Gevallen Tsjechische hervormer geeft zich niet gewonnen

De Tsjechen kiezen een nieuw parlement. Maar vrolijk worden ze daar niet van. Alles wijst erop dat de partijen elkaar in het parlement opnieuw in evenwicht zullen houden.

PRAAG, 19 JUNI. Corruptie? Corruptie komt overal voor, dat is niets bijzonders. “Erg is pas dat je eigen vrienden je verraden.”

Op de laatste campagnedag blaakt Václav Klaus van zelfvertrouwen. Wie dacht dat de eind vorig jaar gevallen Tsjechische liberale markthervormer aan zijn politieke eind was, heeft het goed mis. De 57-jarige ex-premier is helemaal terug en heeft zijn centrum-rechtse Democratische Burger Partij (ODS) in de opiniepeilingen naar een comfortabele tweede positie weten te manoeuvreren, vlak achter de gedoodverfde winnaar van de verkiezingen, de oppositionele sociaal-democraten van Miloš Zeman.

Eind vorig jaar kwam na lang hangen en wurgen een einde aan de centrum-rechtse regering-Klaus. Eerst ging de economie onderuit, later deed een financieel schandaal binnen de ODS de regering zelf de das om. De man die ruim vijf jaar lang het politieke gezicht van de Tsjechische Republiek had bepaald, de kampioen van de vrije markt, leek uitgespeeld. De Tsjechen hadden genoeg van hem, zijn vrienden lieten hem in de steek en zijn ODS kelderde in de peilingen. Het wachten, zo leek het, was op de vorming van een linkse regering onder Miloš Zeman.

Maar Klaus gaf en geeft zich niet gewonnen. 'Mobilisatie, mobilisatie', schreeuwen de vlugschriften die lieden in keurige pakken onder het publiek uitdelen. Klaus schuwt op zijn laatste campagnedag de oorlogsretoriek niet. Wie in vrijheid wil leven, wie niet vijandig tegenover zijn land staat moet nu mobiliseren. 'Beslis vandaag, morgen is het te laat'. Sociaal-democratie aan de macht betekent de terugkeer van de communisten. Alles wat sinds 1989 is bereikt, zal worden teruggedraaid, is zijn boodschap.

Andere rechtse partijen als de Vrijheidsunie van Jan Ruml en de christen-democraten van Josef Lux noemen Klaus' retoriek smakeloos. Maar Klaus laat zich zijn thema niet ontnemen. De strijd tegen het 'rode gevaar' heeft hem teruggebracht in de strijd. In het lijsttrekkersdebat voor de televisie draait alles om dat vermeende rode gevaar. Inhoudelijke programmapunten komen nauwelijks aan de orde. Zeman en Klaus spelen de rol van gezworen politieke vijanden en stelen de show. Andere lijsttrekkers komen nauwelijks aan het woord. De twee mannen die de Tsjechische politiek al jaren in gijzeling houden presenteren zich als een soort komisch duo, spelen elkaar de bal toe, keren zich verontwaardigd af, reiken elkaar de hand.

Klaus schaft in het debat en passant de btw af, Zeman legt zich vast op een referendum over de NAVO-toetreding. De kiezer begrijpt er niets van en voelt zich verder van de politiek dan ooit.

Jirina Šiklová vindt het gedrag van Klaus en Zeman nauwelijks verrassend. “Ze hebben dezelfde soort persoonlijkheid en dezelfde soort achtergrond. Het gaat hun alleen om de macht. Ze zijn helaas niet het beste wat de Tsjechische maatschappij zou kunnen voortbrengen. Het zijn mannen uit de grijze zone.” De sociologe en oud-dissidente pakt er een papiertje bij en tekent drie cirkels. Links boven staan de dissidenten, rechts de communistische elite en in het midden de grote grijze zone van mensen die zich onder het communisme wisten te voegen naar de omstandigheden, de pragmatische overlevers. Het schema dateert nog van voor de fluwelen revolutie van eind 1989. Toen al voorzag Šiklová dat de dissidenten nooit in staat zouden zijn om het land bestuurlijk te leiden als de communisten ooit uitgerangeerd zouden raken.

De omwenteling kwam sneller dan ze had kunnen vermoeden. Een paar maanden later viel het regime en vrijwel onmiddellijk dook Václav Klaus op. Zeman verrees later uit de puinhopen van de sociaal-democratie. Volgens Šiklová zijn beiden typische exponenten van de grijze zone.

Eigenlijk, vindt ze, horen ze in één partij thuis, maar dat kan niet omdat ze zich als boegbeelden hebben opgeworpen van verschillende partijen. Šiklová vindt de tegenstellingen tussen de twee gespeeld en noemt het kenmerkend dat de strijd niet gaat tussen de programma's maar tussen twee persoonlijkheden, Zeman en Klaus. Ze is dan ook niet bang dat de Tsjechische Republiek onder Zeman een radicaal andere koers op zal gaan. “Zeman zal een gewone premier zijn.”

Van de dissidenten in Šiklová's schema is alleen nog de zieke president Havel over. Hij staat voor de bijna onmogelijke opgave om een nieuwe formatie in goede banen te leiden. Sinds zijn terugkeer uit het Oostenrijkse ziekenhuis waar hij aan een darmaandoening werd geopereerd, waarschuwt hij zijn volk voortdurend. 'Stem niet extreem (links of rechts), maak je geen zorgen over een eventuele machtswisseling.' Het wordt de eerste keer sinds mensenheugenis dat de Tsjechen zelf voor een machtswisseling kiezen. Ze zijn het niet gewend en de president probeert te relativeren. “In een democratie is een machtswisseling heel gewoon.” Maar de Tsjechen reageren knorrig op de boodschap. Ze zijn onzeker en ze zijn geïrriteerd.

Toch moet Havel de voorspelde verkiezingsoverwinning van de sociaal-democraten straks honoreren, zonder daarbij extremistische partijen op het politieke toneel toe te laten. En dat zal moeilijk worden omdat Zeman naar alle waarschijnlijkheid toch coalitiesteun in de extremistische hoek zal moeten zoeken.

Positieve geluiden zijn er in Praag alleen op te tekenen over de regering van Josef Tošovský die de afgelopen zes maanden als interim-premier heeft waargenomen. Onder zijn leiding is méér wetgeving tot stand gekomen dan in de hele regeringsperiode daarvoor. Tošovský heeft de basis weten te leggen voor de hoognodige privatisering van staatsbanken. Vladimir Mlynar heeft als minister zonder portefeuille baanbrekend werk verricht in de relatie met de Tsjechische Roma, de zigeuners. En Tošovský heeft ook nog de deuren geopend voor een onafhankelijk onderzoeksbureau dat de ingeslepen corruptie binnen de overheid onder de loep gaat nemen.

Kortom, wat de kiezer betreft, is zijn regering de beste in jaren. Alleen - ze had geen politiek mandaat, en dat kan nou eenmaal niet volgens de regels van de democratie.

    • Renée Postma