Hazenbezoek

In de boomgaard mogen Sara en Lijsje vrij rondlopen. Het is hun bedrijfsterrein. Er staat geen hek met een bordje 'Verboden Toegang'. Elke vreemdeling kan dus zomaar het terrein oplopen, zou je denken. Maar zo is het niet.

Sara en Lijsje zorgen zelf voor de beveiliging. Ze letten heel goed op wie er komt en gaat. Daarvoor gebruiken ze hun zintuigen. Horen, zien en ruiken. Als het vertrouwd is, kwispelen ze. Maar als hun staart recht omhoog blijft staan, is er ongewenst bezoek.

Zeer ongewenst vinden ze een poes. Dat is een reden om heel hard te gaan schelden. Als ze in de boomgaard scharrelen en ze ontdekken een poes, dan stuiven ze erop af alsof ze de Mobiele Eenheid zijn. Die poes wacht de agenten niet af, maar zet het meteen op een lopen.

Een vaste bezoeker is de haas. Die doet net of het bedrijfsterrrein ook van hem is. Als hij Sara en Lijsje ziet, loopt hij op z'n gemak weg. Hij ontwijkt ze, als iemand die even geen zin heeft in een praatje.

Sara vindt dat best. Ze heeft al lang door dat de haas veel harder kan lopen dan zij en neemt de moeite niet meer om er achteraan te hollen.

Lijsje is hardnekkiger. Telkens weer doet ze met de haas een wedstrijd wie het hardst kan lopen. En elke keer verliest ze. Zonder inspanning blijft de haas Lijsje voor en als hij over de greppel is gesprongen, is de wedstrijd afgelopen.

Maar laatst had de haas een nieuwtje. Met Lijsje zo'n meter of tien achter zich, bleef hij plotseling vlak voor de greppel staan. Hij draaide zich om en richtte zich in zijn volle lengte op.

Als in een tekenfilm schoot Lijsje nog even door en bleef toen verbouwereerd zitten. Een haas die niet wegloopt en opeens heel groot is, dat had ze nog nooit meegemaakt.

De haas keek Lijsje hooghartig aan, draaide zich om en hupte elegant over de greppel.

De anders zo spraakzame Lijsje deed een hele tijd geen bek meer open.

    • G. Brands