Destatte. De Waalse Beweging, verklaart hij in L'Identité Wallone, bepleitte niet minder dan een vergaande bestuurlijke scheiding tussen Vlaanderen en Wallonië. Twee totaal verschillende cultuurvolkeren konden volgens haar niet centraal worden bestuurd. Of, zoals Jules Destrée, de aartsvader van de beweging het toen uitdrukte: Sire, il n'y a pas de Belges. Het waren de eerste sporen van communautair taalgebruik. Maar toen was dat nog niet in staat de gemoederen op grote schaal te verhitten.

Destatte bekent zich tot de traditie van de Waalse Beweging en schrijft dus een ander soort boek dan Von Busekist. Maar zijn werk is interessant, omdat hij de gesublimeerde Waalse versie geeft van het verhaal: de Vlaamse strijd in de negentiende eeuw was legitiem, maar in het begin van de twintigste eeuw ontstond een nieuwe situatie. Sinds 1884 regeerde de Katholieke Partij met een volstrekte meerderheid, terwijl ze die niet had in Wallonië. In 1894, na de invoering van het algemeen kiesrecht, was de socialistische fractie in het parlement volledig Waals. De nationale meerderheid zou altijd een weerspiegeling zijn van de Vlaamse meerderheid, omdat er nu eenmaal tien procent meer Vlamingen waren.

De geschiedenis van de Waalse Beweging is een zielig verhaal van opeenvolgende nederlagen. Na de Tweede Wereldoorlog was de Vlaamse strijd op een enkele veldslag na voltooid. Maar voor het zover was, is de taalstrijd bijna onmerkbaar overgegaan in een communautair conflict. In de Koningskwestie beleefde Vlaanderen precies dezelfde frustratie die Wallonië al decennia lang kende: de miskenning van zijn meerderheid.

De nieuwe Vlaamse frustratie werd verward met de oude. Die verwarring was begrijpelijk omdat beide conflicten, het linguïstische en het communautaire, elkaar ten dele overlapten. Franstalig België bleef dus de vijand, al bestond dat nog slechts uit Walen en francofone Brusselaars. En de taalstrijd behield een restant in gekibbel over taalfaciliteiten in de Brusselse agglomeratie en in enkele gemeenten op de taalgrens.

Maar in feite was Vlaanderen geëindigd als winnaar. Zijn partijen en politici domineerden de nationale politiek. Tenslotte pakte het de Waalse Beweging zelfs haar oorspronkelijke streven naar federalisering af, en met meer succes.

Het verklaart het Waalse onbehagen in het huidige België. Het verklaart waarom in 1998 nog een boek, getiteld L'Identité Wallonne, compleet met regionalistische projecties van het heden in het verleden, respectabel genoemd kan worden. In Wallonië is de strijd, op zoek naar zelfrespect, nog niet gestreden.

    • Karel Rombaut