'Geen nieuw offensief'; VS bezorgd over geweld van Albanezen

WASHINGTON, 19 JUNI. De Amerikaanse regering maakt zich grote zorgen over de radicalisering onder de Kosovo-Albanezen. Washington deed gisteren een beroep op het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK) geen nieuw offensief tegen de Serviërs te ontketenen.

Volgens de woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, James Rubin, maakt een offensief tegen de Serviërs in Kosovo “de zaken alleen maar erger” en is zo'n offensief “een nieuw voorwendsel” voor de Joegoslavische president Miloševic om “onschuldige Albanezen te doden”. “Het Kosovo Bevrijdingsleger moet daar eens over nadenken”, aldus Rubin. “Het doel moet nu zijn het geweld aan beide zijden in te dammen.”

Waarnemers brengen de waarschuwing in verband met een duidelijke radicalisering onder de Albanezen in Kosovo en een even duidelijke afkalving van het prestige van hun pacifistische leider Ibrahim Rugova. De premier in ballingschap van de 'regering' van de door Rugova uitgeroepen en geleide 'Republiek Kosovo', Bujar Bukoshi, sprak gisteren met afgevaardigden van vijf Kosovo-Albanese politieke partijen in Tirana af dat in de dorpen van Kosovo bewapende zelfverdedigingseenheden zullen worden gevormd die de dorpen tegen Servische politietroepen moeten verdedigen. Die vorm van gewapend verzet is een duidelijke breuk met het pacifistische verleden van Bukoshi's regering en van Rugova's partij, de LDK. De LDK heeft het initiatief van Bukoshi en de andere politieke partijen doodgezwegen. Rugova zei vandaag wel dat het UÇK onder politieke controle moet komen. Bukoshi heeft zich de afgelopen weken steeds duidelijker afgekeerd van het pacifisme dat de LDK altijd in ere heeft gehouden.

In Belgrado hebben gisteren moeders van soldaten die in Kosovo zijn gelegerd de terugkeer van hun zoons geëist. Het was de tweede demonstratie van Servische soldatenmoeders in enkele dagen. De vrouwen betoogden met leuzen als 'Geef ons onze zoons terug', 'We zijn voor vrede' en 'Het is genoeg' voor het gebouw van de Joegoslavische legerleiding. In Kosovo zijn inmiddels zes soldaten van het federale Joegoslavische leger (en enkele tientallen leden van de speciale politietroepen) gedood. De moeders werden na twee uur van luide protesten ontvangen door een generaal die uitlegde dat “het federale leger de taak heeft de grenzen van het land te beschermen” en dat “niemand, zelfs de stafchef niet” bevel kan geven tot de aftocht van de soldaten.

Diverse Joegoslavische ministers hebben gisteren onderstreept dat Belgrado bereid is tot een dialoog met de Albanezen van Kosovo en dat de speciale troepen niet uit Kosovo worden teruggetrokken. Minister van Buitenlandse Zaken Jovanovic zei in Brussel dat het de Albanezen zijn die een dialoog afwijzen. De Servische regering, zo zei hij ook, kan de troepen niet uit Kosovo terugtrekken zolang “terroristen” er actief zijn. De Servische minister van Informatie, Aleksandar Vucic, liet zich in Belgrado in soortgelijke bewoordingen uit. De Albanezen van Kosovo maken een dialoog afhankelijk van de door hen èn door de internationale gemeenschap geëiste aftocht van de speciale politietroepen uit Kosovo. (Reuters, AFP, AP)