Even schuilen uit de douche van poëzie

ROTTERDAM, 19 JUNI. “Goedenavond cursisten, welkom bij Meelezen”, zei schrijver Abdelkader Benali tegen de volle kleine zaal van de Rotterdamse Schouwburg, waar drie vertalers de bezoekers van Poetry International 'een spoedcursus poëzielezen' zouden geven. Iedereen zat netjes met een tekstbundeltje op schoot waar de drie te behandelen gedichten instonden, 'Potvis' van Les Murray, 'Een ladenkast' van Craig Raine en van Nuno Júdice 'Semiologie'.

De drie vertalers, respectievelijk Maarten Elzinga, Jan Eijkelboom en August Willemsen 'behandelden' elk op een eigen manier het gedicht en de uiteindelijke vertaling. Maarten Elzinga liet het publiek het meest in de keuken kijken, hij vertelde hoe hij zelfs het zeezoogdierencentrum op Texel had gebeld om achter sommige potvis-eigenschappen te komen die hem behulpzaam zouden kunnen zijn bij begrip van het gedicht. Hij hield ook een kleine theoretische inleiding over het fenomeen van zich in dieren of andere mogelijke 'ikken' inlevende dichters. In het gedicht is de potvis zelf aan het woord, die geweldige uitspraken doet als: “Oog-zicht is het naarbinnen lekken van het dichtbije en toont ons de smaken van voedsel” - waarbij niet vergeten moet worden dat het voedsel van de potvis voor zijn neus rond zwemt.

Jan Eijkelboom had zelf ook voordeel van de cursus. Hij vroeg aan de zaal of iemand iets begreep van de 'fizzy fingers' van Lazarus, die hij had vertaald met 'mousserende vingers'. Maar wat zijn mousserende vingers? Misschien, opperde iemand in de zaal meteen, gaat het om tintelende vingers, zoals je ze voelt wanneer je hand geslapen heeft. Dat zou erg goed passen bij de weer tot leven gewekte Lazarus, in wie het bloed weer moet gaan stromen. “Natuurlijk!” zei Eijkelboom. “Een negen!”

Tenslotte gaf August Willemsen een toelichting bij het gedicht van Júdice waarin 'liefde', 'angst' 'eenzaamheid' als woorden worden opgevat, als dingen. 'Uitgaand/ van een woord kan iemand alles maken, op een bladzij,/ als dat wat er staat maar een gedicht is' schrijft de Portugees. Of dat nu waar was wilde Willemsen wel eens proberen. Daarom had hij die woorden vervangen door andere en dan moest het publiek maar eens nadenken of dat gedicht dan nog hetzelfde betekende. “Dan heeft u een slapeloze nacht,” voorspelde hij opgewekt. In zijn herziene versie was 'liefde' 'dronkenschap' geworden, 'angst' 'dorst' en 'Ik heb je lief' 'Ik drink mijn whisky'.

Een leerzame cursusavond.

Het was prettig om ook eens wat langer bij een gedicht te kunnen verwijlen, want Poetry is een festival waarbij men voortdurend onder een douche van verzen staat. Dat is soms een feest, maar soms verdrinkt men er ook half in. Gisteren voor de pauze werd het ons in de kleine zaal niet al te moeilijk gemaakt, behalve misschien door Esther Jansma wier poëzie wel mooi maar niet altijd makkelijk is, zeker niet om direct, luisterend, te volgen. Ze las hard en stevig voor, onsentimenteel, waardoor haar prachtige gedicht 'De val' optimaal tot zijn recht kwam. Heel anders pakte haar opvolger het aan, de Sloveen Boris Novak, die uiterst langzaam, en bijna bezwerend las. Misschien waren zijn gedichten aan de sentimentele kant, maar de zaal was geheel in zijn ban. Een cursus poëzievoorlezen zou wel wat zijn, volgend jaar.

Vanavond, op de slotavond een programma met David Malouf en Craig Raine en 'Op het lijf', poëzie over lijfelijk schoon en verval. Schouwburg Rotterdam, Grote zaal, vanaf 20.00u.